Zes adviezen voor een meer volwassen social enterprise sector in Nederland

Het Nederlandse sociaal ondernemerschap zit de laatste jaren flink in de lift. Om de positieve beweging voort te zetten, moet er volgens PwC wel een aantal aandachtspunten worden aangepakt. In een nieuw rapport dat het kantoor onlangs presenteerde tijdens de jaarlijkse Social Capital Markets-conferentie (SOCAP), geven onderzoekers van PwC zes tips die social enterprises moeten helpen om door hun huidige ontwikkelingsfase heen te komen.

In het rapport dat De Lange presenteerde tijdens SOCAP – een driedaags internationaal evenement in San Francisco waar sociale ondernemers en impactinvesteerders samenkomen – wordt gesteld dat de Nederlandse social-enterprise-sector gedurende de groeiperiode van de afgelopen vijf jaar zijn voorbereidende en pioniersfase heeft doorgemaakt, en zich nu bevindt in de ontwikkelingsfase. Om ondernemingen te helpen ook deze fase goed door te komen stelde PwC zes adviezen op voor de sector. De tips zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en interviews met diverse partijen uit de sector.

Zes lessen

Ten eerste adviseren de onderzoekers om niet te wachten op anderen en ‘gewoon’ te beginnen: “Een van de meest in het oog springende kenmerken van de social enterprise-sector is dat deze van onderaf, bottom-up, is opgebouwd. Pioniers in alle groepen stakeholders zijn vanuit hun eigen expertise, individueel en onafhankelijk, aan de slag gegaan.” Hierbij wordt opgemerkt dat deze benadering heeft geresulteerd in een veelzijdige, ondernemende en innovatieve sector: “In andere landen is de social enterprise-sector veel homogener en meer een uitkomst van het top-down-beleid van de overheid.”

Dit betekent niet dat ondernemers alles alleen moeten doen, integendeel: de tweede tip is om samen te werken en een geïntegreerd ecosysteem te creëren waarin allerlei partijen – zoals netwerken en platforms, lokale overheden, het reguliere bedrijfsleven, onderwijs- en onderzoeksinstellingen, financiers en consumenten – een rol kunnen spelen.

“Bedrijven, scholen en universiteiten zijn zich in Nederland vroegtijdig gaan interesseren voor de sector. Hun specifieke deskundigheid op bijvoorbeeld het gebied van succesvolle bedrijfsmodellen is hard nodig voor een sector in ontwikkeling”, aldus de onderzoekers.

Wat betreft het onderwijs noemen ze ook het belang van structurele aandacht voor sociale impact. “Dit concept zou moeten worden geïntegreerd in bestaande opleidingen zoals economie, accountancy, bedrijfs- en bestuurskunde. Zelfs in het primaire onderwijs zou al aandacht en meer waardering kunnen komen voor een andere manier van (economisch) denken en waardecreatie.”

Dit hangt ook samen met het derde advies, om te zorgen voor een vruchtbare bodem: “Netwerken, bedrijven, financiers en gemeenten zijn gestart met incubator- en acceleratieprogramma’s en kennisdeling en coaching, waardoor een vruchtbare bodem is ontstaan waarop verdere groei mogelijk was en is.” Daarbij is het ook belangrijk hindernissen weg te nemen, waarbij ook een taak is weggelegd voor overheden, die bijvoorbeeld bij aanbestedingsprocedures kunnen selecteren op basis van sociale impact.

Ook binnen de vierde tip, het werken aan er- en herkenning, kan de overheid kan volgens PwC een rol spelen. “Ondanks dat het begrip social enterprise in de afgelopen zes jaar breder bekend is geworden, en sociaal ondernemers zich in toenemende mate erkend en herkend voelen, blijft dit nog steeds een aandachtspunt in Nederland”, beweren de onderzoekers. Vanuit de overheid zou voor sociale ondernemingen een eigen rechtsvorm kunnen worden gecreëerd, waarbij wel wordt opgemerkt dat de discussie over de wenselijkheid hiervan nog gaande is:

“Een juridische status vergroot de herkenbaarheid, maar kan ook belemmerend werken.” Een andere suggestie om de (h)erkenning te vergroten is het uniformeren van impactmeting: “Bewerkstelligt de social enterprise daadwerkelijk de geclaimde impact?”

Ten vijfde worden ondernemers aangemoedigd om het “anders” aan te pakken en dit ook uit te dragen: “De social enterprise-sector in Nederland zet vernieuwende oplossingen in de markt en draagt – gedreven door intrinsieke motivatie – een aanstekelijk en inspirerend verhaal uit. Daardoor weet de sector klanten en andere steun te mobiliseren.” De inzet van innovatieve technologie schept volgens PwC ook de nodige kansen om sociale vraagstukken aan te pakken: “Door de inzet van innovatieve technologie hebben veel Nederlandse social enterprises een bereik en impact die groter zijn dan hun omvang doet vermoeden en is hun oplossing over het algemeen relatief eenvoudig schaalbaar.”

De zesde tip – tot slot – is om meer te investeren in groei: “We zien in Nederland dat het aantal social enterprises is gegroeid, maar dat veel hiervan (nog) klein zijn. Opschalen blijkt een moeilijk proces te zijn. Het aantal ondernemingen dat op grote schaal impact weet te maken en ketens weet te beïnvloeden, blijft beperkt.” Om de transitie naar een nieuwe economie te versnellen moet het ecosysteem de aandacht volgens PwC (deels) verleggen naar het ondersteunen en financieren van scale-ups. Hierbij is het ook belangrijk om aantrekkelijk te zijn voor (toekomstige) medewerkers: “De toegang tot talent is heel belangrijk geweest voor de social enterprise-sector in Nederland. Groeiende social enterprises hebben echter, bijvoorbeeld door wensen op het gebied van salaris, moeite om mensen met de juiste capaciteiten te vinden voor een groeiend of groot bedrijf.”

(bron Consultancy.nl – december 2018)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *