Hemelbestormers: social impact bond geeft kwetsbare burger moed

De zorg wordt wel eens vergeleken met een mammoettanker die maar moeizaam de koers kan verleggen. Toch zijn er steeds meer kleine, lenige initiatieven die zich niet laten hinderen door klemmende regels en moeizame financiering. Nu met de jaarwisseling de tijd van goede voornemens en nieuwe plannen weer is aangebroken krijgen deze ‘Hemelbestormers’ van Skipr in de gelijknamige miniserie de gelegenheid om zich kort te presenteren.

Vivian Kersten en Peter Broekmans, initiatiefnemers Rendiz

Rendiz draait rond het concept van de Social Impact Bond. De Social Impact Bond is een vernieuwende kijk op financiering van participatie.  De Rabobank financiert elk traject, Rendiz levert de begeleiding aan de deelnemers en de gemeente Venlo biedt deze trajecten aan inwoners met een uitkering aan. Voor elk geslaagd traject betaalt de gemeente de besparing die daarmee gepaard gaat. Er is een businesscase berekening gemaakt dat ongeveer 30 procent van de deelnemers duurzaam dient uit te stromen om een break even punt te bereiken.

Waarom wordt de zorg beter van Rendiz?

“Voor de start van dit traject hebben de drie partijen uitvoerig onderzocht wie hiervoor in aanmerking zou komen dan wel geschikt zou zijn; of binnen de gemeente Venlo voldoende kandidaten zijn; of de werkwijze van Rendiz aansluit bij de verwachtingen van de gemeente en of alle drie de partijen vertrouwen hebben in elkaar en de gestelde doelstellingen.  Door deze gedegen voorbereiding en gezamenlijk commitment is het een traject waarbij sprake is van een publiek-private samenwerking, een coproductie. En dat vertaalt zich concreet naar de samenwerking in de praktijk. De consulenten van de gemeente en de traject- en werkbegeleiders van Rendiz hebben een gezamenlijk doel: de deelnemer op alle mogelijke manieren ondersteunen zodat hij of zij de kans geboden wordt te participeren en zich daarmee te ontwikkelen.”

Op welk probleem in de zorg is Rendiz een antwoord?

“Door omstandigheden, levens ervaringen en teleurstellingen kunnen mensen zodanige ondersteuningsvragen hebben, dat ze niet vanuit één perspectief begeleid kunnen worden. Het kan zo complex zijn dat de deelnemer niet eens kan overzien welke stappen hij of zij zou kunnen zetten. De moed om dit te gaan doen ontbreekt dan ook. Anderen zouden wellicht zeggen dat de motivatie ontbreekt. Wij spreken liever van moed! En juist op dat onderdeel kan deze SIB een waardevolle bijdrage zijn aan het hele zorgpalet dat al bestaat. De deelnemer in de SIB krijgt de kans om samen met de trajectbegeleider zijn eigen situatie te analyseren, zijn doelen te formuleren en zijn actieplan op te stellen. En in de tussentijd kan hij of zij al meedraaien met de werkzaamheden op één van de locaties van Rendiz. De daar aanwezige werkbegeleiders helpen dan mee aan het verzamelen van de moed van de deelnemer.  Vervolgens kunnen specialistische vragen bij andere partijen worden neergelegd: verslaving, schulden, geen huisvesting? De deelnemer kan met hulp van de trajectbegeleider naar de juiste partners in het werkveld om hier actie in de ondernemen.”

Wat is tot op heden de meest markante ervaring?

“De beste ervaring is dat de samenwerking tussen de consulenten van de gemeente en de begeleiders van Rendiz echt goed verloopt. En dat zij zich allemaal volledig inzetten om deelnemers kansen te bieden. De eerste trajecten zijn in april gestart en op dit moment kunnen we helaas nog geen succesverhalen delen dat er al deelnemers zijn uitgestroomd naar een baan. Dat was vooraf ook niet te verwachting vanwege de uitdagingen die alle deelnemers hebben. Er zijn gelukkig wel deelnemers die al mooie stappen hebben kunnen zetten. We zijn er allen wel even stil van geworden toen we beseften hoeveel uitdagingen sommige mensen hebben en we begrepen hun gebrek aan moed of hun “uitstelgedrag”; soms lijkt het ook allemaal zinloos… Dat maakt ons bewust van onze rol om dan juist nog meer inzicht te krijgen in een situatie en proberen om daar op aan te sluiten met de begeleiding.”

Waar liggen de grootste kansen, wat is de grootste hindernis?

“De grootste kansen liggen bij de samenwerking tussen de partijen, de locaties van Rendiz waar deelnemers direct arbeidsritme op kunnen doen en zich ergens kunnen thuis voelen en de mogelijkheden op de arbeidsmarkt. De grootste hindernis ligt meestal in de situatie van de deelnemer zelf. Zodra hij of zij de eerste stappen durft te zetten en zich committeert aan zijn of haar plan zie je dat er een ontwikkeling op gang komt. Maar juist het bereiken van de deelnemer en het weten te overtuigen van de kansen die het kan bieden vergt enorm veel inspanning. Er is vaak sprake van twee stappen voorwaarts en weer drie stappen terug.”

Wat is de ambitie voor 2019? Waar staat Rendiz eind 2019? 

De ambitie voor 2019 is het behalen van die 30 procent duurzame uitstroom. Dat is in ieder geval een meetbaar resultaat. Daarnaast zouden wij al heel trots op de deelnemers zijn als ze zich verantwoordelijk zijn gaan voelen voor hun eigen traject en vertrouwen in ons hebben om hen daar in te ondersteunen. Want dan volgt de uitstroom vanzelf, ook al zou het dan in 2020 zijn.

(bron SKIPR 3 januari – hemelbestormers)

Van ambitie naar meervoudig rendement

Steeds meer ondernemers zijn zich bewust van de maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan. Hoe kunnen ondernemingen maatschappelijke doelen nastreven én tegelijkertijd de (financiële) continuïteit waarborgen? Deze vraag stond centraal in het wetenschappelijk praktijkonderzoek in opdracht van Stichting Management Studies (VNO-NCW).

Om een antwoord te kunnen formuleren op deze vraag zijn 23 interviews gehouden met 17 verschillende organisaties (die zich bewegen richting een hybride onderneming). Waaronder Tony’s Chocolonely, De Volksbank, Rataplan, Vebego en The Colour Kitchen. Het onderzoek heeft geleid tot het praktische boek Sociaal ondernemen: van ambitie naar meervoudig rendement.

 

Het boek beschrijft welke kansen er worden gezien om tot meervoudig rendement te komen, welke barrières er overwonnen moeten worden en waarom niet alle ondernemingen even (pro)actief zijn in het creëren van maatschappelijk rendement. De ervaringen van deze 17 organisaties helpen bestaande en nieuwe ondernemingen met praktische tips om ook te gaan voor meervoudig rendement.

‘’De tijd dat ondernemers louter ‘werken voor hun geld’ ligt achter ons. Dit boek beschrijft welke stappen elke ondernemer kan zetten om zijn of haar bedrijf meer rendement te laten maken, en dan bedoelen we natuurlijk meervoudig rendement.’’ – Mark Hillen, Social Enterprise NL

 

Mark Hillen (Social Enterprise NL) was onderdeel van het schrijversteam; bestaande uit Karen Maas (Impact Centre Erasmus), Carly Relou (Impact Centre Erasmus), Tasneem Sadiq (Hogeschool Rotterdam) en Rob van Tulder (Rotterdam School of Management Erasmus Universiteit). Het wetenschappelijk praktijkonderzoek is uitgevoerd door een onderzoeksteam van de Erasmus Universiteit. Het onderzoeksteam werd begeleid door een begeleidingscommissie.

(bron- Social Enterprise Nederland , november 2018)

Zes adviezen voor een meer volwassen social enterprise sector in Nederland

Het Nederlandse sociaal ondernemerschap zit de laatste jaren flink in de lift. Om de positieve beweging voort te zetten, moet er volgens PwC wel een aantal aandachtspunten worden aangepakt. In een nieuw rapport dat het kantoor onlangs presenteerde tijdens de jaarlijkse Social Capital Markets-conferentie (SOCAP), geven onderzoekers van PwC zes tips die social enterprises moeten helpen om door hun huidige ontwikkelingsfase heen te komen.

In het rapport dat De Lange presenteerde tijdens SOCAP – een driedaags internationaal evenement in San Francisco waar sociale ondernemers en impactinvesteerders samenkomen – wordt gesteld dat de Nederlandse social-enterprise-sector gedurende de groeiperiode van de afgelopen vijf jaar zijn voorbereidende en pioniersfase heeft doorgemaakt, en zich nu bevindt in de ontwikkelingsfase. Om ondernemingen te helpen ook deze fase goed door te komen stelde PwC zes adviezen op voor de sector. De tips zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en interviews met diverse partijen uit de sector.

Zes lessen

Ten eerste adviseren de onderzoekers om niet te wachten op anderen en ‘gewoon’ te beginnen: “Een van de meest in het oog springende kenmerken van de social enterprise-sector is dat deze van onderaf, bottom-up, is opgebouwd. Pioniers in alle groepen stakeholders zijn vanuit hun eigen expertise, individueel en onafhankelijk, aan de slag gegaan.” Hierbij wordt opgemerkt dat deze benadering heeft geresulteerd in een veelzijdige, ondernemende en innovatieve sector: “In andere landen is de social enterprise-sector veel homogener en meer een uitkomst van het top-down-beleid van de overheid.”

Dit betekent niet dat ondernemers alles alleen moeten doen, integendeel: de tweede tip is om samen te werken en een geïntegreerd ecosysteem te creëren waarin allerlei partijen – zoals netwerken en platforms, lokale overheden, het reguliere bedrijfsleven, onderwijs- en onderzoeksinstellingen, financiers en consumenten – een rol kunnen spelen.

“Bedrijven, scholen en universiteiten zijn zich in Nederland vroegtijdig gaan interesseren voor de sector. Hun specifieke deskundigheid op bijvoorbeeld het gebied van succesvolle bedrijfsmodellen is hard nodig voor een sector in ontwikkeling”, aldus de onderzoekers.

Wat betreft het onderwijs noemen ze ook het belang van structurele aandacht voor sociale impact. “Dit concept zou moeten worden geïntegreerd in bestaande opleidingen zoals economie, accountancy, bedrijfs- en bestuurskunde. Zelfs in het primaire onderwijs zou al aandacht en meer waardering kunnen komen voor een andere manier van (economisch) denken en waardecreatie.”

Dit hangt ook samen met het derde advies, om te zorgen voor een vruchtbare bodem: “Netwerken, bedrijven, financiers en gemeenten zijn gestart met incubator- en acceleratieprogramma’s en kennisdeling en coaching, waardoor een vruchtbare bodem is ontstaan waarop verdere groei mogelijk was en is.” Daarbij is het ook belangrijk hindernissen weg te nemen, waarbij ook een taak is weggelegd voor overheden, die bijvoorbeeld bij aanbestedingsprocedures kunnen selecteren op basis van sociale impact.

Ook binnen de vierde tip, het werken aan er- en herkenning, kan de overheid kan volgens PwC een rol spelen. “Ondanks dat het begrip social enterprise in de afgelopen zes jaar breder bekend is geworden, en sociaal ondernemers zich in toenemende mate erkend en herkend voelen, blijft dit nog steeds een aandachtspunt in Nederland”, beweren de onderzoekers. Vanuit de overheid zou voor sociale ondernemingen een eigen rechtsvorm kunnen worden gecreëerd, waarbij wel wordt opgemerkt dat de discussie over de wenselijkheid hiervan nog gaande is:

“Een juridische status vergroot de herkenbaarheid, maar kan ook belemmerend werken.” Een andere suggestie om de (h)erkenning te vergroten is het uniformeren van impactmeting: “Bewerkstelligt de social enterprise daadwerkelijk de geclaimde impact?”

Ten vijfde worden ondernemers aangemoedigd om het “anders” aan te pakken en dit ook uit te dragen: “De social enterprise-sector in Nederland zet vernieuwende oplossingen in de markt en draagt – gedreven door intrinsieke motivatie – een aanstekelijk en inspirerend verhaal uit. Daardoor weet de sector klanten en andere steun te mobiliseren.” De inzet van innovatieve technologie schept volgens PwC ook de nodige kansen om sociale vraagstukken aan te pakken: “Door de inzet van innovatieve technologie hebben veel Nederlandse social enterprises een bereik en impact die groter zijn dan hun omvang doet vermoeden en is hun oplossing over het algemeen relatief eenvoudig schaalbaar.”

De zesde tip – tot slot – is om meer te investeren in groei: “We zien in Nederland dat het aantal social enterprises is gegroeid, maar dat veel hiervan (nog) klein zijn. Opschalen blijkt een moeilijk proces te zijn. Het aantal ondernemingen dat op grote schaal impact weet te maken en ketens weet te beïnvloeden, blijft beperkt.” Om de transitie naar een nieuwe economie te versnellen moet het ecosysteem de aandacht volgens PwC (deels) verleggen naar het ondersteunen en financieren van scale-ups. Hierbij is het ook belangrijk om aantrekkelijk te zijn voor (toekomstige) medewerkers: “De toegang tot talent is heel belangrijk geweest voor de social enterprise-sector in Nederland. Groeiende social enterprises hebben echter, bijvoorbeeld door wensen op het gebied van salaris, moeite om mensen met de juiste capaciteiten te vinden voor een groeiend of groot bedrijf.”

(bron Consultancy.nl – december 2018)

Bedrijven met een missie hoeven niet bang te zijn voor kopieergedrag

Kopieergedrag is voor de meeste bedrijven een schrikbeeld. Sociale ondernemingen hopen er juist op, in de hoop zo hun missie dichterbij te brengen. Inkijkje in een wereld waar de leiders van de toekomst wordt geleerd ‘anders te denken’.

Het is waarschijnlijk niet het eerste waar je aan denkt als je de naam hoort, maar de Johan Cruijff ArenA is niet alleen een voetbaltempel. Het Amsterdamse stadion is namelijk óók: een groot duurzaamheidsproject. In 2010 sloot het stadionbestuur een convenant met de gemeente om in 2015 klimaatneutraal te zijn. En dat is gelukt, via zonnepanelen, stadswarmte en stadskoude.

Sterker nog: sinds juni dit jaar heeft het stadion zelfs een wereldprimeur: een megabatterij met een vermogen van 3 MW. Dankzij deze duurzame energieopslag, die onder andere bestaat uit honderden gebruikte batterijen van oude Nissan Leafs, wordt de energievoorziening in de ArenA nog betrouwbaarder en kan energie efficiënter worden gebruikt.

Een typisch staaltje ‘sociaal ondernemerschap’, aldus een trotse directeur Henk Markerink. Maar hij is er op dat gebied nog niet, geeft hij ook meteen toe. Denk aan de mismatch op de arbeidsmarkt die hij momenteel ervaart.

‘Wij hebben nu een schreeuwend tekort aan mensen, in eigenlijk alle sectoren. En dat terwijl hier aan de andere kant van het spoor nog duizenden werklozen zijn. Hoe gaan we dat verbinden?’, vraagt hij zich af. Oftewel: ‘Hoe krijgen we een inclusieve samenleving, hier in Amsterdam-Zuidoost?’

Samen met de gemeente, en andere bedrijven in het gebied, zoals ING, Randstad, ABN Amro en het AMC, probeert de ArenA ‘iets nieuws’ te bedenken om die verbinding te maken, aldus Markerink. ‘Want kansarmen laten meedoen, dat past ook heel erg bij de filosofie van Johan Cruijff.’

Leiders van de toekomst

Markerink vertelt over het ‘sociaal ondernemerschap’ van de ArenA, als gastheer van het 15-jarig lustrumfeest van Enactus, het internationaal samenwerkingsverband tussen studenten, het hoger onderwijs en het bedrijfsleven, dat zelf ook sociaal ondernemen centraal heeft staan. Door studenten in groepen te laten werken aan ‘echte’ maatschappelijke ondernemingen, wil Enactus niet alleen impact in de samenleving maken, maar tegelijk studenten in staat te stellen zich te ontwikkelen tot ondernemende en verantwoorde leiders. De leiders van de toekomst, met andere woorden.

En die ervaring komt altijd van pas in het latere leven. Ook als de studenten zelf níet besluiten om (sociaal) ondernemer te worden, maar juist in een corporate proberen – van binnenuit – maatschappelijke verandering te realiseren.

Zoals Saskia Verbunt, die in 2005 bij Enactus begon en momenteel senior consultant sustainability bij Philips is. Voor dat bedrijf werkt ze onder meer in Afrika, aan gezondheidsprojecten op plekken ‘waar op dit moment nauwelijks gezondheidszorg is’, vertelt ze op het podium.

Ondernemerschap is daarbij voor haar ‘een middel, geen doel’, zegt ze. Maatschappelijke impact, dat is waar het haar om gaat. De wereld ten goede veranderen. ‘Mijn passie is: hoe kun je de economie anders vormgeven, zodat meer mensen ervan profiteren?’

Van binnenuit

Haar verhaal wordt bevestigd door Jan Willem Eising, die na zijn Utrechtse tijd bij Enactus bij Alliander terecht kwam, en daar nu Strategic Project & Program Manager is. Bij dit energiebedrijf werkte hij onder meer aan een pilot met de ‘Buurtbatterij’, een batterij die duurzame energie in de eigen wijk kan opslaan.

Ook hij probeert dus nu vanuit een grote corporate de wereld een beetje meer de goede kant op te krijgen. Met dank aan het idealisme dat ze bij Enactus meekreeg. ‘Want als je jong bent, mag je groot dromen’, zegt hij. ‘Dat vinden andere mensen dan alleen nog maar prachtig.’

‘Sociaal ondernemerschap’ bij Tony’s Chocolonely

‘Sociaal ondernemerschap’ is een term die bij de oprichting van Enactus, 15 jaar geleden, nog nauwelijks bestond. Maar inmiddels hebben steeds meer bedrijven oog gekregen voor de impact die ze in de samenleving tot stand brengen.

Zoals Tony’s Chocolonely, die met ‘choco evangelist’ Ynzo van Zanten de hoofdgast van de middag levert. ‘Bij ons thuis zeggen we: chocola is de oplossing voor alles. Een topweek kun je ermee vieren, een rotweek kun je compenseren met een bonk chocola.’ Maar chocolade is ook de oorzaak van schrijnende situaties in de wereld. Zoals in Ivoorkust, waar cacaoboeren tegen onmogelijk lage prijzen moeten leveren, en vaak niet meer dan 50 cent per dag (!) verdienen

Bij Tony’s Chocolonely proberen ze daar sinds 2005 iets aan te doen, nadat tv-maker Teun van der Keuken zich eerst vrijwillig aangaf als ‘chocolade-crimineel’, omdat hij door het eten van chocola zou meewerken aan slavernij. Ook nadat hij een rechtszaak tegen zichzelf aanspande, veranderde er niets. Waarop hij besloot tot een missie: zélf 100% slaafvrije chocola op de markt te brengen. Oftewel: het systeem veranderen ‘van binnenuit’.

De repen chocolade werden ongelijk verdeeld, als metafoor voor de ongelijke verdeling in de wereld (met heel subtiel de kaart van Afrika in de reep verwerkt). En voor de wikkel werd een opvallende rode kleur ontwikkeld. Een ‘alarmerende kleur’, aldus Van Zanten. Een kleur die overigens vorig jaar is overgenomen door Verkade, voor hun repen pure chocolade. ‘Niet helemaal de impact die we willen maken, maar oké, we maken blijkbaar impact’, zegt hij glimlachend.

De grootste geworden

Inmiddels is Tony’s Chocolonely uitgegroeid het grootste chocolademerk van Nederland. 29 november is er Tony’s FAIR, een evenement in de Amsterdamse Westergasfabriek, thuishaven van de chocoladefabrikant, waarvoor Johnny de Mol als presentator is gestrikt en waar 5.000 mensen worden verwacht.

‘We zijn de mug in de kamer van de chocolade-industrie’, haalt Van Zanten een uitspraak van Body Shop-oprichter Anita Roddick aan. Want ‘de grootste worden’, daar gaat het hem in eerste instantie helemaal niet om. Waar het wel om gaat is bewustwording en slavernij de wereld uit krijgen.

Issue awareness

En als anderen het bedrijf dan kopiëren? Prima. ‘Daar zijn we niet bang van’, aldus Van Zanten. Want dat voordeel heb je als je een missie hebt die groter is dan de groei van je eigen bedrijf. Dan ben je alleen maar blij als je niet meer de enige bent die zich hiermee bezighoudt. ‘Wij meten geen brand awareness, maar issue awareness’, zoals Van Zanten het uitlegt.

En ja, dat betekent soms dat de winstmarge lager is dan bij andere bedrijven, geeft hij toe. ‘Wij willen dat de premie naar het begin van de waardeketen gaat. De bank wilde dat we een winstmarge zouden maken van 25 procent. Wij vinden zelf 4 tot 6 procent ook genoeg. En daarmee zijn we geen filantropisch clubje, maar geven we juist een serieus voorbeeld aan anderen om te volgen.’ Geld is geen doel, maar een middel, voegt hij ten overvloede nog toe. ‘Zo staat het althans in de Van Dale.’

Het eigen team voorop

Gevraagd naar de prioriteiten van het bedrijf noemt Van Zanten overigens níet de missie om cacaoboeren een fatsoenlijk bestaan te geven. ‘Op 1 staat bij ons: ons eigen team. Wij geloven dat je alleen met betrokken medewerkers deze missie kunt realiseren. En daarom hebben we ook allemaal heel bijzondere arbeidsvoorwaarden. Zoals: je mag zoveel chocolade eten als je wilt. En we hebben onbeperkte vakantiedagen. Wij juichen het zelfs toe als je zwanger raakt, met een flinke bonus.’

En na de boeren volgt dan de volgende prioriteit: consumenten. Het belang dat daaraan wordt gehecht uit zich onder meer in de ‘chocofoon’: een telefoonlijn waar je nooit een computer aan de lijn krijgt, maar altijd een ‘echt mens’. ‘Als je de chocofoon belt, krijg je Paul of Isa aan de lijn. En zijn zij er niet, of zijn ze in gesprek, dan gaan alle telefoons in het bedrijf over.’

Een reep als discussiestuk

Als je dit verhaal zo hoort, vraagt Van Zanten zich retorisch af: dan is het toch bizar dat we de afgelopen decennia allemaal dezelfde saaie chocola hadden? En, voegt hij toe: ‘Er is geen marktonderzoek dat je kan vertellen dat het een goed idee is om je reep ongelijk te verdelen. Maar toch hebben we het gedaan. En al die mensen die ons er vol onbegrip over benaderden, hebben we gebeld. Om uit te leggen waarom we het doen. En dan kun je weer het verhaal vertellen. En zo wordt onze reep een discussiestuk.’

Hij wil maar zeggen: financieel succes en maatschappelijke impact zijn níet twee uiteinden van een spectrum. Sterker nog: ze kunnen juist dicht bij elkaar liggen. Want impact op de samenleving maak je vaak pas echt als je ook financieel succesvol bent. Ook dát is sociaal ondernemen, zegt hij.

Een stelling die de vele opgekomen Enactus-leden alleen maar konden beamen. Of, zoals de huidige directeur Nederland Michiel Munneke het zegt: ‘Het zou mooi zijn als wij in de toekomst de volgende Tony’s kunnen voortbrengen, een sociale onderneming die internationaal doorbreekt en echt impact maakt.’

Maar ondertussen gaat het hem er ook om al die andere bedrijven mee te krijgen, op weg naar een betere wereld. ‘We willen een beweging op gang brengen van studenten die binnen grote bedrijven in staat zijn om systemen te veranderen.’

(bron MT – 23 november 2018 | Peter Boerman)

GoodFuels wil de Tony’s Chocolonely onder de olieboeren worden

GoodFuels, een van de Challenger50 van 2018, wil korte metten maken met vervuilende stookolie in de scheepvaart. ‘Wij zetten als David tussen de fossiele Shells en BP’s letterlijk de hele wereldindustrie op zijn kop.’

Dirk Kronemeijer begon zijn carrière in de luchtvaart, waar hij voor KLM biobrandstofleverancier SkyNRG opzette om de markt te ontwikkelen voor duurzame kerosine. Daarna begon hij voor zichzelf, met het vizier allereerst gericht op de scheepvaart, een conservatieve business waar vervuilende stookolie de norm is. “We zagen daar een grote kans, omdat de sector in tegensteling tot de luchtvaart nog nauwelijks aan vermijding van CO2-emissies had gedaan en toch een van de grootste vervuilers is.”

Tony Chocolonely

Met GoodFuels willen hij en mede-oprichter Daniel Legro de ‘Tony’s Chocolonely onder de olieboeren’ worden. Stookolie of diesel: voor elke brandstof werkt GoodFuels aan alternatieven. En dan minimaal van de tweede generatie, dus geen olie uit gewassen die voedselgewassen verdringen, maar bijvoorbeeld brandstof uit afval- en reststromen van Scandinavische bosbouw en van de papier- en pulpindustrie. “Onze oplossing bestaat uit echt duurzame ‘drop-in’ geavanceerde biofuels waarmee fossielvrij CO2 en zwavel tot nul wordt reduceerd, vergeleken met gewone stookolie.

(bron Sprout november 2018)

 

Social Impact Bond in Veldhoven: 25 banen tot dusver

 Een jaar na de start van een speciaal project in Veldhoven, waarbij private investeerders de inburgering van statushouders financieren, hebben 25 deelnemers werk. ,,We zijn blij met de eerste successen. Maar de duurzaamheid van het project moet zich nog tonen.”

Bij dat project financieren externe investeerders via zogeheten Social Impact Bonds de inburgering van statushouders. De totale investering bedroeg twee miljoen euro. Met dat geld krijgen deze vluchtelingen met verblijfsvergunning uitvoerige begeleiding en intensieve taalles, iets dat de gemeente Veldhoven zelf nooit zou kunnen betalen.

Rendement

Op het moment dat de deelnemers langer dan twee jaar aan het werk zijn, bespaart de gemeente Veldhoven geld op uitkeringskosten. Een gedeelte van die besparing gaat naar de investeerders, die zo rendement halen.

Stellen dat het project succesvol is, dat is nog te vroeg. Het is immers nog onduidelijk of de nu werkzame 25 vluchtelingen over twee jaar nog werk hebben. ,,Maar gemiddeld zijn statushouders in deze regio drie jaar bezig met inburgeren en krijgen ze acht jaar een uitkering”, zegt Van Dongen. ,,De deelnemers van het project doen het tot dusver dus veel beter dan gemiddeld.”

We zijn blij met de eerste successen. Maar de duurzaamheid van het project moet zich nog tonen.”, aldus de Veldhovense zorgwethouder Mariënne van Dongen.

In twee tranches startten in totaal 66 statushouders met het project. Behalve de groep die al werkt heeft gevonden, zitten nog 5 deelnemers op een werkervaringsplek. Van Dongen: ,,Als zij voor mei volgend jaar werk hebben, heeft zowat de helft binnen een jaar een baan.”

Controlegroep

De vraag blijft hangen of het succes te danken is aan de intensieve begeleiding of dat de economische voorspoed in deze regio ermee te maken heeft. Er is namelijk geen controlegroep; een groep statushouders, met dezelfde kenmerken, die niet meedoet en ook gevolgd wordt.

Het hele project loopt tot mei 2021. Er komen tot die tijd geen nieuwe deelnemers bij. Na afloop besluit de gemeente over een eventueel vervolg. Ondertussen kwamen minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees en zijn staatssecretaris Tamara van Ark al eens een kijkje nemen.

Overigens is voor sommige deelnemers die nog geen werk hebben gevonden ‘motivatie wel een dingetje’, aldus Van Dongen. ,,Ze moeten het wel zelf doen. Zelf een cv maken en zelf op zoek naar werkgevers.” Drie deelnemers stopten tot dusver met het project. Een vrouw werd zwanger, twee anderen verhuisden. IamNL, dat de begeleiding verzorgt, krijgt daar een aparte onkostenvergoeding voor.

(bron : eindhovens dagblad 1 november 2018)

Ecosysteem van social impact bonds

Op 2 oktober ging in de oude Fokker fabriek in Den Haag (een prachtige locatie overigens) een nieuwe social enterprise van start: Social Finance NL. Een BV, waarvan een stichting de meeste aandelen bezit en de sociale doelstellingen bewaakt. Peter Scholten was aanwezig en doet verslag voor De Dikke Blauwe.

Wat meteen bij binnenkomst opvalt is de combinatie van de ondersteunende organisaties: Oranjefonds en ABN AMRO bank. Toch niet een combinatie die je zomaar verwacht. De oprichters, Björn Vennema en Ruben Koekoek (afkomstig van Deloitte en ABN AMRO ) zorgen, samen met het team van SFNL, voor de uitvoering.

Grote vraag is natuurlijk: wat is er dan zo bijzonder aan deze nieuwe club? We hebben toch ook al Social Impact Finance? En meer van dergelijke namen?

Eigenlijk bouwt SFNL voort op de social impact bonds (SIB), het financieringsmodel dat een aantal jaren geleden ook in Nederland werd geïntroduceerd, en eerder werd ontwikkeld in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk. Kern van een SIB is: een (sociaal) ondernemer heeft geld nodig om een maatschappelijk resultaat te realiseren. Banken (Rabo, ABN) en fondsen (zoals Oranjefonds en Start Foundation) doen de financiering, en de overheid betaalt de investeerders terug op het moment dat de ondernemer het resultaat ook daadwerkelijk realiseert.

De afgelopen jaren is met dit instrument ervaring opgedaan, en Social Finance wil deze nu inzetten om – zoals men het zelf zegt – een ‘ecosysteem’ op te zetten rondom deze financieringsvorm. Netwerken van overheden, ondernemers en financiers aan elkaar verbinden. Het logo van SFNL bestaat dan ook uit een rondje (de zachte kant) en een vierkant (de harde kant) en beide moeten bij elkaar komen. De jongere generatie ondernemers moet gefaciliteerd worden om maatschappelijke resultaten concreet neer te zetten. ‘Om het verschil te maken’, hoorde ik. Hoewel ik nooit precies weet wat dat nou eigenlijk precies is…

Social Finance Nederland, de naam suggereert het al, is aangesloten bij een aantal Social Finance-organisaties in andere landen, zoals het VK, de VS. Vooral die in VK en VS zijn al aardig groot in personele omvang. Maar groot worden en veel personeel hebben is niet de eerste ambitie van SFNL: het gaat primair om het maatschappelijk resultaat.
Tot zover alles goed. Volgende vraag is: is er behoefte aan een nieuwe instelling op het gebied van financiering van het sociaal ondernemerschap?

Waarschijnlijk wel, want binnen de sector van het maatschappelijk goed doen is altijd behoefte aan meer geld, meer investeerders (impact investors) en kennis. En hoewel de initiatiefnemers aan het begin van de feestelijke lancering zeiden dat het toch vooral meer moest worden dan een SIB-machine, bleek de rest van de opening toch vooral gedomineerd te worden door verhalen over SIB’s. Waarbij de ondernemers en hun deelnemers als ‘helden’ op het schild werden gehesen…
En daar ligt een beetje het gevaar op de loer.

Ten eerste: het zal de uiteindelijke deelnemer/cliënt van een project natuurlijk om het even zijn hoe de financiering van dat project is geregeld. Met andere woorden: het unieke van de SIB (en hopelijk SFNL) is niet het feit dat de eindgebruikers nu ineens anders bediend gaan worden, maar het is de financieringsconstructie eromheen. Succesvolle deelnemers van een project als helden van Social Finance laten zien is dan misschien wat te veel emotiemarketing. Het succes zit toch vooral in het aantrekken van private geldstromen voor (sociale) ondernemers, en het creëren van grotere vrijheid voor deze ondernemers om met minder regels te ondernemen.

Ten tweede: het gaat steeds over ‘het resultaat’. Maar wat definieert men binnen een SIB als een resultaat? Dat is doorgaans een deelnemer die een baan krijgt, en daarmee de samenleving uitkeringskosten bespaart. Maar het echte resultaat is natuurlijk de mate waarin de deelnemers hun leven weer op orde krijgen, gelukkiger worden, zich volwaardig voelen. Het enkele feit dat iemand een (tijdelijke) baan heeft zegt nog niets over de vraag of het ook beter met ze gaat. Resultaat van een SIB is deelnemers-welzijn, en niet slechts een kostenbesparing voor een overheid. Hier ligt een mooie uitdaging voor SFNL om zich te onderscheiden.

Het aantal social impact bonds in Nederland groeit langzaam, maar gestaag. Enkele van de hobbels zijn echter steeds: netwerken van spelers die van nature niet altijd dezelfde taal spreken (banken, overheden en ondernemers), en kennis en beschikbaarheid van betekenisvolle ondernemers.
Als het Social Finance lukt om deze werelden bij elkaar te brengen, en dan ook nog creatieve(re) varianten te bedenken dan alleen de standaard SIB, dan is er zeker plek voor deze nieuwe organisatie. Ik weet uit eigen ervaring hoe taai dat kan zijn: de communicatie en verwachtingen van zulke verschillende stakeholders…! Om daar echt het verschil te makenis een flinke dosis energie en doorzettingsvermogen nodig. Want anders gebeurt er niet zoveel. Aan het enthousiasme van het team van SFNL zal het in ieder geval niet liggen, want dat straalt ervan af!

Ik ben oprecht benieuwd!(en ik met hem :-)!)

Bron : de Dikke Blauwe – 5 oktober 2018

Vijf start-ups en scale-ups winnen Social Impact Award van PwC

vijf bedrijven en start-ups hebben een Social Impact Award in de wacht gesleept. Het betreft: Coolfinity, GiantLeaps, Kodluyoruz (start-ups), Active Cues (scale-up) en MUMO (publieksprijs).

Accountants- en adviesorganisatie PwC organiseerde de competitie voor sociale ondernemingen – de Social Impact Lab – voor de vijfde keer. Nieuw in de 2018-editie is de toevoeging van Turkse partijen – sociale ondernemingen uit Turkije konden pitchen naast Nederlandse, Duitse en Oostenrijkse spelers. Ook is besloten om een categorie voor scale-ups in het leven te roepen. Renate de Lange, bestuurslid bij PwC, licht toe: “Sociale ondernemingen gaven aan opschalen lastig te vinden zodra zij de wind in de zeilen hebben. We willen hen hierin bijstaan en hebben daarom deze categorie toegevoegd.”

Uit een recordaantal van 194 aanmeldingen van 194 mochten 13 sociale ondernemingen hun businessplan pitchen tijdens de finaledag op 25 september. De deelnemers werden door de jury beoordeeld op een aantal prestaties, waaronder maatschappelijke impact, innovatiekracht en haalbaarheid. Uit de finalisten werden vijf uitgeroepen tot winnaar:

  • Start-up: Coolfinity heeft een koelkast ontwikkeld die met zes uur aan energie, 24 uur kan koelen. Dit apparaat kan daardoor voeding en medicijnen koelen, ook zonder stabiel elektriciteitsnet.

  • Start-up: GiantLeaps heeft de ‘GiantLeaps Impact Calculation Tool’ ontwikkeld, een geautomatiseerd hulpmiddel voor (bedrijfs)restaurants dat de klimaatimpact van het voedsel dat wordt geserveerd rapporteert, beheert en helpt verminderen.

  • Start-up: Kodluyoruz identificeert sociaaleconomisch achtergestelde, maar gedreven en getalenteerde jongeren en bereidt hen voor op een carrière in de technologiesector.

  • Scale-up: Active Cues ontwikkelt spellen voor mensen met een verstandelijke beperking, dementie of autisme. De spellen worden gespeeld met een beamer en ‘Tovertafel’, waarmee elk oppervlak een interactieve omgeving wordt met behulp van lichtprojecties.

    Publieksprijs: MUMO biedt een betaalbaar, herbruikbaar en natuurlijk alternatief voor plastic. De Mumo wrap is tot honderd keer herbruikbaar en helpt mensen om de effecten van kunststoffen voor eenmalig gebruik te reduceren.

Alle winnaars krijgen de komende periode begeleiding van PwC het gebied van netwerken, financieel advies en businessplannen. Daarnaast ontvangen ze een geldprijs: €5.000 voor start-ups, €10.000 voor scale-ups en €2.500 voor de publiekswinnaar.

De Lange: “Sociale ondernemingen zijn organisaties met een maatschappelijke missie. PwC gelooft in hun kracht. Zij gebruiken innovatieve oplossingen voor maatschappelijke thema’s. Dit sluit aan op onze eigen missie: bouwen van vertrouwen in de samenleving en oplossen van belangrijke problemen. Wij werken dan ook met sociale ondernemers samen en kunnen zo van elkaar leren. Het Social Impact Lab is hier een mooi voorbeeld van.”

(bron 23 september 2018 ConsultancyNL)

Social Enterprise Monitor 2018: groei onder ondernemende activisten

Uit het jaarlijkse onderzoek onder sociale ondernemingen wordt duidelijk dat er niet alleen goede economische resultaten behaald worden, maar ook dat sociaal ondernemers zich actief inzetten om anderen te beïnvloeden om hun missie te bereiken.

  • Groei en toename winstgevendheid
    Het aandeel winstgevende sociale ondernemingen neemt toe. 44% van de ondernemingen gaf aan over 2017 winstgevend te zijn. Naarmate ondernemingen langer bestaat zijn ze vaker winstgevend. Ook omzet (26%) en werkgelegenheid (21%) nemen sterk toe bij sociale ondernemingen.
  • Ondernemers willen gekopieerd worden
    Impact vergroten gebeurt niet alleen door meer producten of diensten te verkopen, maar ook door andere spelers zoals bedrijven en overheden te beïnvloeden. Sociaal ondernemers zijn hier actief mee bezig, maar liefst 69% wil gekopieerd worden door andere bedrijven en 52% probeert het functioneren van een hele markt te veranderen.
  • Marktomstandigheden verbeteren
    Een grote meerderheid van ondernemers (77%) geeft aan dat ‘herkenning en erkenning’ voor sociale ondernemingen de afgelopen jaren is toegenomen. Ook geven ondernemers aan dat consumenten en bedrijven impact belangrijker vinden. Beleid van de Rijksoverheid is volgens ondernemers de afgelopen jaren niet verbeterd.
  • Impact wordt uitgevraagd en gemeten
    Een ruime meerderheid van de ondernemingen (63%) geeft aan impact te meten. Dit percentage ligt iets hoger dan voorgaande jaren. Bij 75% van de ondernemingen vraagt een van de stakeholders om een impact rapportage. Een kleine groep (8%) ondernemers aan de meetindicatoren in te stellen aan de hand van de SDG’s.

Lees hier de gehele Social Enterprise Monitor 2018

(bron Social enterprise NL – september 2018)

Duurzame Dinsdag 2018 – allemaal winnaars !

Al twintig jaar op rij vieren we – in de aanloop naar Prinsjesdag – op de éérste dinsdag van september Duurzame Dinsdag: een bijzondere dag waarop duurzame ideeën en initiatieven een podium krijgen in politiek Den Haag. Dit jaar nam Staatssecretaris van Veldhoven de Duurzame Dinsdag-koffer in ontvangst vol met innovatieve en inspirerende ideeën uit de samenleving. De beste initiatieven zijn vandaag beloond met prijzen en drie personen zijn gelauwerd met een Duurzaam Lintje. Dit jaar is de Duurzame Troonrede uitgesproken door Volkert Engelsman, nummer één van de Trouw Duurzame Top 100.

De overhandiging van de koffer aan het kabinet

Traditiegetrouw is de koffer vol ideeën uit alle hoeken van de samenleving aangeboden aan het kabinet in Den Haag. Staatssecretaris Van Veldhoven (Ministerie van I & W) nam als vertegenwoordiger van het kabinet het Duurzame Dinsdag-koffertje in ontvangst. Tijdens de dialoog met Tweede Kamerleden werd gesproken over hoe de politiek kan bijdragen aan de initiatieven in de koffer en het versnellen van de transitie naar een duurzame samenleving.
De koffer bevat dit jaar maar liefst 359 ideeën en initiatieven, bijvoorbeeld op het gebied van natuur, duurzame energie en sociale innovatie. Een ander thema wat dit jaar veel terugkomt in de koffer is circulaire economie, zoals het herbruikbaar maken van bouwmaterialen. Hiermee nemen we een kijkje in de toekomst, omdat de inhoud van de koffer vaak een grote voorspellende waarde heeft.

Prijswinnaars

Aan de meest duurzame, innoverende en onderscheidende initiatieven zijn prijzen uitgereikt door de jury van Duurzame Dinsdag, onder leiding van Maurits Groen. De prijzen zijn de VHG Groenprijs, Asito Sociale-innovatieprijs, ING Circulair ondernemenprijs, Greenchoice Energieprijs, Lidl Voedselprijs en de Duurzame Dinsdag-prijs. De winnaars van de prijzen vind je hier.

Duurzame troonrede en Duurzame lintjes

De Duurzame Troonrede is dit jaar uitgesproken door Volkert Engelsman, directeur bij EOSTA en nummer één van de Trouw Duurzame Top 100. In zijn toespraak pleit hij voor het doorberekenen van de werkelijke kosten van producten. Engelsman: ‘Niemand wordt ’s ochtends wakker met het idee: laten we vandaag eens het klimaat om zeep helpen, of de kleuters in Zuidoost-Azië flink aan het werk zetten. Laten we het grondwater en onszelf eens vergiftigen met landbouwchemicaliën. En toch gebeurt het. Iedere dag. En op grote schaal. Hoe is dat mogelijk?’
Ieder jaar worden op Duurzame Dinsdag Lintjes uitgereikt aan personen die zich al jaren inzetten voor duurzaamheid. De gelauwerden van dit jaar zijn Louise Vet (NIOO-KNAW), Daan Roosegaarde (Studio Roosegaarde) en Boudewijn Poelmann (Nationale Postcode Loterij).

(bron : Duurzame dinsdag 2018)