Hoe Social Enterprises hun impact vergroten op de Duitse markt

Nederlandse impact-ondernemers weten de weg naar Duitsland te vinden, schrijft Willemijn Verloop. Zo maken zij hun chocola, ijs, zeep en spijkerbroeken groot bij de oosterburen.

’De bierdrinkers kiezen al bewust voor groen en sociaal, de wijndrinkers moeten nog volgen.’’ Volgens Bert van Son, oprichter van het circulaire spijkerbroekenmerk MUD Jeans, was de stap naar Duitsland een logische keuze.

Bij de Duitse consument staan morele waarden en duurzaamheid hoog in het vaandel, waardoor ze wel wat extra euro’s over hebben voor een duurzaam product. De Nederlandse consument daarentegen stelt helaas nog vaak het prijskaartje van het product voorop. Een rondje langs Nederlandse sociaal ondernemers die recent zaken zijn gaan doen met de bewuste bierdrinkers toont een vergelijkbare trend.

De grensoverschrijders

Naast MUD Jeans maken steeds meer sociaal ondernemers de stap richting Duitsland om de afzetmarkt te vergroten. Het team bij Social Enterprise NL, de netwerkorganisatie en aanjager van de groeiende beweging van sociaal ondernemers in Nederland, zag het afgelopen jaar een flinke toename in het aantal ondernemers dat de Duitse markt betreedt.

Bijvoorbeeld SeepjeChocolatemakersNICE en Yumeko hebben recent die stap gezet. Niet alleen vanwege de bewuste vraag van de Duitse consument, maar ook simpelweg omdat ze als ondernemers de grens van de afzetmarkt in Nederland vrij snel bereikten.

Op iedere hoek een bio winkel

Door de groeiende vraag van de Duitse consument is de afzetmarkt voor biologische producten in Duitsland groot.

Elisabeth Weerman, mede-oprichter van biologisch fruitijsjes merk NICE vertelt: ‘’In Duitsland vind je op iedere hoek van de straat wel een bio-winkel”. Ook zijn er veel grote biologische supermarktketens waarmee je als ondernemer kan samenwerken. Zo liggen zowel Seepje als NICE in de schappen van de 130 filialen van Alnatura Super Natur Markt.

Hoe ze daar zijn gekomen? Jasper Gabrielse van Seepje, een social enterprise die natuurlijke was- en reinigingsproducten van vruchtenschillen uit Nepal maakt, stuurde als eerste stap gewoon een berichtje via LinkedIn naar een contactpersoon bij Alnatura.

De beurs op

Voor NICE begon het Duitse avontuur met een treinreis en koelboxen gevuld met ijsjes richting Berlijn. De ondernemers geven aan dat je product verkopen in de grote steden als Berlijn, Frankfurt en Düsseldorf een stuk makkelijker is dan in bijvoorbeeld Oost-Duitsland om te beginnen.

Weerman: “Bezoek de winkels om inzicht te krijgen in het aanbod, regel van tevoren afspraken en laat mensen vooral kennismaken met je product.’’ Volgens Weerman is Duitsland ook een echt beurzenland. Veel eerste samenwerkingspartners haalden zij binnen via de beurs Bio-Süd. Vervolgens kregen ze via hen de kans om met hun stand op exclusievere beurzen te staan en daar weer nieuwe klanten aan te trekken. Die beursroute zien we bij veel bij Social Enterprise NL aangesloten ondernemers.

Een vliegende (fietsende) start

Ook Chocolatemakers laat ons zien dat Duitsland binnen handbereik is. Onlangs reden honderddertig Duitse fietsfanaten 18.000 repen chocolade van Chocolatemakers naar Duitsland om te bezorgen bij Duitse winkeliers.

Een fietsende start richting Duitsland van oprichters Enver Loke en Rodney Nikkels, die met Chocolatemakers een volledig duurzame alternatieve cacaoketen willen realiseren voor betere chocolade en een betere wereld. Volgens Enver is het simpelweg van belang om de tijd te nemen: ‘’Praat of leer Duits, begin klein en ken de markt.’’ Het klinkt eigenlijk allemaal zo logisch.

Kritische vragen

Wat zit er precies in het product? Waarvan is de verpakking gemaakt? Hoe is het product getransporteerd? De vragen vliegen de ondernemers om de oren. De Duitse consument is namelijk bereid meer te betalen, maar ook een stuk kritischer. Je moet in Duitsland nóg meer communiceren over de totstandkoming van je product of dienst dan in Nederland.

Waar en hoe beantwoord je al deze vragen? Volgens de koplopers formeler en op andere communicatiekanalen dan in Nederland: focus je minder op Facebook en LinkedIn, vertel je verhaal op Instagram, vogel Xing (een populair zakelijk netwerk in Duitsland) uit en houd rekening met meer formaliteit in de communicatie.

Regels, regels, regels

Uiteraard zijn de regels en procedures in Duitsland streng en weer anders dan in Nederland. De bierdrinkers vermijden graag onzekerheid en Duitse bedrijven leggen dan ook graag alle gemaakte afspraken tot in de puntjes vast.

Bij de overstap naar Duitsland kreeg Seepje hulp van de Duits Nederlandse Handelskamer (DNHK) en MUD Jeans van de Rijksdienst Ondernemend Nederland. Ook NSBO’s, Netherlands Business Support Officies (NSBO’s) in Duitsland helpen ondernemers onder andere op het gebied van regelgeving en subsidies verder.

Vertrouwensband

Tot slot een veelvoorkomende, maar relevante tip: ga zelf de grens over, neem een Duitse agent aan of iemand binnen je team die zich op Duitsland focust. Leg het niet in handen van een distributeur, want een goede vertrouwensband is van groot belang wanneer je de stap over de grens richting Duitsland zet.

(Bron : Sprout – juni 2019 )

Social Impact Bonds viert vijfjarig jubileum – terugblikken en vooruit kijken

Nederland is wereldwijd een van de koplopers op het gebied van Social Impact Bonds (SIBs). Vijf jaar geleden werd deze vernieuwende manier om maatschappelijke problemen aan te pakken vanuit het Verenigd Koninkrijk naar ons land gehaald. De eerste SIB van Nederland werd in Rotterdam gelanceerd, daarna volgden er nog tien.

Bij een Social Impact Bond voorzien (maatschappelijke) investeerders (zoals het Oranje Fonds) een sociaal initiatief van werkkapitaal om een maatschappelijk probleem te bestrijden. Op basis van de uitkomsten van het initiatief, wordt de investeerder uitbetaald door de overheid. Een SIB is dus een partnership tussen een of meerder overheidspartijen, uitvoerders en investeerders. Tijdens een jubileumdiner in het Rotterdamse Stadhuis op 8 april 2019 werd, samen met de grondlegger van de SIB, sir Ronald Cohen, teruggeblikt op de afgelopen vijf jaar en gekeken naar de toekomst. Ook werd aan staatssecretaris Van Ark door Social Finance NL een rapport gepresenteerd met de belangrijkste conclusies en resultaten van vijf jaar Social Impact Bonds in Nederland.

Hoe werkt een social impact bond?

Om een maatschappelijke uitdaging aan te pakken wordt allereerst een contract gesloten tussen drie partijen: overheid, sociaal ondernemer en investeerders. Hierin zegt de overheid toe een bepaald rendement te bieden voor een vooraf gedefinieerd gunstig resultaat met sociale impact. Op basis van het contract haalt de intermediair vooraf geld op bij investeerders. De sociaal ondernemer ontvangt het benodigde werkkapitaal om het gespecificeerde resultaat te kunnen bewerkstellingen en gaat aan de slag. Uiteindelijke bepaalt een onafhankelijke evaluator in welke mate de vooraf gedefinieerde resultaten zijn bereikt. De overheid betaalt op basis daarvan via de intermediair de investeerders uit.

Een van de voordelen van SIB’s is dat overheden kunnen investeren in maatschappelijke projecten zonder zelf het financiële risico te dragen. Private investeerders kunnen investeren met de kans op financieel rendement. Social Finance NL speelt hierin ook een rol; zij adviseert bij de ontwikkeling van de SIBs en resultatenfondsen (een fonds, gevuld door overheden of filantropen waaruit meerdere maatschappelijke initiatieven worden gefinancierd), en helpt sociaal ondernemers hun impact inzichtelijk te maken met een kosten-batenanalyse.

Sir Ronald Cohen

Speciaal voor de gelegenheid was sir Ronald Cohen, voorzitter van de Global Steering Group for Impact Investing, een van de leiders van de mondiale impactinvestingsector én grondlegger van SIB’s, naar Nederland gekomen. Overdag was hij in gesprek met staatssecretaris van Ark en minister van Financiën Wopke Hoekstra over hoe SIB’s de manier waarop de Britse overheid maatschappelijke vraagstukken oplost, heeft veranderd en hoe dit ook in Nederland gerealiseerd kan worden. Tijdens het diner is sir Cohen keynotespeaker. Samen met onder anderen gedeputeerden, de drie grootbanken, de Rotterdamse wethouder Richard Moti, een van de oprichters van Social Finance NL Ruben Koekoek en Leo van Loon, oprichter en bestuurder van Buzinezzclub Rotterdam en SIB’s Rotterdam, wordt teruggekeken op vijf jaar Social Impact Bonds. De balans wordt opgemaakt, plannen worden gemaakt.

Sir Cohen opent de avond met te zeggen dat hij er trots op is dit bijzondere jubileum te mogen vieren, samen met de pioniers op het gebied van de Nederlandse SIB’s. ‘Nederland is het derde SIB-land en Rotterdam kent zijn problemen met werkeloosheid en immigranten. Dat hier de eerste SIB werd opgezet, is dan ook niet verwonderlijk. Maar we zien dat we overal ter wereld te maken hebben met armoede en de gevolgen daarvan. De armen worden armer, de rijken rijker en de overheid heeft daar tot nu toe niet veel aan kunnen veranderen. We zien ook dat filantropen al een eeuw lang proberen iets aan dit probleem te doen en dat ze hun werkwijze willen professionaliseren. Maar het probleem van deze groep is dat ze noch het geld, noch de middelen hebben. Ze hebben geld van investeerders nodig. Een Social Investers Bank en Social Finance was de oplossing, geïntroduceerd in 2007.

Als we sociale issues willen aanpakken, dan moeten we geld van investeerders linken aan goede doelen. Een innovatieve oplossing.

Dat het jubileumdiner werd gehouden in Rotterdam is niet voor niets; de eerste SIB in Nederland werd in de havenstad op 19 december 2013 ondertekend. Hier investeerden Start Foundation en ABN AMRO samen 1.050.000 euro in de Buzinezzclub. Deze organisatie streeft ernaar jonge Rotterdammers met een uitkering aan een baan, opleiding of eigen onderneming te helpen. En dat was hard nodig: in 2013 liet Rotterdam een van de hoogste percentages werkloosheid zien; maar liefst 13 procent. Onder jongeren tussen de 18 en 27 jaar was dit percentage nog hoger. Om deze situatie aan te pakken tekende de gemeente een SIB-contract voor de duur van 2013 tot 2017 met investeerders ABN AMRO Social Impact Fund en Start Foundation en met dienstverlener de Buzinezzclub.

Oprichter en bestuurder Leo van Loon is een van de sprekers deze avond en is trots op het behaalde resultaat met de SIB: ‘Maar liefst 72 procent van de deelnemende jongeren is de uitkering uit. We kwamen hier in Rotterdam jongeren tegen die vast hadden gezeten, van school waren gegaan. Maar ze hadden wel dromen. Ze wilden een bedrijf opstarten, maar wisten niet hoe. 240 jongeren hebben we een intensief traject laten doorlopen, met groepstrainingen, workshops en stages. Ze konden gebruikmaken van een uitgebreid netwerk, kregen persoonlijke coaching van professionals uit het werkveld en werden ook na hun tijd bij de Buzinezzclub nog een jaar begeleid. Natuurlijk ben ik ook trots op de jongeren zelf, zij hebben de sprongen gemaakt. Niet alleen omdat ze een plekje in de maatschappij hebben gevonden, maar ook door de sprong vooruit in hun opleiding; een kwart van de jongeren die terug naar school ging, stroomde via een zijroute het hbo in.

‘Is there life after the SIB? Bij ons wel, je bent member voor het leven. Er zijn terugkomdagen en events. Wie terugvalt, gaat opnieuw het traject in. Maar dan beginnen we bij stap 8 in plaats van stap 1. We zien onszelf als carrièrecoach voor de onderkant van de samenleving. Het is fantastisch om te zien dat de SIB zich in ons geval heeft bewezen; er was een significante afname van het aantal uitkeringsdagen en na afronding van het project ontvingen de investeerders 12 procent jaarlijks rendement.’

Oranje Fonds

Anne Maljers van het Oranje Fonds is ook een van de aanwezigen deze avond. ‘Wij moesten als goededoelenfonds wel even goed nadenken of we mee wilden doen. Maar we zagen dat een hele nieuwe groep ondernemers opstond die de sociale problemen wilden aanpakken; de sociale ondernemers. Een andere manier van werken vraagt om een andere manier van financiering. Die ondernemer komt vragen of je in zijn onderneming gelooft, en of je iets wilt bijdragen in de investering. Wij geven normaal gesproken ons geld weg en willen resultaten terugzien, geen geld. Toch vonden we dit een goed idee. De overheid financiert een hoop niet, dus om als Oranje Fonds een deal te sluiten met de overheid is een goede overweging. En ons vermogen kunnen we goed laten werken voor de te behalen sociale doelstelling als we een stukje van dit eigen vermogen als investeringskapitaal ter beschikking stellen. Derde reden is dat overheden voor preventie geen geld beschikbaar stellen. Fondsen willen die innovatie wel aangaan en wij willen die preventie wel financieren. Natuurlijk willen we ook graag weten wat dat oplevert hoe je dat meet, zijn we nu met elkaar aan het uitvogelen.

Maijers: ‘Het hogere doel van het Oranje Fonds is om het welzijn van alle inwoners in het Koninkrijk der Nederlanden te bevorderen. Willen we helpen, dan moeten we kijken naar de financieringsinstrumenten die passen bij het vraagstuk. Hebben we met Social Impact Bond hét instrument uitontwikkeld? Ik denk nog niet. We zijn hierover nog veel aan het leren, ook van de UK. Er valt nog een hoop te ontwikkelen. Ik hoop dat we dat met elkaar kunnen blijven doen. Niet uit concurrentieafweging, maar met het hogere doel waar we allemaal naar streven en waar we allemaal achter staan.’

(bron : vakblad fondsenwerving – juni 2019)

Onderzoek helpt sociale ondernemingen met groeiambities

Hogeschool Utrecht, hogeschool Windesheim Flevoland en twintig sociaal ondernemers deden onderzoek naar groeiambities. Veel sociale ondernemingen hebben moeite hun groeiambities te realiseren. Wat zijn de belemmerende factoren? En wat is er aan te doen?  Op die vragen is naar een antwoord gezocht. Vorige week werden de resultaten gepresenteerd.

Belemmeringen

“Een fietsenstalling die betaald werk op maat levert voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, een creatief bureau dat met ‘drop-outs’ werkt, een constructiebedrijf met gebarentaal als voertaal: allemaal voorbeelden van sociaal ondernemerschap. Balancerend tussen ondernemerschap en maatschappelijke impact hebben deze bedrijven vaak moeite hun groeiambities te realiseren”, zo schrijft Windesheim Flevoland. “In hun onderzoek hebben de HU en Windesheim Flevoland (lectoraat Nieuwe Arbeidsverhoudingen) sociaal ondernemers bevraagd over de ervaren belemmeringen voor groei. Eén probleem bleek goede bemensing: het is lang niet altijd eenvoudig om goede coaches, begeleiders en mensen in staffuncties te vinden. Terwijl deze functies bij een sociale onderneming doorgaans intensief zijn, zijn de arbeidsvoorwaarden vaak niet concurrerend met die van reguliere ondernemingen. Een gevolg hiervan is dat de sociaal ondernemer vaak veel extra werk zelf moet doen”.

Externe belemmeringen

“Er zijn ook externe factoren die de groeiambities van sociale ondernemingen frustreren. Zo is een soepele, laagdrempelige instroom van de doelgroep – via instituties als het UWV en via gemeenten – een voorwaarde voor opschaling”.

In dit rapport worden de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek samengevat.

Bron: Windesheim Flevoland

Kabinet verkent haalbaarheid nieuwe rechtsvorm sociale ondernemingen

De ministerraad heeft besloten om de regelgeving en het speelveld voor ondernemingen met sociale of maatschappelijke doelen actief te gaan verbeteren. Staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken en Klimaat start daarom met een onderzoek naar de wenselijkheid van de introductie van een nieuwe rechtsvorm voor deze bedrijven.

Sociale ondernemingen zijn van belang voor de maatschappij, omdat zij een rol spelen bij het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken op het terrein van bijvoorbeeld energie en klimaat, zorg, onderwijs en veiligheid in binnen- en buitenland. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat een betere erkenning en herkenning van sociale ondernemingen sociaal ondernemerschap stimuleert.

Staatssecretaris Mona Keijzer (EZK): “Ondernemers, maatschappelijke organisaties, onderzoekers en de politiek vinden allemaal een verdere verkenning van de behoeften van sociale ondernemers en de mogelijkheden voor betere (h)erkenning van deze bedrijven  noodzakelijk. Daarom gaat het kabinet actief aan de slag met dit vraagstuk, omdat dit van belang is voor zowel onze maatschappij als onze economie. Ik betrek hierbij ook het initiatief vanuit de Tweede Kamer om de Code Sociaal Ondernemen wettelijk te verankeren.”

Het kabinet gaat breed aan de slag met de opgave om sociaal ondernemerschap te versterken. Staatssecretaris Keijzer, minister Dekker voor Rechtsbescherming, minister Kaag voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werken hierbij samen.

Nieuwe rechtsvorm voor sociale ondernemers verkennen

Sociaal ondernemers kunnen op dit moment voor dezelfde (rechts)vormen kiezen als elke andere ondernemer. Het kabinet gaat de introductie van mogelijk nieuwe varianten, zoals een bv-m, verkennen. Het invoeren van een nieuwe (variant van een) rechtsvorm is een juridisch ingrijpende maatregel, waarvan alle implicaties op dit moment nog onvoldoende kunnen worden overzien waardoor eerst aanvullend onderzoek nodig is.

Initiatiefnota Tweede Kamer wettelijk verankeren Code Sociaal Ondernemen

Het Tweede Kamerlid Bruins (ChristenUnie) heeft in september 2018 een initiatiefnota over dit onderwerp ingediend.  Hierin verzoekt hij het kabinet om naast de introductie van een andere rechtsvorm ook te onderzoeken of de zogenoemde Code Sociale Ondernemingen, op een vergelijkbare wijze wettelijk verankerd kan worden als de Corporate Governance Code.

IGNITE Award zoekt startende sociaal ondernemers in Oost-Nederland

De IGNITE Award is dé prijs, die regionaal sociaal ondernemerschap stimuleert. Deze prijs daagt ondernemers uit om met hun business idee een échte sociale verandering in gang te zetten.

Investering van €100000

Dit jaar staat de schijnwerper op Gelderland en Overijssel. Deelnemers maken kans op professionele begeleiding in het versterken van hun sociale onderneming én een investering van €100.000. Aanmelden kan tot en met 12 juli via IGNITEaward.nl.

Social Startups

Sociaal ondernemers bedenken slimme oplossingen voor maatschappelijke problemen en ondernemen om de wereld om hen heen te verbeteren. Maar om als sociaal ondernemer echt impact te maken, is een gedegen plan nodig waarin sociale en financiële doelen met elkaar in balans zijn. De IGNITE Award zet daar op in en versterkt de impact van social startups door coaching en begeleiding te bieden in een intensief trainingstraject van negen weken.

Goede basis

“Door ons traject stellen wij startende sociaal ondernemers in staat een goede basis te creëren voor hun onderneming. De haalbaarheid van plannen wordt getoetst en we verbinden hen aan ons bredere netwerk van experts. In heel korte tijd zorgen we er voor dat hun ondernemingen versterkt worden.” aldus Leoni Delsink van het Anton Jurgens Fonds, initiatiefnemer van de IGNITE Award.

Ideeën met grote maatschappelijke impact

De IGNITE aanmeldprocedure is eenvoudig: geef antwoord op tien bedrijfsvragen en maak een korte videopitch die uitlegt op welk maatschappelijk probleem de social enterprise zich richt en hoe er een blijvende oplossing wordt geboden voor dit probleem.

“Ook als je al even bezig bent met je sociale onderneming kun je je aanmelden. De grens ligt bij twee jaar actief. Je zit dan nog steeds in een fase waarin je een heleboel dingen moet uitdenken en ons coachingstraject kan je daar zeker bij helpen,” aldus Delsink.

De belangrijkste voorwaarde om mee te kunnen doen aan de IGNITE Award: stel maatschappelijke winst voorop en bereik dit doel op een financieel duurzame manier. De focus van de inzendingen moet liggen op één of meerdere van de volgende sociale impact thema’s: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, verbeteren van sociale cohesie en eenzaamheid en/of uitsluiting terugdringen.

Selectie en finale

Uit alle aanmeldingen worden begin september de zes meest veelbelovende kandidaten geselecteerd. Onder begeleiding van coaches en trainers werken de finalisten in negen weken aan het versterken van hun businessplannen. Tijdens het slotevent op 7 november bepaalt een vakjury wie de winnaars worden van de IGNITE Award 2019.

Hierbij letten zij op de combinatie van sociale impact en financiële haalbaarheid. Daarnaast maakt de jury een inschatting van de potentie van de onderneming. De 1e prijs bedraagt €100.000 en de 2e prijs € 50.000.

 

ITvitae biedt jongeren met autisme een toekomst

Een bemiddelingsbureau dat zich met succes heeft toegelegd op het bemiddelen van jongeren met autisme is ITvitae; 224 ICT-talenten met hoogfunctionerend autisme die aan de zijlijn stonden, zijn in de afgelopen vijf jaar door ITvitae opgeleid, gecoacht en naar werk bemiddeld bij grote werkgevers en vele MKB-bedrijven.

Afgelopen week was  de NVA Autismeweek 2019. In de NVA Autismeweek 2019 vraagt de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) extra aandacht voor de ongeveer 200.000 mensen met autisme in ons land. En die extra aandacht is hard nodig, ook op de arbeidsmarkt. Met die extra aandacht slaagt ITvitae er bijvoorbeeld in getalenteerde jongeren met autisme via een ICT-leertraject naar Werk op te leiden en aan de slag te gaan als ICT-professional. In het deze week verschenen Social Impact Verslag presenteert ITvitae de resultaten en achtergronden van haar werk.

Bovengemiddeld IQ

Het merendeel van de studenten van ITvitae is in het verleden vroegtijdig gestopt met een of meer opleidingen op het hbo of de universiteit of vielen uit op de middelbare school. Ze liepen vast en zien geen mogelijkheid om een opleiding in het reguliere onderwijs succesvol af te ronden. Na vele teleurstellingen en vervlogen toekomstperspectief komen deze kandidaten langere tijd thuis te zitten. Bijna een kwart van alle studenten van ITvitae zat meer dan vijf jaar werkloos thuis. Terwijl zij over een bovengemiddeld IQ beschikken.

Sociale ondernemers

ITvitae is een private sociale onderneming en is gespecialiseerd in het opleiden, coachen en bemiddelen van ICT-talenten met autisme en hoogbegaafden. Dit jaar viert ITvitae haar vijfjarig bestaan. De oprichters Frans de Bie en Peter van Hofweegen konden vijf jaar geleden niet vermoeden dat ITvitae zo’n snelle groei zou doormaken. Frans de Bie, directeur opleidingen ITvitae: “Wij hadden in 2014 geen idee hoe hoog de nood onder deze doelgroep werkelijk is. Ruim 20.000 bijzonder slimme mensen met hoogfunctionerend autisme zitten zonder betaalde baan thuis. Dat het onderwijssysteem niet passend is voor een grote groep leerlingen is voor ons onverteerbaar. Dat is dan ook de reden dat we ITvitae zijn gestart. Wij bieden ICT-talenten met autisme toekomstperspectief en laten hen tot hun recht komen op de arbeidsmarkt.”

Aanmelding jongeren

De Bie: “We zien de afgelopen twee jaar dat onze nieuwe studenten zich op jongere leeftijd bij ons aanmelden. Dat is goed nieuws! Nadat deze kandidaten zijn uitgevallen in het reguliere onderwijs, zitten zij niet eerst jarenlang doelloos thuis. maar vinden zij aansluiting bij onze ICT-Leertrajecten naar Werk. Een andere trend is dat het merendeel van de kandidaten de opleiding zelf financiert met behulp van familie.

Vraag arbeidsmarkt

ITvitae verzorgt een viertal ICT-Leertrajecten naar Werk die zijn ontwikkeld met gerenommeerde ICT-organisaties. Vanuit heel Nederland komen studenten naar Amersfoort om zich te laten opleiden tot Data Science Specialist, Cyber Security Specialist, Software Developer of Software Test Engineer. Deze opleidingsprogramma’s sluiten aan op de actuele vraag op de arbeidsmarkt. Na een zorgvuldige selectie gaan de studenten in kleine groepen aan de slag met hun specialisatie. Er wordt extra aandacht besteed aan communicatie, rapporteren en presenteren. Wil de student slagen voor dit traject dan is het noodzakelijk dat hij/zij voor aanvang relevante ICT-kennis heeft en over de juiste gedrevenheid en passie beschikt. Ruim 90% van de deelnemers rondt het complete leertraject succesvol af en wordt bemiddeld naar werk. Peter van Hofweegen, directeur ITvitae Detachering. “We begeleiden de afgestudeerde student de eerste periode op de nieuwe werkplek. Belangrijk is dat de directe collega’s rekening kunnen houden met zaken waar de kandidaat eventueel moeite mee heeft. Soms zijn er praktische aanpassingen gewenst om rust te creëren. Mijn ervaring is dat de werkgevers hier graag aan meewerken, zodat onze kandidaten nog beter kunnen presteren.”

(bron :flexmarkt, april 2019)

Werkloosheidsprojecten trekken maar weinig private investeerders

Ondanks de groeiende aandacht van lagere overheden, is het aantal private investeringen voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken gering. Dat blijkt uit een inventarisatie van Social Finance, een organisatie die overheden en investeerders bij elkaar probeert te brengen.

Sinds 2013 hebben onder andere ABN Amro, Rabobank, het Oranje Fonds en enkele familiefondsen voor opgeteld €13,9 mln geïnvesteerd in elf zogeheten social impact bonds (SIB’s) Dit zijn prestatiecontracten waarbij investeerders en overheidsinstanties van tevoren doelen vaststellen. De gefinancierde projecten behelzen vooral het begeleiden naar werk van langdurig werklozen, statushouders in de bijstand, ex-gedetineerden, of mensen met een chronische aandoening.

Mede-oprichter Ruben Koekoek van Social Finance erkent hij dat het aantal laag is. ‘Het bevindt zich allemaal nog in de pilotfase. Het is een nieuwe manier van samenwerken en helaas willen veel overheden het wiel opnieuw uitvinden.’

Min of meer gedwongen door een terugtredende landelijke overheid overwegen veel gemeenten en provincies een aantal taken onder te brengen in een SIB. De totstandkoming verloopt traag omdat de uitvoering is verdeeld over verschillende portefeuilles en veel overleg vergt. Investeerders klagen juist over het gebrek aan beschikbare projecten.

Toch is Koekoek tevreden over het resultaat. Zijn organisatie is bij bijna alle SIB’s in Nederland betrokken en is met 200 medewerkers ook actief in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigd Staten, India en Israël. ‘Na het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten is Nederland het land met het hoogste aantal SIB’s. Dat is dus boven verwachting.’

Rotterdamse jongeren

Bij een SIB dragen overheden niet zelf het financiële risico. Pas na afloop van een project betalen ze voor de behaalde resultaten. Naast demaatschappelijke winst vormt de besparing, bijvoorbeeld op uitkeringen, het financiële rendement voor de investerende partij.

De eerste SIB is succesvol afgerond met 12% rendement voor de investeerders. Het betreft een project in Rotterdam om jongeren tussen de 18 en 27 aan werk te helpen. In bijna 250 gevallen is dat gelukt. Social Finance constateert daarnaast dat bij acht van de elf SIB’s problemen zijn bij het werven van voldoende deelnemers. Een enkele SIB is vroegtijdig gestopt, één ondernemer is failliet gegaan.

Terugtredende overheid

Het kabinet is verklaard voorstander van SIB’s. Staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken riep onlangs in het FD gemeenten op vaker gebruik te maken van het instrument. ‘Private investeringen zijn een uitstekend middel om problemen in het onderwijs, hulp aan vluchtelingen, schuldproblematiek of hardnekkige werkloosheid op te lossen.’

De eerste SIB’s laten gunstige uitkomsten zien. In de gemeente Veldhoven is met geld van een familiefonds in ruim een jaar tijd bijna de helft van de bijstand ontvangende statushouders aan het werk of bezig met een opleiding. In Enschede loopt een SIB met als doel inwoners met een bijstandsuitkering aan een baan in Duitsland te helpen.

De inzet van SIB’s is niet vrij van kritiek. Het zijn vaak complexe, en voor de samenleving kostbare oplossingen voor een overheid die zijn zaken niet op orde heeft, schreef de Utrechtse hoogleraar social entrepreneurship Harry Hummels onlangs in het FD.

Hummels vindt het desgevraagd ‘moeilijk te zeggen’ of elf SIB’s veel of weinig is. SIB’s zijn volgens hem zeker nuttig als geen alternatieve financiering voorhanden is en er waarde wordt toegevoegd die anders niet zou plaatsvinden. Maar, zo voegt hij eraan toe: ‘In een krappe arbeidsmarkt zou het voor gemeentes toch niet zo moeilijk moeten zijn om op eigen kracht mensen aan het werk te krijgen.’

(bron : financieel dagblad – Rob de Lange )

SER Noord-Nederland adviseert over sociaal ondernemerschap in Groningen

De voorzitter van de Sociaal Economische Raad Noord-Nederland, prof. Jouke van Dijk, heeft afgelopen donderdag de actieagenda ‘Impact ondernemen in Groningen, het andere winstdenken’ aangeboden aan gedeputeerde Eelco Eikenaar van de provincie Groningen.

Dit gebeurde tijdens een themabijeenkomst over sociaal ondernemerschap bij Brouwerij de Prael in Groningen, waar meerdere sprekers inzoomden op dit onderwerp.

Steeds meer ondernemers maken maatschappelijke doelen onderdeel van hun bedrijfsvoering, waardoor mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt meer mogelijkheden krijgen op betaald werk. Omdat deze aanpassing in de bedrijfsvoering vaak niet vanzelfsprekend gaat, komt de SER Noord-Nederland met concrete acties om ondernemen met impact verder te ontwikkelen.

Op de noordelijke arbeidsmarkt is sprake van een grote discrepantie: enerzijds bestaan in verschillende sectoren al enige tijd grote tekorten aan goed opgeleide arbeidskrachten, anderzijds staan nog veel mensen aan de kant vanwege een te laag opleidingsniveau en/of een beperking.

Actiepunten SER Noord-Nederland

Met dit vraagstuk heeft de SER Noord-Nederland zich de afgelopen periode beziggehouden, op verzoek van de provincie Groningen, door te adviseren over de vraag hoe sociaal ondernemerschap in de regio kan worden vergroot als kans voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het advies werd toegelicht door Renate Westdijk, als voorzitter van de adviescommissie van SER Noord-Nederland: “Door creatievere vormen van financiering te bieden kan nieuwe maatschappelijk georiënteerde bedrijvigheid ontstaan, waardoor er meer mogelijkheden op werk komen voor werkzoekenden, die er anders niet tussen komen. Daarnaast zouden overheden meer focus moeten hebben op de mogelijke maatschappelijke effecten van hun inkoopbeleid en veel minder op alleen de laagste prijs van die inkoop”.

Gedeputeerde Eelco Eikenaar gaf na de aanbieding aan dat hij verheugd was over het advies. “Het is een belangrijk onderwerp dat het verdient verder uitgewerkt te worden”.

De acties in het advies zijn in drie onderwerpen gegroepeerd, namelijk financiering, houding overheden en maatschappelijke meerwaarde. Enkele voorbeelden van acties zijn het opzetten van een resultatenfonds, het aanstellen van een centrale coördinator, meer uniformering tussen de overheden en een inhoudelijke advies- en financieringsrol van de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij. In totaal zijn 28 acties geïdentificeerd.

Het gehele advies lees je hier 

(bron :Harener weekblad – 1 maart 2019)

Verander de participatiiewet- brief aan de Tweede Kamer

Aan: Staatssecretaris van Ark en leden van de Tweede Kamer

Beste Kabinetsleden,

Omdat er nog steeds veel mensen langs de kant staan is het zinvol om de participatiewet aan te passen en te zorgen dat iedere gemeente dezelfde regels hanteert.

Mensen met een ziekte of beperking die geen volledige baan kunnen bemachtigen moeten niet onder het bijstandsregime vallen, dit kan opgelost worden door een inclusietoeslag vanuit de belastingdienst, dan hoeft men niet aan de plichten te voldoen van de bijstand. Als zij wel onder het bijstandsregime gaan vallen blijven ze altijd financieel afhankelijk van anderen omdat ze aan allerlei verplichtingen moeten voldoen van de bijstand zoals de kostendelersnorm en het beperkt mogen hebben van spaargeld.

Wajongers moeten niet gekort worden op hun uitkering als ze geen werk kunnen vinden, het kabinet hoopt dat mensen door deze korting sneller en beter op zoek gaan naar een baan. Dit lukt heel veel Wajongers niet.

In iedere gemeente moet men met dezelfde regels te maken krijgen. Nu ben je bijvoorbeeld bij loonwaardemetingen, in de ene gemeente 60% arbeidsgeschikt en in de andere 50%.

Daarom roepen wij u op: pas de regels aan en zorg ervoor dat iedereen dezelfde kansen kan krijgen in elke gemeente. Zorg daarbij in de participatiewet dat in iedere gemeente mensen worden gestimuleerd om te werken door ze te belonen, in plaats van te korten. Pas de participatiewet aan!

Waarom is het belangrijk?

De participatiewet bestaat sinds 1 januari 2015. Het doel van de wet is te bezuinigen en zo veel mogelijk mensen met arbeidsvermogen naar, bij voorkeur betaald, werk toe te leiden. De participatiewet geeft een werkgever het recht op een financiële aanvulling op het inkomen van een werknemer tot het toepasselijke ‘sociaal minimum’. Dit heeft als doel te bezuinigen op de arbeidsmarkt door het creëren van goedkope arbeidskrachten.
De middelen die hiervoor beschikbaar zijn, worden verstrekt door de gemeente. Het staat iedere gemeente vrij haar eigen criteria hierover op te stellen.

Waarom is de participatiewet oneerlijk?
• De participatiewet bezuinigt op arbeidskrachten door goedkope arbeidskrachten te creëren voor werkgevers, waardoor arbeidsplekken van mensen die een normaal salaris verdienden verdwijnen.
• Mensen met een beperking mogen volgens de wet voor een salaris onder het minimumloon verdienen en moeten werken voor hun uitkering. De gemeente vult het verschil aan. Daardoor vallen ze onder het bijstandsregime.
• Gemeentes hanteren verschillende criteria voor het toekennen van de aanvullende uitkeringen, want ongelijkheid per gemeente in de hand werkt.

Onderschrijf jij deze brief? Onderteken dan de petitie en laat jouw stem horen!
Hoe meer mensen deze campagne steunen, hoe groter de kans dat we een verschil kunnen maken.

(bron: De Goede Zaak)

Rapport OECD met aanbevelingen Nederlands Ecosysteem sociaal ondernemingen

De OECD heeft in opdracht van de Nederlandse overheid een ‘policy review’ over sociaal ondernemerschap uitgebracht.

In dit rapport wordt het Nederlandse ecosysteem voor sociale ondernemingen en sociaal ondernemerschap geanalyseerd en geeft de OECD aanbevelingen aan de overheid om dit ecosysteem te versterken.

De OECD is onder de indruk van de ontwikkelingen in Nederland. Antonella Noya, Head of the Social Economy and Innovation Unit, spreekt van een ‘Dutch momentum for a social impact society’. Om de potentie hiervan volledig te benutten is de overheid volgens de OECD aan zet.

De belangrijkste aanbevelingen:

Clarify the conceptual framework

Wat is een sociale onderneming nu precies? En wat is het verschil met sociaal ondernemerschap? De OECD stelt dat er meer eenduidigheid en duidelijkheid moet worden gecreëerd over de verschillende begrippen.

 

Formally recognise social enterprises

De overheid moet een officiële en operationele definitie van de sociale onderneming hanteren en een register openen.

 

Promote social impact measurement and reporting

De OECD stelt dat er met de introductie van het Impactpadeen belangrijke stap is gezet, maar dat er meer nodig is om impact meting en management te ontwikkelen. Bijvoorbeeld vouchers voor kleine social enterprises.

 

Develop social entrepreneurial capacity and skills

In het hoger onderwijs kent Nederland veel programma’s gericht op sociaal ondernemerschap, maar in basis- en middelbaar onderwijs nog niet. De OECD adviseert hiervoor programma’s te ontwikkelen en bij Europese ervaringen aan te sluiten.

 

Improve access to markets for social entrepreneurship development

Er moet meer gebeuren om de toegang tot (publieke en private) markten te verbeteren. Onder andere door een ‘right to innovate’ te introduceren.

 

Improve access to markets for finance entrepreneurship development

De OECD concludeert dat het financierslandschap voor sociale ondernemingen goed is ontwikkeld, maar dat er meer kan gebeuren voor early stage social enterprises, bijvoorbeeld door de introductie van een ‘small business loan matching scheme’.

 

Ensure sustainable institutional support for social entrepreneurship and social innovation

Om het beleid voor sociaal ondernemerschap te coördineren adviseert de OECD de oprichting van het agentschap ‘Netherlands Social Entrepreneurship and Innovation’.

Het kabinet komt op korte termijn met een reactie op het OECD rapport.

Lees hier het hele rapport.