Update impact gemeenten – ontwikkelingen Corona virus

De maatregelen tegen het coronavirus hebben voor gemeenten impact op onder meer de dienstverlening, besluitvorming, veiligheid, hulp aan ondernemers en de viering van Koningsdag. Een update van de laatste ontwikkelingen.

Gemeenten kregen zondag opdracht tot het handhaven en coördineren van de maatregelen van het kabinet. Dit ging om noodopvang voor kinderen van ouders in cruciale beroepen en sluiting van horeca en andere gelegenheden. Wat gebeurde er daarna?

Dienstverlening

Gemeenten passen hun dienstverlening aan en houden inwoners via een informatiepagina op de hoogte. Over het algemeen is het credo dat de dienstverlening zoveel mogelijk doorgang vindt, al dan niet telefonisch, digitaal, met aangepaste openingstijden of alleen op afspraak. De meeste ambtenaren werken thuis, huisbezoeken en veel fysieke afspraken gaan niet door.

Op veel plekken worden extra maatregelen getroffen. In Heerlen heeft dat bijvoorbeeld gevolgen voor huwelijksvoltrekkingen. Gratis huwelijken zijn tot en met 6 april niet mogelijk, alleen in uitzonderlijke gevallen staat de balie hiervoor open. Uitstel is ook de lijn voor betaalde huwelijken, bij uitzonderingen hierop mogen maximaal 12 mensen aanwezig zijn in het gemeentehuis. Externe locaties zoals horecagelegenheden zijn geheel taboe voor trouwerijen.

Niet zoenen

Ook Matrimonium, de vereniging voor trouwambtenaren geeft aan dat veel bruiloften in het land worden uitgesteld. De bruiloften die wel doorgaan, worden soberder, aldus bestuurslid Ilse de Zwart, trouwambtenaar in Nijkerk. ‘De bruid en de bruidegom mogen elkaar zoenen, maar bij de felicitaties doen we dat niet. We proosten met een glas, geven een hartje of een boks in de lucht, of raken elkaars ellebogen aan.’ De buitengewoon ambtenaren van de burgerlijke stand brengen geen huisbezoeken voor voorgesprekken. ‘We moeten creatief zijn. We skypen, bellen of mailen.’

Burgerzaken geldt volgens de rijksrichtlijnen als ‘noodzakelijk overheidsproces’. De Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken informeert leden via haar website en deelt voorbeelden van gemeenten om de dienstverlening aan te passen en om te gaan met cruciale processen. Dat doet de NVVB ‘ter inspiratie, niet als richtlijnen’. De vereniging noemt het wel ‘van extra groot belang dat zich in de publiekshal niet te veel mensen ophouden. Door te werken op afspraak kan hierin gestuurd worden.’

Besluitvorming

In de meeste gemeenten zijn ook de vergaderingen van de raad in ieder geval uitgesteld tot na 6 april. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) krijgt veel vragen over de effecten op de besluitvorming en trekt intensief op met de Vereniging van Griffiers en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden om de ontwikkelingen bij te houden. Het ministerie van Binnenlandse Zaken adviseert vergaderingen uit te stellen.

Als een vergadering echt noodzakelijk is, dan moet deze zonder publiek doorgang vinden. De regels voor het minimale aantal aanwezigen bij het stemmen, het quorum, blijft ongewijzigd gelden. Digitale besluitvorming is wettelijk niet mogelijk.

Veiligheid

Alle 25 veiligheidsregio’s gaan dezelfde noodverordening inzetten, hebben ze gisteren afgesproken in overleg met minister Grapperhaus. Daarmee kunnen de autoriteiten overal op eenzelfde manier snel optreden tegen overtredingen, bijvoorbeeld van gedwongen sluitingen. Dat kan meteen leiden tot een geldboete. In de praktijk vullen de veiligheidsregio’s de voorschriften wel op hun eigen manier in. In de ene streek zijn markten bijvoorbeeld verboden terwijl ze elders onder voorwaarden doorgaan.

De regio’s bepaalden in overleg met minister Grapperhaus dat coffeeshops alsnog wiet en hasj mogen verkopen aan een afhaalloket. Ze moeten wel alle hygiënemaatregelen in acht nemen die zijn getroffen vanwege het coronavirus. Zo mogen er niet te veel klanten tegelijk zijn en zij moeten voldoende afstand van elkaar houden. Het besluit is genomen om de straathandel voor wiet en hasj tegen te gaan, waar veel burgemeesters zich zorgen over maakten.

Hulp aan zelfstandigen

Dinsdagmiddag kondigde het kabinet extra ondersteuning aan voor ondernemers, ook voor zelfstandigen. Het budget begint bij 250 miljoen euro en kan de komende maanden in de miljarden lopen. Gemeenten moeten het geld verdelen. ‘Het kabinet stelt een tijdelijke, versoepelde regeling in om zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers, te ondersteunen zodat zij hun bedrijf kunnen voortzetten. De regeling wordt uitgevoerd door gemeenten,’ aldus de aankondiging.

Koningsdag

De viering van Koningsdag in Maastricht is geschrapt. Hoewel Koningsdag pas plaatsvindt op 27 april, hebben de huidige maatregelen een zo grote impact op de voorbereidingen, dat het programma niet gerealiseerd kan worden zoals beoogd, laat de gemeente weten. De ruim 300 Oranjeverenigingen gaan onderzoeken hoe zij een lokaal en veilig alternatief kunnen vinden voor de viering.

Binnenkort organiseert de Koninklijke Bond van Oranjeverenigingen een virtuele brainstormsessie om te bekijken wat wél kan. De organisatie raadt vieringen zoals koningsnacht af, net als braderieën, grote feesttenten met artiesten en manifestaties van meer dan honderd man. De huidige beperkende maatregelen gelden vooralsnog tot 6 april.

(bron Gemeente.nu -18 maart 2020)

Zes moties aangenomen om sociaal ondernemers te ondersteunen

Op 10 december stemde de Tweede Kamer over de moties die door verschillende Kamerleden zijn ingediend tijdens het notaoverleg op 2 december.

Tijdens dit overleg werd de Initiatiefnota ‘Ondernemen met een maatschappelijke missie’ van Eppo Bruins (ChristenUnie) besproken, waarin Bruins onder andere pleit voor de invoering van een BVm.

De volgende moties zijn aangenomen door de Tweede Kamer:

· Tom van der Lee (GroenLinks): …. verzoekt de regering het PBL te vragen de toegevoegde waarde van sociale ondernemingen voor Nederland in kaart te brengen. (Lees de motie hier);
· Mustafa Amhaouch (CDA): …. verzoekt de regering indien er behoefte bestaat aan een BVm deze zo in te richten dat deze publiek private samenwerking niet in de weg staat. (Lees de motie hier);
· William Moorlag (PvdA): …. verzoekt de regering sociaal ondernemerschap een plek te geven in het nieuwe ESF kader 2021 – 2027. (Lees de motie hier);
· Carla Dik Faber (ChristenUnie): …. verzoekt de regering verzoekt het kabinet te investeren in de doorontwikkeling van het Impactpad. (Lees de motie hier);
· Carla Dik Faber (ChristenUnie): …. verzoekt de regering een onafhankelijke expertgroep in te stellen die zich buigt over de belangrijkste vragen van de BVm. (Lees de motie hier);
· Carla Dik Faber (ChristenUnie): …. verzoekt de regering te onderzoeken hoe in het nieuwe inkoopbeleid meer ruimte komt voor sociale ondernemingen. (Lees de motie hier).

(bron – social Enterprise NL)

Wat een goed begin van 2020 en een flinke steun in de rug voor sociaal ondernemend Nederland vanuit de politiek.

Op naar een Impactvol 2020!

Het was een bijzonder jaar, 2019,  en we zijn nog niet toegekomen om terug te kijken. Dat komt dezer dagen.

Voor nu dank ik alle bevlogen en impact gedreven sociaal ondernemers voor jullie vertrouwen, hoe we samen hebben gedeeld en met en van elkaar hebben geleerd. Jullie werk is zo waardevol.

Dank aan al die organisaties waar ik heb mee mogen bouwen, in de keuken heb mogen kijken en samen bruggen heb gebouwd. Dank voor jullie enthousiasme en bereidheid die maatschappelijke uitdagingen met elkaar aan te gaan.

En dank ook voor die mensen waarmee ik (weer) heb mogen samenwerken dit jaar. Genoten van de gelijkwaardige en gelijkaardige verbindingen, al waren het soms ook de verschillen die ons een stapje verder brachten.
Prettig , met oog en oor voor elkaar, voor wie we zijn en onze talenten en kennis.
Fijn om met elkaar te bouwen, vanuit vertrouwen en openheid. En vergeet het plezier niet!

 

 

Voor nu wens ik jullie allen fijne feestdagen en kwali-tijd met jullie dierbaren. Want wat hebben jullie allen hard gewerkt , als ik het verlangen naar even vrij hebben om me heen hoor.
Ik deel dat verlangen en ons kantoor is dan ook gesloten van 20 december tot en met 5 januari 2020.

Een mooi rond getal en een feestelijk jaar in het vooruitzicht.
Maak er een mooi begin van, dat nieuwe jaar, en op naar een impactvol 2020!

 

 

,

Tweede Kamer wil betere (h)erkenning sociale ondernemingen

Op 2 december ging de Tweede Kamercommissie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) in gesprek over de Initiatiefnota ‘Ondernemen met een maatschappelijke missie’ van Eppo Bruins (ChristenUnie). In deze nota pleit Bruins onder andere voor de introductie van een BVm. De nota kon op veel steun rekenen van de aanwezige Kamerleden die allen concludeerden dat de (h)erkenning voor sociale ondernemingen beter moet, maar dat er meer informatie nodig is om de beste vervolgstap te bepalen.

‘En wat betekent dit voor de bakker om de hoek?’
Alle aanwezige Kamerleden (VVD, CDA, ChristenUnie, GroenLinks, PvdA en SP) kregen de kans om hun visie op de initiatiefnota te geven en vragen te stellen. Deze gingen vooral over wat de introductie van een BVm zou betekenen voor het brede MKB (‘de bakker om de hoek die de lokale voetbalclub sponsort’) en of andere instrumenten, zoals keurmerken, niet geschikter zijn dan een juridische modaliteit?

Bruins startte de verdediging van zijn Initiatiefnota met een referentie naar de eerste sociaal ondernemer van Nederland Jacques van Marken. In reactie op de vragen van Kamerleden gaf hij aan dat hij geenszins de waarde van het brede MKB wil ontkennen, in tegendeel, maar dat deze nota zich richt op de groep koplopers die hun maatschappelijke missie voorop zetten. Een modaliteit op de BV is volgens Bruins de beste oplossing, omdat dit de maatschappelijke missie juridisch borgt, bestuurders hierop aanspreekbaar maakt en een basis biedt om verschillende obstakels, zoals het ontvangen van verschillende financieringsvormen, weg te nemen.

Keijzer verwijst naar onderzoek, zeven moties ingediend
Ook Staatssecretaris van EZK Mona Keijzer reageerde op de initiatiefnota. Zij gaf aan dat het kabinet momenteel langs ‘twee sporen’ onderzoekt hoe de (h)erkenning voor sociale ondernemingen kan worden verbeterd. Momenteel worden de behoeften van ondernemers onderzocht, de resultaten hiervan stuurt de staatssecretaris februari 2020 naar de Kamer.
Aan het eind van het overleg werden de volgende moties ingediend, hierover wordt volgende week gestemd.

  • Tom van der Lee (GroenLinks): …. verzoekt de regering het PBL te vragen de toegevoegde waarde van sociale ondernemingen voor Nederland in kaart te brengen. (Oordeel Kamer)
  • Mustafa Amhaouch (CDA): …. verzoekt de regering indien er behoefte bestaat aan een BVm deze zo in te richten dat deze publiek private samenwerking niet in de weg staat. (Oordeel Kamer)
  • William Moorlag (PvdA): …. verzoekt de regering sociaal ondernemerschap een plek te geven in het nieuwe ESF kader 2021 – 2027. (Oordeel Kamer)
  • William Moorlag (PvdA): …. verzoekt de regering te onderzoeken hoe sociale ondernemingen beter in aanmerking kunnen komen voor het toekennen van overheidsopdrachten, de toegang tot publiek investeringskapitaal en vrijstelling van lasten en heffingen die geen redelijk doel dienen. (Ontraden)
  • Carla Dik Faber (ChristenUnie): …. verzoekt de regering verzoekt het kabinet te investeren in de doorontwikkeling van het Impactpad. (Oordeel Kamer)
  • Carla Dik Faber (ChristenUnie): …. verzoekt de regering een onafhankelijke expertgroep in te stellen die zich buigt over de belangrijkste vragen van de BVm. (Oordeel Kamer)
  • Carla Dik Faber (ChristenUnie): …. verzoekt de regering te onderzoeken hoe in het nieuwe inkoopbeleid meer ruimte komt voor sociale ondernemingen. (Oordeel Kamer)

De Tweede Kamer zal naar verwachting na de publicatie van het door staatssecretaris Keijzer aangekondigde onderzoek verder in debat gaan over het stimuleren van sociaal ondernemerschap.

(uit Social Enterprise NL – december 2019.

speciale kerst pop-upwinkel van ‘People made, echt waar’.

Op zaterdag 30 november opent er op de Bondgenotenlaan in Leuven een speciale kerst pop-upwinkel van ‘People made, echt waar’. Maar liefst 34 organisaties uit de sociale economie en de arbeidszorg zullen er meer dan 6.000 handgemaakte producten verkopen.

Een handgemaakt juweel, wenskaarten, een origineel kunstwerk, lekkernijen of kledij voor de allerkleinsten, dat vind je allemaal in de nieuwe kerstpop-up in Leuven. De feestelijke pop-upwinkel van People made biedt meer dan 6.000 producten aan in een hip, creatief kader van gerecupereerd materiaal.

Een warm verhaal


Elk product in de nieuwe winkel is met de hand gemaakt in Leuven en omstreken door iemand met een verhaal, vandaar de naam ‘People made’. Het gaat om mensen die door een beperking of om een andere persoonlijke reden niet (meer) terechtkunnen op de gewone arbeidsmarkt. Via de sociale economie kunnen ze toch aan de slag. “Dankzij People made bouwen we mee aan het zelfbeeld van deze mensen”, zegt schepen van handel en werk Johan Geleyns. “Hierdoor bereiken we twee belangrijke doelstellingen: we verhogen hun ondernemerszin en we verkleinen de stap naar de arbeidsmarkt”, aldus Geleyns. “In deze pop-up voel je de kracht van sociaal ondernemerschap”, vervolgt schepen voor economie Lalynn Wadera.

De pop-up winkel is open van zaterdag 30 november tot en met zaterdag 28 december in de Bondgenotenlaan 4 in Leuven, telkens van 10 tot 18 uur. Op zondagen en op 25 en 26 december is de pop-up gesloten.

Zoveel sociaal ondernemers onder een dak. Bijzonder. Mocht je een dergelijk initiatief ook weten in Nederland, laat het me weten!

Social Enterprise Monitor 2019: groei en beïnvloeding van anderen

Sociale ondernemingen, bedrijven met primair een maatschappelijke missie, groeien en willen ook andere bedrijven aanzetten tot duurzamer en/of socialer gedrag.
Meer dan de helft (56%) van de sociaal ondernemers geeft aan proactief andere bedrijven te benaderen met het aanbod kennis te delen. Ondertussen nam de werkgelegenheid bij deze bedrijven tussen 2018 en 2019 met 14% toe.
Dit en meer blijkt uit de laatste editie van de Social Enterprise Monitor, het grootste jaarlijkse onderzoek naar de ontwikkeling van sociale ondernemingen in Nederland.

Werkgelegenheid bij sociale onderneming neemt fors toe, bijna helft winstgevend

De werkgelegenheid bij sociale ondernemingen is tussen 2018 en 2019 met 14% toegenomen. Deze groei komt overeen met andere onderzoeken en eerdere edities van de Social Enterprise Monitor. Deze groei laat zien dat sociale ondernemingen naast maatschappelijke waarde ook economische waarde leveren. 42% van de ondernemingen geeft aan winstgevend te zijn, 22% draait break even en 36% verlies.

Impact reikt verder dan eigen onderneming

74% van de sociale ondernemingen geeft aan zich actief in te zetten om andere organisaties te beïnvloeden om hun impact te vergroten, dit doen ze onder andere door andere bedrijven actief te benaderen met het aanbod kennis te delen (56%) of te lobbyen bij de overheid (32%). De impact die sociale ondernemingen creëren gaat dus verder dan die direct via de verkoop van het product of dienst wordt gemaakt.

Door het aggregeren van individuele ervaringen naar collectieve signalen maken ze de omschakeling van concrete praktijk naar strategisch en duurzaam beleid/aanpak : en dit kan dan worden vertaald naar advies dat moet leiden naar een structurele oplossing. Waarbij dit duurzaam kan worden opgepakt in beleid en het op de agenda zetten bij de overheid.

Samenwerking met multinationals wordt als kansrijk en positief ervaren

44% van de sociale ondernemingen werkt op een bepaalde manier samen met een groot bedrijf en nog eens 53% van de ondernemingen ambieert dit. Deze samenwerkingen worden door sociaal ondernemers positief gewaardeerd. Dit soort samenwerkingen tussen een multinational en sociale ondernemingen kunnen in potentie een win-win situatie opleveren als de maatschappelijke gedrevenheid en innovatiekracht van een sociale onderneming wordt gecombineerd met de schaal en expertise van een multinational. Voorbeelden hiervan zijn de samenwerking tussen sociale onderneming i-did en Ikea of Closing the Loop en T-Mobile.

SDG’s staan op de radar

De duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (SDG’s) zijn relatief goed bekend bij sociale ondernemingen. 72% geeft aan bekend te zijn met de SDG’s en 48% van de ondernemers past hun strategie aan op de SDG’s of is van plan dit te doen. Dit staat in schril contrast met het regulier MKB waar 28% aangeeft bekend te zijn met de SDG’s (MKB servicedesk). Volgens het onlangs verschenen advies van de Sociaal-Economische Raad aan het kabinet blijkt bovendien dat het bedrijfsleven in het algemeen nog te weinig doet om de SDG’s te halen (zie nieuwsbericht NRC).

Samenwerking gemeente meest genoemde obstakel voor groei

De samenwerking met gemeenten is het meest genoemde obstakel tot groei, dit wordt door 32% van de ondernemers genoemd. Een belangrijke verklaring hiervoor is dat een grote groep van de onderzochte ondernemingen zich richt op bieden van werk aan mensen met een arbeidsbeperking. Hierbij zijn ze afhankelijk van de gemeente en met name de instroom van ‘mensen met aan afstand tot de arbeidsmarkt’ verloopt in veel gemeenten zeer stroef. Op hetzelfde moment waarderen ondernemers de relatie met gemeenten wel positief en steeds meer gemeenten stellen beleid op om de samenwerking met sociale ondernemingen te verbeteren. Andere vaak genoemde obstakels zijn het vinden / behouden van klanten (27%) en het feit dat het business model nieuw is en zich nog moet bewijzen (27%).

Lees hier de hele Social Enterprise Monitor 2019.

(bron Social enterpriseNL, met wat van onze eigen toevoegingen :-))

‘Buy Social’ is het nieuwe motto onder inkopers.

Het maken van deals tussen sociaal ondernemers en corporates lijkt een duidelijke win-win, maar heeft altijd nog wel wat voeten in de aarde. Sprout-expert Willemijn Verloop (Social Enterprise NL) deelt een paar belangrijke tips en ervaringen.

Grote corporates en overheidsinstellingen vergroten hun maatschappelijke impact door steeds meer in te kopen bij sociaal ondernemers. Het is een groeiende trend die laat zien dat sociale ondernemingen als leveranciers kunnen helpen met het realiseren van duurzame ambities. Het platform Buy Social stimuleert matches met impact, en via hen deel ik tips en ervaringen van beide partijen.

Om te beginnen, de 3 belangrijkste do’s voor sociaal ondernemers:

1: Maak duidelijk welk probleem je oplost voor je klant. Alleen een mooi verhaal over je impact is niet genoeg.
2: Zorg dat je een goede ingang hebt die als een ambassadeur jou kan linken aan de juiste personen. Een blij mailtje naar procurement@… gaat niet werken.
3: Accepteer dat het proces tijd kost en dat je vaak in gesprek moet met wéér een ander persoon. Niet ideaal, maar zo werkt het nu eenmaal bij de meeste grote organisaties.

Interne ambassadeurs

Tiemen ter Hoeve werkte bij een grote corporate toen hij 9 jaar geleden besloot een eigen onderneming te starten: Roetz Bikes. De fietsfabriek in Amsterdam-Noord staat vol met circulaire dames- en herenfietsen, die worden gemaakt van onderdelen van afgedankte fietsen van bekende Nederlandse fietsmerken. Tiemen heeft o.m. NS en The Student Hotel als klanten. Bij het vinden van klanten heeft Tiemen nog steeds iets aan zijn ervaring bij een corporate.

Tiemen benadrukt dat een grote deal begint bij het vinden van enthousiaste ambassadeurs binnen de corporate: “Als je mensen vindt die in jouw product of dienst geloven, wordt het makkelijker om te sparren. Al moet je als sociaal ondernemer soms ook gewoon een beetje geluk hebben met het treffen van de juiste persoon en wel zorgen dat je daarna zo snel mogelijk bij de besluitmaker aan tafel komt.’’ Zo kwam Roetz via een fanatieke stagiaire van The Student Hotel uiteindelijk aan tafel bij de inkoopafdeling van de organisatie.

Kracht van het verhaal

Tjeerd Krumpelman, hoofd Business Advisory, Reporting & Stakeholder Management bij ABN Amro, beaamt dit. Volgens hem moet je als sociaal ondernemer gebruik maken van de kracht van je verhaal en de impact die je maakt, waardoor dit zoveel mogelijk gedeeld wordt: ‘‘ABN Amro ziet sociale ondernemingen als inspiratie en voorbeeld. Gebruik je bestaande corporate klanten als ambassadeurs, zodat deze je kunnen helpen met introducties bij andere bedrijven.”

ABN Amro is bijvoorbeeld launching customer van de Sign Language Coffee Bar van Ctalents, waar dove barista’s de lekkerste koffie en thee schenken nadat je besteld hebt in gebarentaal. Volgens Tjeerd helpt Buy Social, een initiatief dat het inkopen bij sociale ondernemingen stimuleert, de bank om een goed overzicht te krijgen van het aanbod van innovatieve sociale ondernemingen. ‘Dit helpt ons om onze keten te verduurzamen. We brengen het daarom onder de aandacht van bedrijven in ons netwerk.’

En dat helpt, want inmiddels zijn PwC, de Sociale Verzekeringsbank, Hermitage, De Nederlandsche Bank en de gemeenten Amsterdam en Utrecht partner van Buy Social met als doel meer in te kopen bij sociale ondernemingen. Hun best practices staan op de site van Buy Social, evenals het aanbod van  inmiddels zo’n 200 sociaal ondernemers met meer dan 300 producten en diensten (B2B).

Denk in mogelijkheden

Eenmaal aan tafel met een grote klant is het volgens Tiemen van belang dat je goed begrijpt wie er tegenover je zit en wat je voor diegene en de organisatie kan betekenen. Alleen een mooi verhaal is in een gesprek met de inkoper niet voldoende. Vanzelfsprekend is de kwaliteit van je product cruciaal, evenals de prijsstelling. Ook is het van belang om je als ondernemer proactief op te stellen in het gesprek: ‘‘Biedt als ondernemer actief zaken aan, durf naar meer te vragen en verken de mogelijkheden om samen te werken op andere vlakken.’’ Samen met de NS geeft Tiemen bijvoorbeeld af en toe presentaties over duurzaamheid.

Niels van Buren (foto boven), die met Swink buitengewone online diensten levert door mensen met autisme, bevestigt dat: ‘‘Praat niet alleen over je sociale missie, maar juist over welke problemen je voor de klant oplost. Onthoud ook dat grote bedrijven denken in grote stappen, maar dat je altijd zelf kan voorstellen om bijvoorbeeld met een pilot of kleiner te beginnen.’’ Onder meer PwC, Accenture en De Sociale Verzekeringsbank zijn klanten van sociale onderneming Swink. Een aantal introducties bij deze bedrijven zijn voortgekomen uit de pitch-events van Buy Social.

Gedeeld gedachtegoed

PwC heeft als doelstelling om in 2030 volledig circulair en klimaatneutraal te zijn. Sociale onderneming Frank About Tea speelt hierop in door onder meer bij PwC de theekoppen te vullen met eerlijke en duurzame thee. Volgens mede-oprichter Valerie Hirschhauser is het dan ook essentieel om je propositie goed aan te scherpen op de wensen van de corporate om een samenwerking te starten.

Tot slot benadrukt Valerie dat niet iedere corporate dit soort ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen laat meewegen bij inkoop: ‘‘houdt als sociaal ondernemer je eigen belang en doelstellingen in de gaten, zodat je niet alleen als marketingcampagne bij een eenmalige inkoopactie worden ingezet.’’

Bundel de krachten

Frank About Tea werkt samen met social enterprise Moyee Coffee om zo een combipakket van koffie en thee aan te kunnen bieden. Op die manier moet je volgens Valerie meedenken met de corporate en servicegericht zijn. Een ander voorbeeld is Swink dat samen met sociale ondernemingen AutiTalent, CarpaxIT, ITvitae en Specialisterren afgelopen jaar het seminar Kracht van Autisme organiseerde.

Niels: “Tijdens dit event lieten we zien hoe wij – allemaal op een andere manier – de talenten van mensen met autisme inzetten. Naast een heel leuke middag en enthousiaste reacties, heeft het ons ook een aantal goede leads opgeleverd met bedrijven die al klant waren van de andere sociale ondernemingen.”

(bron- Sprout , September 2019)

De maatschappelijke uitdaging centraal

Op 25 september spreekt Hamit Karakus, directeur van Platform31, tijdens het Social Enterprise Overheidscongres, hét jaarlijkse congres over de samenwerking tussen sociale ondernemingen en (lokale) overheden. Karakus vertelt wat een netwerkorganisatie als Platform31 kan betekenen om gemeenten en sociale ondernemingen dichter bij elkaar te brengen.
Hoe ziet u de rol van Platform31 als het gaat om sociaal ondernemen?“Het aantal sociaal ondernemers groeit, en daarmee ook de impact die ze realiseren én de economische bedrijvigheid. Die impact kan gericht zijn op een inclusieve arbeidsmarkt, betere zorg, minder armoede of een circulaire voedselvoorziening. Wij zien kansen voor lokale overheden, om nieuwe banen te creëren of duurzaamheidsambities te realiseren. Gemeenten uit ons netwerk spelen een belangrijke rol in het bouwen van een ecosysteem voor sociaal ondernemerschap maar hebben wel handvatten nodig. We organiseren regelmatig bijeenkomsten waarin we instrumenten voor gemeenten uitlichten, resultaten delen en houden actualiteiten bij in ons kennisdossier sociaal ondernemerschap.”

“Platform31 werkt dagelijks in nauwe samenwerking met onze netwerkpartners aan de uitdagingen van stad en regio. Daarin vinden we het belangrijk dat overheden óók de bijdrage van sociale ondernemingen kennen en met deze ondernemers maatschappelijke vraagstukken het hoofd bieden. Het benutten van elkaars kennis en netwerk heeft grote voordelen. Beiden kunnen veel van elkaar leren, juist omdat ze vanuit verschillende invalshoeken naar stedelijke en regionale vraagstukken kijken. Het Social Enterprise Overheidscongres biedt een podium voor beleidsmakers en sociaal ondernemers uit binnen- en buitenland en biedt volop de gelegenheid om ervaringen uit te wisselen. Het samenbrengen van verschillende partners zit in ons DNA. Voor ons is het daarom logisch om mee te werken aan dit congres.”

Het thema van het congres is ‘de maatschappelijke uitdaging centraal’. Op welke maatschappelijke uitdaging kunnen sociaal ondernemers volgens u het verschil maken?

“Op tal van maatschappelijke uitdagingen kunnen sociaal ondernemers het verschil maken. Wat sociaal ondernemers interessant maakt, is dat ze vaak innovatief zijn en de randen opzoeken van institutionele kaders en die legitimeren door zowel maatschappelijk resultaat te boeken als financieel duurzaam te zijn. Het mooie aan het werk van veel sociaal ondernemers vind ik dat zij bijdragen aan de Sustainable Development Goals. Sociaal ondernemers weten hoe zij de stad mooier en groen maken, hoe ze statushouders kunnen helpen met inburgeren of hoe ze banen kunnen scheppen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd blijven overheden ‘eigenaar’ van de publieke taak en zullen ze een vorm moeten vinden waarin ze optimaal kunnen samenwerken met sociaal ondernemers.”

Het congres draait om ontmoeten en delen van expertise. Wie wilt u op het congres ontmoeten?“Het lijkt mij vooral mooi om getuige te zijn van ontmoetingen tussen sociale ondernemingen en gemeenten. Voor Platform31 is het belangrijk om de kennis die tijdens het congres wordt uitgewisseld mee terug te nemen naar onze organisatie. Ik laat me graag inspireren door ondernemers met een onconventionele aanpak en hoop meer te leren over de samenwerking tussen de overheid en sociale ondernemingen. Waar loopt het stroef en vooral, wat kan er beter? En ik ben benieuwd naar de lessen uit Schotland. De knelpunten die tijdens deze dag boven water komen of de verdieping die op sommige vraagstukken nodig is, kan Platform31 samen met onze partners oppakken.”

(bron; platform 31 )

Helpt een eigen naam, de BV-m, een bedrijf met missie?

Soep van afgedankte uien verkopen. Of voor een onderneming met zo’n maatschappelijk doel een eigen rechtsvorm nodig is, de bv-m, onderzoekt het kabinet. Waar lopen zulke bedrijven, voor wie geld bijzaak is, tegenaan?

Pizzeria’s, broodjeszaken en friettenten: de horecazaken in de vertrekhal van vliegveld Schiphol doen rond lunchtijd –middenin de vakantieperiode– goede zaken. Bepakte en bezakte reizigers pauzeren er even. Ook de kleine lunchroom van Soup & Bakery heeft aan klanten geen gebrek. De ene klant koopt vlug een tosti om die onderweg te verorberen, de andere neemt aan een tafeltje de tijd voor een beker soep.

De wetenschap dat de tomaten, wortels en uien gered zijn van de vuilnisbak, doet de pittige groentesoep extra goed smaken. Alle soepen van Soup & Bakery zijn gemaakt van voedsel dat is afgeschreven. Er is niets mis met misvormde of overgeschoten groente, stelt De Verspillingsfabriek, die samen met HMS Host en Amsterdam Airport Schiphol de lunchroom runt. Jaarlijks gooien Nederlanders minstens 5 miljard euro weg aan voedsel, vermeldt de website. Daarom is verspilling van voedsel tegengaan de „droom” van de organisatie.

Overschot van boeren, telers, tuinders, veilingen of reststromen van bijvoorbeeld professionele versnijders zijn welkom. Wanneer er een teveel aan groente en dergelijk op de markt komt, daalt de prijs soms flink. Groenten krijgen dan bijvoorbeeld de bestemming veevoer. De fabriek neemt ook af van telers die hun producten niet kwijt kunnen aan de supermarkt als groenten een formaat en vorm hebben die afwijken van wat er is afgesproken.

Met de afdankertjes weet de fabriek wel raad: het maakt er behalve soepen ook sauzen van. Dat doet De Verspillingsfabriek door de producten te steriliseren en pasteuriseren. De soepen krijgen een hittebehandeling waardoor (ziekteverwekkende) micro-organismen (bacteriën, gisten, schimmels) doodgaan, vertelt Bob Hutten, directeur van Hutten, de eigenaar van De Verspillingsfabriek. Het product wordt zo langer houdbaar. „Wij bereiden de soepen en sauzen koud, waarna we ze eenmalig verhitten met een steriliseerproces. Zo weten we de kwaliteit gelijk te houden aan de koelverse (gepasteuriseerde) soepen en sauzen. Onze gesteriliseerde soepen doen qua smaak dus niets onder voor een koelverse variant.”

Bij De Verspillingsfabriek heeft een aanzienlijk deel van de medewerkers een zogeheten afstand tot de arbeidsmarkt. Denken in mogelijkheden (wat kan iemand wel?) zet de fabriek daarbij voorop. Want talenten laten liggen, is ook verspilling.

Andere taal

Het aantal sociale ondernemingen zoals De Verspillingsfabriek groeit. Maar ze hebben veel uit te leggen bij banken en overheid, zegt de ChristenUnie (CU). Die partij kwam met het idee voor de nieuwe rechtsvorm bv-m. De m staat voor ”maatschappelijk.” Firma’s met een maatschappelijk doel kijken namelijk anders naar winst of rendement. En omdat bijvoorbeeld een stichting geen eigenaarschap kent, zou het lastig zijn om een lening te krijgen voor een investering. Waar loopt De Verspillingsfabriek tegenaan?

„Onbegrip, onzekerheid en een andere taal”, zegt Hutten. „Het is voor instituties, maar ook voor bedrijven, echt heel anders denken. Waarde zien wij anders. Niet alleen in geld uitgedrukt, maar ook in sociaal-maatschappelijke, ecologische en culturele opbrengsten. We zien onszelf als voorloper van het ontwikkelen van een nieuwe, bredere definitie van economie. Dit is voor veel financieel denkende mensen erg abstract. Wij denken echter dat de wereld hier mooier van wordt, mensen er gelukkiger van worden en dat hun welzijn hier uiteindelijk op vooruitgaat. Veel belangrijker is dat dan het plat najagen van meer welvaart.”

Maar ook binnen het bedrijf heeft de maatschappelijk gedreven ondernemer wat uit te leggen. „In het huidige economische klimaat is het erg moeilijk om ons financiële rendement te verhogen. Uiteraard is het voor de groei, duurzaamheid en innovatiekracht van ons bedrijf ook heel belangrijk om een gezond rendement te halen.”

Hutten vervolgt: „In het huidige fiscale stelsel word je min of meer gestraft als je je nek uitsteekt. Je bent aan dezelfde regels gebonden als ieder ander bedrijf en draagt fiscaal het volle pond af.” Terwijl een sociaal ondernemer een maatschappelijk probleem wil oplossen, zegt hij. „Logischer zou zijn om de mate waarin een bedrijf maatschappelijk impact maakt, te laten bepalen hoeveel belasting het moet betalen.”

Zuinig zijn

Maar waarin verschilt sociaal ondernemen dan van maatschappelijk verantwoord ondernemen? Hutten ziet een verschil tussen verantwoord en verbéterend ondernemen. Dat laatste is het doel van De Verspillingsfabriek. „Maatschappelijke relevantie heeft altijd al in de ondernemerscultuur gezeten van het nu 90 jaar oude bedrijf Hutten. Het is een diep geloof om zuinig te zijn op mens, natuur en cultuur.”

Coöperatie

Is een eigen juridische status voor sociale ondernemingen nodig? Hutten staat niet vooraan om de status aparte van de bv-m in ontvangst te nemen. „Met De Verspillingsfabriek willen we een goed bedrijf neerzetten. Dat doen we nu zelf, binnen de huidige wetgeving.” Niettemin ziet hij wel wat in een coöperatie, een samenwerkingsverband. Wel onder de voorwaarde dat onderwijs, overheid en ondernemingen daarin samen de handen ineenslaan. „In het geval van De Verspillingsfabriek betekent dat dat zij samen de filosofie van de fabriek zouden omarmen om gezamenlijk het probleem van verspilling op te lossen. Met ontwikkeling (onderwijs), overheid (subsidie) en ondernemingen (operationeel) zou dan een coöperatie mogelijk worden die financieel zelfstandig kan opereren.”

De Verspillingsfabriek wil in de toekomst fors uitbreiden, zegt Hutten. „Op dit moment verwerken we per jaar zo’n 500.000 kilo aan reststromen. Het aanbod is echter vele malen groter, wel tientallen miljoenen kilo’s. Om die hoeveelheden te kunnen verwerken, willen we binnen vijf jaar de capaciteit van de fabriek vergroot hebben”, zegt Hutten. Door opschaling wordt de prijs ook aantrekkelijk voor supermarktketens, denkt hij. Dat brengt de consumentenmarkt dichterbij. „We kunnen dan ook meer partners aantrekken die willen samenwerken om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werk te geven.”

Onderzoeker: Effect lastig vast te stellen

„Ik geloof niet in een aparte rechtsvorm voor sociale ondernemingen”, zegt Carly Renou, verbonden aan het Impact Centre Erasmus in Rotterdam. „Het is namelijk niet gemakkelijk vast te stellen –als het al mogelijk is– wat de beste manier is om maatschappelijke doelen na te streven. En wanneer een onderneming dit wel of niet voldoende doet.” Daarnaast is het niet zo zwart-wit vast te stellen of een bedrijf een sociale onderneming is: de verhouding van het nastreven van maatschappelijk en financieel rendement verschilt van onderneming tot onderneming.

Ter illustratie noemt Renou een denkbeeldig bedrijf met duizend personeelsleden, waarvan zestig mensen een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Ze vergelijkt die met een denkbeeldige andere firma, kleiner, die voornamelijk mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst neemt. Als dat ook om zestig personen gaat, is het aantal mensen met een arbeidsbeperking dat aan werk geholpen wordt, op zichzelf bezien evengroot. „Is het ene model per se beter dan het andere? Dat lijkt mij van niet.”

Wat een bijzondere rechtsvorm wel zou kunnen bieden volgens haar: „Meer erkenning, soepelere samenwerking met overheden en andere partijen. Omdat het dan duidelijker is welke doelen de organisatie nastreeft”, aldus Renou.

Gebrek aan kennis en beleid bij overheden in het algemeen, maar vooral bij inkoopprocedures, zit volgens de onderzoekster sociaal ondernemers vaak in de weg. Ze bevestigt dat het krijgen van financiering ook vaak lastig is. „Niet alleen geld van banken, maar bijvoorbeeld ook subsidie om te kunnen groeien, leren of experimenteren.” Een derde belemmering: inzicht krijgen én houden op de geboekte maatschappelijke resultaten is niet eenvoudig. Een heel andere uitdaging is meer intern: „Hoe maak je een keuze tussen zo groot mogelijk worden –en dus iets meer op financiën sturen– en maatschappelijke doelen bereiken? Kies je voor meer winst zodat je sneller groeit en meer bereikt, of kies je voor een zo groot mogelijk effect op doelgroepen binnen je bereik?”

Moeten ook andere niet-commerciële bedrijven zoals kinderopvang als sociale ondernemingen worden beschouwd? „Voor mij is een sociale onderneming niet hetzelfde als een organisatie zonder winstoogmerk. Sociale ondernemingen kunnen prima winst maken. Die winst wordt bijvoorbeeld gebruikt om investeerders terug te betalen en extra activiteiten te ontplooien. Denk aan campagnes, donaties aan doelen, verdere groei van het bedrijf.”

ABN AMRO: Bv-m biedt nauwelijks soelaas

Eric Buckens, directeur van het ABN AMRO Social Impact Fonds, ziet een verschuiving in het denken over sociale ondernemingen. Niet alleen bij banken, maar ook bij andere grote ondernemingen zoals Philips en Danone.

Bij het beoordelen van financieringsaanvragen kijken banken behalve naar de financierbaarheid, steeds vaker ook naar de kosten en opbrengsten van sociale en duurzaamheidsdoelen. Ook ontwikkelen banken al steeds meer mogelijkheden om sociale bedrijven te financieren. Als voorbeelden daarvan noemt hij investeringsfondsen zoals het ABN AMRO Social Impact Fund. „De afgelopen jaren komen sociale ondernemingen steeds vaker met slimme bedrijfsmodellen op de markt”, zegt Buckens. „Veel sociaal gedreven ondernemers hebben een geschikt verdienmodel. Ze zijn zowel in staat om hun sociale doelstellingen te halen als commercieel en financieel succesvol te zijn.”

Volgens Buckens is er behoefte aan herkenbaarheid van sociale ondernemingen en afbakening van het begrip. Maar hij betwijfelt of een eigen rechtvorm noodzakelijk is.

Bovendien zou de bv-m zelfs ook averechts effect kunnen hebben, zegt hij. Criteria kunnen juist ook beperkingen tot effect hebben in de nodige handelingsruimte voor het bedrijf en onnodig papierwerk en bureaucratie.

Over het algemeen liggen belemmeringen voor de ontwikkeling van sociale ondernemingen meer in kennis en denken binnen bedrijven en de cultuur van traditionele marktpartijen. En: „Onbekend maakt onbemind.” Verder zit soms de marktstructuur van een bepaalde sector in de weg. Dat is volgens Buckens te zien in bijvoorbeeld de lastige concurrentiepositie van biologische supermarkten. „Belemmeringen liggen minder in tekortschietende regelgeving of onvoldoende fiscale mogelijkheden.” Buckens ziet wel een oplossing in de Code Sociaal Ondernemen, die momenteel ontwikkeld wordt. „Dat draagt bij aan definiëring en herkenbaarheid, maar heeft niet de beperkingen van een eigen rechtsvorm.”

(bron- Reformatorisch dagblad , Gertina Heger)

Nieuwe organiseerprincipes dragen bij aan duurzaamheidstransitie

Ondernemers kunnen een belangrijke rol spelen bij het vinden van creatieve oplossingen in de duurzaamheidstransitie, mits zij daarbij effectief samenwerken met een veelvoud aan stakeholders binnen zogenoemde business- en maatschappelijke ‘ecosystemen’. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Monique de Ritter aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De Ritter promoveert op haar onderzoek naar ‘Mission-driven Entrepreneurship in Ecosystems for Sustainable Systems Change’, oftewel missie-gedreven ondernemerschap in ecosystemen voor duurzame systeemverandering.

Veel gangbare organiseerprincipes, zoals hiërarchie en strikte functieverdeling passen echter niet goed bij huidige maatschappelijke vraagstukken. Vanuit deze veronderstelling heeft Monique de Ritter een vijflagenmodel ontwikkeld, gebaseerd op de principes van systeemdenken. In haar proefschrift is er speciale aandacht voor het mesoniveau (het ecosysteem). Dat is de onmisbare schakel die het microniveau (individuele missie-gedreven ondernemers) en het macroniveau (duurzame systeemverandering) met elkaar verbindt. Missie-gedreven ondernemers zijn inspirerende ‘change agents’ in het systeem, waarbij hun onderneming het vehikel voor verandering is.

Voor grootschaliger systeemverandering naar een duurzamer economie is het nodig samen te werken in ecosystemen. Het idee hierbij is dat er een vergaande samenwerking ontstaat tussen uiteenlopende organisaties, zowel uit de private als de publieke sector, zowel grote bedrijven en kleinere ondernemers. Deze organisaties overschrijden daarmee de grenzen van de traditionele industrieën en zijn in plaats daarvan georganiseerd rondom een specifiek vraagstuk of thema.

Diversiteit en grensoverschrijdend samenwerken

Het samenwerken in ecosystemen is gebaseerd op andere organiseerprincipes. Een belangrijk principe is de verschuiving van onderlinge competitie en hiërarchie naar grensoverschrijdende samenwerking. Die moet niet alleen plaatsvinden met partijen die vergelijkbaar of gelijkgestemd zijn, maar juist met een grote diversiteit aan partijen, groot en klein, publiek en privaat. Het is belangrijk een duidelijke ecosysteembouwer/ontwerper te hebben die een voortrekkersrol vervult en die andere partijen bij het proces betrekt.

Daarnaast moet er een gemeenschappelijke en overtuigende visie zijn, die de partijen met elkaar verbindt om gezamenlijk actie te ondernemen. Ook is het belangrijk bij het werken in netwerken dat de ‘structuren’ van samenwerking flexibel zijn en kunnen wisselen tijdens het proces, in tegenstelling tot de meer vaste rolverdeling in traditionele organisaties.

De Ritter heeft voor haar onderzoek missie-gedreven ondernemers geïnterviewd en daarnaast georganiseerde netwerken en ecosystemen bestudeerd, zoals Powered by MeaningSocial Impact Factory en Holland Circular Hotspot. Uit haar onderzoek blijkt dat ecosystemen de bouwstenen vormen voor een nieuwe ondernemende economie. Het samenwerken in ecosystemen is gebaseerd op andere organiseerprincipes.

(bron:CM, augustus 2019)