Berichten

De maatschappelijke uitdaging centraal

Op 25 september spreekt Hamit Karakus, directeur van Platform31, tijdens het Social Enterprise Overheidscongres, hét jaarlijkse congres over de samenwerking tussen sociale ondernemingen en (lokale) overheden. Karakus vertelt wat een netwerkorganisatie als Platform31 kan betekenen om gemeenten en sociale ondernemingen dichter bij elkaar te brengen.
Hoe ziet u de rol van Platform31 als het gaat om sociaal ondernemen?“Het aantal sociaal ondernemers groeit, en daarmee ook de impact die ze realiseren én de economische bedrijvigheid. Die impact kan gericht zijn op een inclusieve arbeidsmarkt, betere zorg, minder armoede of een circulaire voedselvoorziening. Wij zien kansen voor lokale overheden, om nieuwe banen te creëren of duurzaamheidsambities te realiseren. Gemeenten uit ons netwerk spelen een belangrijke rol in het bouwen van een ecosysteem voor sociaal ondernemerschap maar hebben wel handvatten nodig. We organiseren regelmatig bijeenkomsten waarin we instrumenten voor gemeenten uitlichten, resultaten delen en houden actualiteiten bij in ons kennisdossier sociaal ondernemerschap.”

“Platform31 werkt dagelijks in nauwe samenwerking met onze netwerkpartners aan de uitdagingen van stad en regio. Daarin vinden we het belangrijk dat overheden óók de bijdrage van sociale ondernemingen kennen en met deze ondernemers maatschappelijke vraagstukken het hoofd bieden. Het benutten van elkaars kennis en netwerk heeft grote voordelen. Beiden kunnen veel van elkaar leren, juist omdat ze vanuit verschillende invalshoeken naar stedelijke en regionale vraagstukken kijken. Het Social Enterprise Overheidscongres biedt een podium voor beleidsmakers en sociaal ondernemers uit binnen- en buitenland en biedt volop de gelegenheid om ervaringen uit te wisselen. Het samenbrengen van verschillende partners zit in ons DNA. Voor ons is het daarom logisch om mee te werken aan dit congres.”

Het thema van het congres is ‘de maatschappelijke uitdaging centraal’. Op welke maatschappelijke uitdaging kunnen sociaal ondernemers volgens u het verschil maken?

“Op tal van maatschappelijke uitdagingen kunnen sociaal ondernemers het verschil maken. Wat sociaal ondernemers interessant maakt, is dat ze vaak innovatief zijn en de randen opzoeken van institutionele kaders en die legitimeren door zowel maatschappelijk resultaat te boeken als financieel duurzaam te zijn. Het mooie aan het werk van veel sociaal ondernemers vind ik dat zij bijdragen aan de Sustainable Development Goals. Sociaal ondernemers weten hoe zij de stad mooier en groen maken, hoe ze statushouders kunnen helpen met inburgeren of hoe ze banen kunnen scheppen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd blijven overheden ‘eigenaar’ van de publieke taak en zullen ze een vorm moeten vinden waarin ze optimaal kunnen samenwerken met sociaal ondernemers.”

Het congres draait om ontmoeten en delen van expertise. Wie wilt u op het congres ontmoeten?“Het lijkt mij vooral mooi om getuige te zijn van ontmoetingen tussen sociale ondernemingen en gemeenten. Voor Platform31 is het belangrijk om de kennis die tijdens het congres wordt uitgewisseld mee terug te nemen naar onze organisatie. Ik laat me graag inspireren door ondernemers met een onconventionele aanpak en hoop meer te leren over de samenwerking tussen de overheid en sociale ondernemingen. Waar loopt het stroef en vooral, wat kan er beter? En ik ben benieuwd naar de lessen uit Schotland. De knelpunten die tijdens deze dag boven water komen of de verdieping die op sommige vraagstukken nodig is, kan Platform31 samen met onze partners oppakken.”

(bron; platform 31 )

Onderzoek helpt sociale ondernemingen met groeiambities

Hogeschool Utrecht, hogeschool Windesheim Flevoland en twintig sociaal ondernemers deden onderzoek naar groeiambities. Veel sociale ondernemingen hebben moeite hun groeiambities te realiseren. Wat zijn de belemmerende factoren? En wat is er aan te doen?  Op die vragen is naar een antwoord gezocht. Vorige week werden de resultaten gepresenteerd.

Belemmeringen

“Een fietsenstalling die betaald werk op maat levert voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, een creatief bureau dat met ‘drop-outs’ werkt, een constructiebedrijf met gebarentaal als voertaal: allemaal voorbeelden van sociaal ondernemerschap. Balancerend tussen ondernemerschap en maatschappelijke impact hebben deze bedrijven vaak moeite hun groeiambities te realiseren”, zo schrijft Windesheim Flevoland. “In hun onderzoek hebben de HU en Windesheim Flevoland (lectoraat Nieuwe Arbeidsverhoudingen) sociaal ondernemers bevraagd over de ervaren belemmeringen voor groei. Eén probleem bleek goede bemensing: het is lang niet altijd eenvoudig om goede coaches, begeleiders en mensen in staffuncties te vinden. Terwijl deze functies bij een sociale onderneming doorgaans intensief zijn, zijn de arbeidsvoorwaarden vaak niet concurrerend met die van reguliere ondernemingen. Een gevolg hiervan is dat de sociaal ondernemer vaak veel extra werk zelf moet doen”.

Externe belemmeringen

“Er zijn ook externe factoren die de groeiambities van sociale ondernemingen frustreren. Zo is een soepele, laagdrempelige instroom van de doelgroep – via instituties als het UWV en via gemeenten – een voorwaarde voor opschaling”.

In dit rapport worden de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek samengevat.

Bron: Windesheim Flevoland

SER Noord-Nederland adviseert over sociaal ondernemerschap in Groningen

De voorzitter van de Sociaal Economische Raad Noord-Nederland, prof. Jouke van Dijk, heeft afgelopen donderdag de actieagenda ‘Impact ondernemen in Groningen, het andere winstdenken’ aangeboden aan gedeputeerde Eelco Eikenaar van de provincie Groningen.

Dit gebeurde tijdens een themabijeenkomst over sociaal ondernemerschap bij Brouwerij de Prael in Groningen, waar meerdere sprekers inzoomden op dit onderwerp.

Steeds meer ondernemers maken maatschappelijke doelen onderdeel van hun bedrijfsvoering, waardoor mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt meer mogelijkheden krijgen op betaald werk. Omdat deze aanpassing in de bedrijfsvoering vaak niet vanzelfsprekend gaat, komt de SER Noord-Nederland met concrete acties om ondernemen met impact verder te ontwikkelen.

Op de noordelijke arbeidsmarkt is sprake van een grote discrepantie: enerzijds bestaan in verschillende sectoren al enige tijd grote tekorten aan goed opgeleide arbeidskrachten, anderzijds staan nog veel mensen aan de kant vanwege een te laag opleidingsniveau en/of een beperking.

Actiepunten SER Noord-Nederland

Met dit vraagstuk heeft de SER Noord-Nederland zich de afgelopen periode beziggehouden, op verzoek van de provincie Groningen, door te adviseren over de vraag hoe sociaal ondernemerschap in de regio kan worden vergroot als kans voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het advies werd toegelicht door Renate Westdijk, als voorzitter van de adviescommissie van SER Noord-Nederland: “Door creatievere vormen van financiering te bieden kan nieuwe maatschappelijk georiënteerde bedrijvigheid ontstaan, waardoor er meer mogelijkheden op werk komen voor werkzoekenden, die er anders niet tussen komen. Daarnaast zouden overheden meer focus moeten hebben op de mogelijke maatschappelijke effecten van hun inkoopbeleid en veel minder op alleen de laagste prijs van die inkoop”.

Gedeputeerde Eelco Eikenaar gaf na de aanbieding aan dat hij verheugd was over het advies. “Het is een belangrijk onderwerp dat het verdient verder uitgewerkt te worden”.

De acties in het advies zijn in drie onderwerpen gegroepeerd, namelijk financiering, houding overheden en maatschappelijke meerwaarde. Enkele voorbeelden van acties zijn het opzetten van een resultatenfonds, het aanstellen van een centrale coördinator, meer uniformering tussen de overheden en een inhoudelijke advies- en financieringsrol van de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij. In totaal zijn 28 acties geïdentificeerd.

Het gehele advies lees je hier 

(bron :Harener weekblad – 1 maart 2019)

Samen aan de slag om impactgerichter te werken

In januari 2019 is het eerste leertraject impactgericht werken gestart. Wij, van Selab Team Impact) begeleiden daar het leertraject impactgericht werken, samen met onze partner de Sociale Innovatiefabriek.
7 Belgische maatschappelijke organisaties gaan on-line en off-line aan de slag met impact evaluatie en meer impactgericht te werken.

In 7 sessies, verspreid over een jaar, ondersteunen wij de organisaties om hun impact in kaart te brengen en waar mogelijk te vergroten. Daarnaast leren zij hoe zij in de toekomst zelfstandig hun eigen impact kunnen blijven meten, voor al hun interventies en activiteiten. De organisaties zetten zich in voor diverse maatschappelijke thema’s. Tijdens de 2e sessie zijn de deelnemers aan de slag gegaan om inzichtelijk te maken hoe zij zich inzetten voor die verandering en welke impact zij beogen. Tussentijds krijgen ze allerlei opdrachten mee, die zij invullen met hun werkgroep. Op de aankomende derde sessie kunnen we dan de volgende stappen nemen.

En op 1 maart is het tweede leertraject impactgericht werken in Brussel van start gegaan!Ook hier weer een gedreven groep vzw organisaties die al in de eerste sessie inzicht kregen in wat impact evaluatie voor hun organisatie kan betekenen. Voor hun doelgroep, samenwerkingsverbanden en hun vrijwilligers. Mooi om te zien hoe gedreven deze organisaties zijn. Marjolein, Iris en ik kijken uit naar het vervolg!

Binnenkort meer details over dit traject op deze site.
Mocht je nu al willen weten wat het precies inhoudt stuur dan een mailtje of neem telefonisch contact met Marguerite op.

Social Impact Bond in Veldhoven: 25 banen tot dusver

 Een jaar na de start van een speciaal project in Veldhoven, waarbij private investeerders de inburgering van statushouders financieren, hebben 25 deelnemers werk. ,,We zijn blij met de eerste successen. Maar de duurzaamheid van het project moet zich nog tonen.”

Bij dat project financieren externe investeerders via zogeheten Social Impact Bonds de inburgering van statushouders. De totale investering bedroeg twee miljoen euro. Met dat geld krijgen deze vluchtelingen met verblijfsvergunning uitvoerige begeleiding en intensieve taalles, iets dat de gemeente Veldhoven zelf nooit zou kunnen betalen.

Rendement

Op het moment dat de deelnemers langer dan twee jaar aan het werk zijn, bespaart de gemeente Veldhoven geld op uitkeringskosten. Een gedeelte van die besparing gaat naar de investeerders, die zo rendement halen.

Stellen dat het project succesvol is, dat is nog te vroeg. Het is immers nog onduidelijk of de nu werkzame 25 vluchtelingen over twee jaar nog werk hebben. ,,Maar gemiddeld zijn statushouders in deze regio drie jaar bezig met inburgeren en krijgen ze acht jaar een uitkering”, zegt Van Dongen. ,,De deelnemers van het project doen het tot dusver dus veel beter dan gemiddeld.”

We zijn blij met de eerste successen. Maar de duurzaamheid van het project moet zich nog tonen.”, aldus de Veldhovense zorgwethouder Mariënne van Dongen.

In twee tranches startten in totaal 66 statushouders met het project. Behalve de groep die al werkt heeft gevonden, zitten nog 5 deelnemers op een werkervaringsplek. Van Dongen: ,,Als zij voor mei volgend jaar werk hebben, heeft zowat de helft binnen een jaar een baan.”

Controlegroep

De vraag blijft hangen of het succes te danken is aan de intensieve begeleiding of dat de economische voorspoed in deze regio ermee te maken heeft. Er is namelijk geen controlegroep; een groep statushouders, met dezelfde kenmerken, die niet meedoet en ook gevolgd wordt.

Het hele project loopt tot mei 2021. Er komen tot die tijd geen nieuwe deelnemers bij. Na afloop besluit de gemeente over een eventueel vervolg. Ondertussen kwamen minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees en zijn staatssecretaris Tamara van Ark al eens een kijkje nemen.

Overigens is voor sommige deelnemers die nog geen werk hebben gevonden ‘motivatie wel een dingetje’, aldus Van Dongen. ,,Ze moeten het wel zelf doen. Zelf een cv maken en zelf op zoek naar werkgevers.” Drie deelnemers stopten tot dusver met het project. Een vrouw werd zwanger, twee anderen verhuisden. IamNL, dat de begeleiding verzorgt, krijgt daar een aparte onkostenvergoeding voor.

(bron : eindhovens dagblad 1 november 2018)

Zaken die je raken: het butterfly-effect van sociaal ondernemers

Onze samenleving kent grote uitdagingen. Hoe zorgen we ervoor dat energie- en voedselvoorraden duurzaam beschikbaar blijven? Dat er voldoende werk en goede betaling is zodat iedereen in zijn levensonderhoud kan voorzien? Dat ouderen of mensen met een handicap niet buiten de boot vallen?

 

Oplossingen voor een betere wereld

Willemijn Verloop, Mark Hillen en Kaat Peeters hebben een nieuw boek geschreven: Zaken die je raken. Hierin laten zij zien hoe sociaal ondernemers zich storten op deze maatschappelijke uitdagingen en innovatieve oplossingen aandragen, klein en groot, die de potentie hebben om het systeem te veranderen. Zaken die je raken biedt aan de hand van vele voorbeelden en deelthema’s inzicht in ondernemende oplossingen voor een betere wereld. Deelthema’s die aan bod komen zijn consumeren, jongeren, vergrijzing, grond & voeding, circulariteit, energie en inclusie. Het boek laat zien hoe de groeiende beweging van sociaal ondernemers de potentie heeft om een transitie in gang te zetten. Het geeft ondernemers, beleidsmakers en vooruitdenkers weer (meer) vertrouwen in de toekomst.

Bekijk het persbericht voor meer inhoudelijke informatie over het boek.
Het schrijversteam

Willemijn Verloop en Mark Hillen, oprichters van Social Enterprise NL, schreven eerder het boek Verbeter de wereld, begin een bedrijf. Kaat Peeters is bij dit nieuwe boek ook onderdeel van het schrijversteam. Zij is de directeur van de Sociale InnovatieFabriek, een netwerkorganisatie die sociale innovatie en sociaal ondernemerschap promoot en begeleidt in Vlaanderen en Brussel.

Het boek is verkrijgbaar in de boekhandel of via YoubeDo (tot 12% van je aankoop gaat naar een goed doel dat jij kiest!)

(bron: social enterpriseNL – 25 april 2018)

Boeketten laten maken of je fiets repareren kan bij een sociaal ondernemer

De afgelopen tijd zie ik steeds meer krantenartikelen en ook uitzendingen op tv waar aandacht is voor het sociaal ondernemerschap.
De inleidingen suggereren vaak dat het een geheel nieuwe vorm is, en al is het in sommige gevallen wel een nieuw initiatief of een jonge wetenschap wat betreft ondernemen; geheel nieuw is het al lang niet meer.

Er zijn inmiddels al hele goede voorbeelden van dit ondernemerschap en niet de kleinste ook. Een bekend voorbeeld van een sociaal ondernemer is Tony’s Chocolonely. Dit bedrijf maakt ‘slaafvrije’ chocolade. Winst maken is niet het hoogste doel, Tony’s wil dat cacaoboeren in Afrika fatsoenlijk van hun productie kunnen leven. Toch is het bedrijf erg succesvol: de omzet stijgt ieder jaar met zo’n vijftig procent en heeft een marktaandeel van ruim 4,5 procent in Nederland.

Vanuit diverse invalshoeken (niet enkel gericht op arbeid en de doelgroep die daartoe een langere afstand heeft) en met diverse doelen; wel allen vanuit die impact gedachte opgezet; een maatschappelijke meerwaarde creëren!
Voor steeds meer mensen is het een geaccepteerde vorm waarbij getoond wordt dat dat doel het hart vormt van de onderneming en dat het gezonde business model ertoe bijdraagt dat het maatschappelijke doel behaald kan worden en het deze juist versterkt, vergroot en verduurzaamt.
Het is niet enkel meer voorbehouden aan een kleine groep van zogenaamde idealisten , als destijds werd gedacht en verondersteld. Deze wijze van impact gericht ondernemen laat echt zien dat het een effect heeft op de samenleving, op een positieve manier en dan ook nog op een gezonde ondernemende wijze.
Tijd voor een blog met enkele  nieuwe voorbeelden en vooral ook met de passie van de sociaal ondernemer die erachter staat. Gewoon ter inspiratie en  te laten zien dat het kan en ook nodig is.

LEIDEN – In Leiden staan Ezra en Britney in de nieuwe bloemenzaak Happy Flower boeketten te maken. De twee dames zijn blij met hun nieuwe baan. De bloemenzaak is net officieel geopend en Ezra en Britney zijn bijzondere werknemers. Ze hebben ‘een afstand tot de arbeidsmarkt’ zoals dat in officiële termen zo mooi heet.(bron Omroep West)

Eigenaresse Jane Peerdeman is trots op haar werknemers. ‘Ik voelde gewoon dat ik deze kans moest grijpen’, zegt Peerdeman. ‘En ik wilde dat heel graag doen samen met mensen met een beperking.’

Breda- Tosti’s eten én schommelen: wat ons betreft de ideale combinatie. Je doet het bij Happy Tosti, een nieuwe hotspot aan de Veemarktstraat. Hier biedt David Golverdingen (30) een werkplek aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. “Binden en verbinden, dat is wel de rode draad in mijn leven.” (bron ; in de buurt Breda)

“Als sociaal ondernemer kun je deze mensen kansen bieden, en het is zo mooi om te zien dat zij die kansen met beide handen aangrijpen. Ik vind het leuk om mensen te begeleiden, om ze nieuwe vaardigheden te leren. Om ze te laten zien wat ze waard zijn. Dit in combinatie met de ‘happy vibe‘ die je hier hebt, maakt dat het iedere dag een feestje is.”

Blue LOOP Originals. Dit merk van Nederlandse bodem ontwerpt en produceert kleding van gerecycled denim. Daarnaast jagen zij diverse innovatieve projecten aan met als doel het verduurzamen van de textielindustrie. De missie van het kledingmerk is ‘WORN to REBORN’, waarbij ze versleten spijkerbroeken een hoogwaardig, tweede leven geven. Hierdoor belandt er minder textielafval op de vuilnisbelt en wordt er minder kleding verbrand.

We dromen bij Blue LOOP vooral van een wereld waarin duurzaamheid voorop staat en verspilling verleden tijd is. Niet enkel op het gebied van kleding, maar ook in andere aspecten van ons leven. Duurzaam en verantwoordelijk omgaan met de omgeving om ons heen. Op elk moment van de dag, iedere dag

Eind oktober werd de eerste Sign Language Coffeebar geopend, op de Amsteldijk. Omdat de meeste mensen geen gebarentaal beheersen, kunnen gasten op videoschermen in korte clipjes zien hoe ze met hun handen een cappuccino of croissantje bestellen.
De koffiebar is een initiatief van sociale onderneming Ctalents. In samenwerking met ABN Amro opent nu in het duurzame restaurant Circl op de Zuidas een tweede gebarentaalkoffiebar.

Bas de Ruiter van Ctalents: ‘Veel doven komen niet aan het werk door hun beperking. En dat is zonde. Er zijn genoeg concepten waar ook zij prima kunnen functioneren. Het leuke aan een koffiebar is dat het een plek is waar doven en niet-doven met elkaar in contact komen.’

Weer een paar kleine voorbeelden, waar ik blij van word. Het is slechts een zeer minieme greep van het aantal sociaal ondernemingen die nederland rijk is.

Mocht jij nou een sociaal ondernemer hebben ontmoet of een aankoop hebben gedaan die jou blij heeft gemaakt en met andere ogen deed kijken naar deze vorm van ondernemen, laat het ons weten. Of schrijf een blogje waarom dit jou inspireerde, blij maakte of anderszins iets bij je opriep. We ontvangen jouw verhaal graag.

Maatschappelijke waarde: de lessen van Fish Tales, WakaWaka, Yoni & Gispen

Bij het lezen van het stuk in Frankwatching door Marjan de Jong triggerde mij in eerste opzicht drie dingen.

Ten eerste dat er in de inleiding wordt aangegeven dat je in dit artikel leest hoe je in drie stappen maatschappelijke   waarde creëert. Ten tweede de aansprekende voorbeelden, die altijd tot de verbeelding spreken en ook zeker waar hebben gemaakt wat ze beogen te doen. En zo de leerlessen tijdens dat proces hebben meegenomen. Dus altijd plezierig om daar weer uitgebreid over te lezen. En ten derde de introductie van Marjan de Jong zelf.

Marjan haar droom is dat social enterprises de wereld leiden. Daarom werkt ze in het onderwijs; helpt ze social enterprises groeien; en helpt ze bedrijven om te denken en doen als een social enterprise.

Ja, dat vind ik inspirerend. Dus hopla richting het artikel en het begin is uiteraard gesneden koek en wellicht niet nieuw voor diegenen die al langer op deze manier ondernemen. Toch een mooi artikel en mooi dat het gelezen wordt door mensen die er wat verder vanaf staan. En vergeet die laatste zin niet : Uiteindelijk zijn het de mensen die het verschil maken.

“Hoe creëer je maatschappelijk waarde? En hoe kun je dit zo inrichten dat je tegelijkertijd ook geld verdient? Social enterprises beginnen met hun maatschappelijke waarde en hebben omzet nodig om te groeien. Maar er zijn ook steeds meer traditionele bedrijven (waar het primaire doel geld verdienen is) die geloofwaardig en succesvol maatschappelijke waarde toevoegen aan hun bedrijf. In dit artikel lees je hoe je in 3 stappen maatschappelijke waarde creëert. En je leert van 4 bedrijven die erin slagen geld te verdienen én maatschappelijke waarde bieden: Yoni, Fish Tales, WakaWaka en Gispen.”

Wat is een social enterprise?

Een social enterprise lijkt in veel opzichten op een ‘gewone’ onderneming. Het bedrijf levert een product of dienst en heeft een verdienmodel. Het grote verschil is het doel van de onderneming. Geld verdienen is niet het doel, maar een middel om de werkelijke missie te bereiken: het creëren van maatschappelijke impact. Social enterprises zijn actief in allerlei sectoren en zij creëren grote maatschappelijke waarde voor mens en milieu. Zo zetten ze zich in voor eerlijke handel en creëren ze meer sociale samenhang.

Geld verdienen is niet het doel, maar een middel om de werkelijke missie te bereiken: het creëren van maatschappelijke impact.

Een social enterprise:

  • heeft primair een maatschappelijke missie: impact first
  • is een zelfstandige onderneming die een dienst of product levert
  • is financieel zelfvoorzienend, gebaseerd op handel of andere vormen van waarde-uitruil en is dus beperkt of onafhankelijk van giften of subsidies
  • is sociaal in de wijze waarop de onderneming wordt gevoerd

Wat kunnen ondernemers leren van social enterprises?

Hoe succesvoller social entrepreneurs zijn, hoe meer impact ze kunnen maken. Dit succes vraagt om ondernemerschap, een kwaliteit die iedere ondernemer nodig heeft. Het grote verschil zit in de focus. Social entrepreneurs hebben een extra drive. Het belang gaat voorbij aan de individuele belangen van de ondernemer, zijn/haar portemonnee, of zijn /haar drang naar succes.

Henk Jan Beltman, CCO Tony’s Chocolonely: “Het grote verschil tussen Tony’s en een regulier bedrijf is dat iedereen overtuigd is van het feit dat het absurd is hoe het er in de chocolade-industrie aan toe gaat. Die weeffout gaan wij herstellen. Dus er zit een extra drive in. Dat houdt in dat je mensen naar huis moet sturen, in plaats van aan moet moedigen om harder te werken.”

Maatschappelijke impact

Je hoeft geen social enterprise te zijn om je steentje bij te dragen aan een betere wereld. Ieder bedrijf kan sociaal zijn in de wijze waarop de onderneming wordt gevoerd. Bij een social enterprise is geld verdienen ondergeschikt aan de maatschappelijke impact. Maar geld verdienen en maatschappelijke impact kunnen hand in hand gaan, zolang:

  • de winstneming door eventuele aandeelhouders maar redelijk is
  • zeggenschap van alle betrokkenen evenwichtig is
  • het bedrijf fair is naar iedereen
  • het bedrijf zich bewust is van haar ecologische voetafdruk
  • het bedrijf transparant is in haar bedrijfsvoering

Willemijn Verloop (Founder & Director Social Enterprise NL): “Wat jij hebt bij te dragen aan de samenleving, ligt in het verlengde van winst maken.”

In 3 stappen naar maatschappelijke waardecreatie

Wil je meer waarde creëren met je bedrijf, maar weet je (nog) niet goed hoe je dat moet aanpakken? Doorloop de volgende 3 stappen naar maatschappelijke waardecreatie:

  1. Begin bij jouw missie: waarom doe je wat je doet? Wat is jouw droom?
  2. Kijk vervolgens naar de randvoorwaarden, die voor jou belangrijk zijn. Zo kun je waarde creëren binnen jouw randvoorwaarden. Het risico is dat je anders halverwege het proces ontdekt dat de waarde die je creëert, in conflict is met andere belangen binnen het bedrijf.
  3. Als het fundament staat en je verhaal klopt, dan kun je het ook met volle overtuiging de wereld in slingeren. Neem mensen mee op je reis en maak van klanten ambassadeurs, die je verhaal verder vertellen.

Ik beschrijf hieronder elke stap vanuit een theoretisch kader met praktijkvoorbeelden van Fish Tales, WakaWaka, Yoni en Gispen. Voor dit artikel heb ik Bart van Olphen (oprichter en eigenaar van Fish Tales), Maurits Groen (medeoprichter en bestuurder van WakaWaka), Mariah Mansvelt Beck (medeoprichter en mede-eigenaar van Yoni) en Rick Veenendaal (manager circulaire economie bij Gispen) geïnterviewd.

Stap 1: maatschappelijke waarde creëren begint bij je missie

Je kunt op allerlei manieren maatschappelijke waarde creëren. De kunst is om dichtbij jezelf te blijven. Waarom doe je wat je doet? Wat is je missie? En hoe formuleer je deze almost impossible dream? Veel (sociaal) ondernemers gebruiken hiervoor de “Why” van Simon Sinek als startpunt.

De missie van Fish Tales

Na de Hotelschool ging Bart van Olphen naar Frankrijk om te leren koken. Bart leerde alles over vis. En de liefde voor vis nam hij mee terug naar Amsterdam. Op een dag ging hij met zijn visleverancier mee naar de visafslag. Hij was stomverbaasd. Bart: “Wereldwijd wordt er 57 miljoen ton vis gevangen en 39 miljoen ton weer teruggegooid. Voor elke kilo garnalen wordt 10 kilo zeeleven vernietigd. Als we zo doorgaan, dan kunnen mijn kinderen over 40 jaar geen vis meer eten.”

“Dit was de reden dat ik van visboer veranderde in verantwoord ondernemer. Mijn missie veranderde van mensen leren vis te koken in: ‘We love fish, we care about the ocean and inspire you.’” Bart begon Fish Tales: een merk dat een brug slaat tussen de visser en de consument.

De missie van WakaWaka

Maurits Groen was 7 toen zijn maatschappelijk bewustzijn ontstond. Toen het bos naast zijn huis werd omgekapt, ontdekte hij dat papier van hout wordt gemaakt. Hij wilde iets doen tegen de houtkap en besloot kranten te verzamelen om te recyclen. 50 jaar later richtte Maurits WakaWaka op. WakaWaka voorziet iedereen van zonne-energie. Van backpackers en festivalgangers tot vluchtelingen of ondernemers in rurale gebieden.

Iedereen kan gebruikmaken van kwalitatief hoogstaande solar producten in een mooi design. WakaWaka maakt deze producten, omdat licht en stroom toegang bieden tot educatie, communicatie en mogelijkheden om geld te verdienen. Meer dan een miljard mensen op de wereld hebben geen toegang tot energie. Dit heeft grote gevolgen voor hun sociaaleconomische ontwikkeling. WakaWaka biedt ieder mens toegang tot energie. In deze video voel je de why van WakaWaka.

De missie van Yoni

Toen Mariah Mansvelt Beck werd behandeld voor een voorstadium van baarmoederhalskanker, adviseerde een specialist haar om biologisch katoenen maandverband of tampons te gebruiken om verdere irritatie te voorkomen. Samen met Wendelien Heblyontdekte ze dat veel tampons en maandverband van synthetische stoffen worden gemaakt en plastic en parfum kunnen bevatten. Omdat er geen wettelijke verplichting is, staat dit niet op de verpakking vermeld. Net als de meeste vrouwen, waren Mariah en Wendelien zich hier niet van bewust.

Ze besloten dat biologisch katoenen maandverband en tampons niet exclusief moeten zijn, maar de norm, toegankelijk voor iedereen. Ze startten Yoni, een lijn van inlegkruisjes, maandverband en tampons, gemaakt van biologisch katoen, chloorvrij gebleekt en vrij van pesticiden, plastics of andere synthetische stoffen. Yoni streeft naar transparantie en wil iedere vrouw de kans bieden om biologisch katoenen inlegkruisjes, maandverband of tampons te gebruiken.

De missie van Gispen

Gispen staat voor duurzaam design. Door middel van inspirerende, duurzaam ontworpen producten en ruimten willen ze optimale omgevingen creëren die een positieve invloed hebben op mensen. Gispen is ervan overtuigd dat goed ontworpen, duurzame producten garant staan voor een duurzaam interieur.

Gispen gelooft in een circulaire economie. Zo ontwerpen ze bijvoorbeeld productonderdelen zó, dat deze of alle onderdelen opnieuw gebruikt kunnen worden. Denk aan stalen bureaupoten die ze bewerken en opnieuw lakken voor een salontafel. Zijn producten aan hun einde toe? Dan zorgt Gispen ervoor dat reststoffen weer veilig terugkomen in de natuur of opnieuw als grondstof kunnen worden gebruikt. Een bureaublad dat niet meer kan worden gebruikt voor iets anders, versnipperen ze zodat er een nieuwe plaat van kan worden gemaakt.

Wat is je uitgangspunt?

Zoals je leest in de eerste drie voorbeelden, is het uitgangspunt van een social enterprise vaak: ‘Hier klopt iets niet in de markt. Ik ga het anders doen.’ Willemijn Verloop (Social Enterprise NL): “Je kiest niet de makkelijke weg, maar wel de weg waarmee je uiteindelijk de meeste waarde creëert” (pdf).

Bestaande bedrijven kunnen dezelfde benadering kiezen, want zij weten vaak precies hoe het er in hun keten aan toe gaat. Gispen levert een actieve bijdrage aan verduurzaming, omdat ze zien dat het beter kan. Het is de overtuiging van het bedrijf in combinatie met de behoefte van de markt. Het grote verschil met social enterprises is dat Gispen eigendom is van HAL Investments, die als doel heeft om zoveel mogelijk waarde voor haar aandeelhouders te creëren. Deze waarde wordt voornamelijk uitgedrukt in geld en niet in maatschappelijke waarde.

Stap 2: creëer waarde binnen de sociale en ecologische randvoorwaarden

Managementgoeroe Michael Porter geeft aan dat juist bedrijven grote problemen zoals klimaatverandering kunnen aanpakken. Bedrijven kunnen “shared value” creëren. Shared value ontstaat als we op hetzelfde moment aan maatschappelijke en economische waarde bouwen. Dit kan op verschillende niveaus:

  1. Door een product te ontwikkelen dat bijdraagt aan de oplossing van een maatschappelijk probleem
  2. Door alle onderdelen in je organisatie duurzaam in te richten
  3. Door optimaal samen te werken met al je stakeholders

People, Planet, Profit

De creatie van deze shared value gaat een stap verder dan Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO), omdat maatschappelijke en economische waarde op hetzelfde moment worden gecreëerd. Het uitgangspunt van MVO is het streven naar een balans tussen People (mensen), Planet (milieu) en Profit(economische winst). De 3 P’s of triple bottom line werden in 1994 geïntroduceerd door John Elkington (pdf).

Shell gebruikte de term als eerste in Nederland. Inmiddels worden de 3 P’s door veel bedrijven in Nederland toegepast. Er wordt aan iedere P invulling gegeven en er wordt gekeken naar de overlap tussen de verschillende onderdelen (zie figuur 1).

People, Planet, Profit

 

Greenwashing

Binnen dit model bestaat de kans dat bedrijven of organisaties zich groener of maatschappelijk verantwoorder voordoen dan zij daadwerkelijk zijn. Dit wordt greenwashing genoemd. In het geval van greenwashing communiceert het bedrijf dat zij duurzaam of maatschappelijk betrokken is, maar de kern van het bedrijf is nog steeds vervuilend of schendt mensenrechten.

Niet elke organisatie die aan greenwashing doet, doet dit bewust. In veel gevallen wil het bedrijf iets maatschappelijks doen, maar realiseert het bedrijf zich niet dat het kernproces aangepast moet worden om daadwerkelijk maatschappelijk verantwoord bezig te zijn.

Wanneer het lukt om het kernproces aan te passen, is de maatschappelijke waarde die gecreëerd wordt geloofwaardig en verankerd in het bedrijf. Deze verankering wordt gerealiseerd, als er winst wordt gemaakt binnen de randvoorwaarden Planet en People. Dit is gevisualiseerd in figuur 2. Economische ontwikkeling (Profit) is mogelijk binnen de sociale randvoorwaarden (People). Deze sociale randvoorwaarden kunnen alleen bestaan binnen de ecologische randvoorwaarden (Planet).

Planet, People, Profit

Ik leg naar aanleiding van dit model een stelling voor aan de geïnterviewden: als je echt sociaal of maatschappelijk wil ondernemen, dan ga je niet op zoek naar de balans tussen de elementen People, Planet en Profit. Je gaat voor maximale winst binnen de randvoorwaarden People en Planet. Zien (sociaal) ondernemers dat ook zo?

Fish Tales

Bart van Olphen: “Vis uit de oceaan halen moet op marine biologisch niveau kloppen. Zo moet het visbestand op peil zijn én blijven, en moet vis dusdanig worden opgevist dat het geen schade toebrengt aan de natuur. Daarnaast moet alles geregistreerd worden en traceerbaar zijn. De authentieke vismethode ‘hengel en haak’ is een van de belangrijkste methoden om ook in de toekomst te kunnen blijven vissen. Daarom investeren we in visserijgemeenschappen in ontwikkelingslanden die met hengel en haak vissen. Fish Tales helpt deze vissers bijvoorbeeld door het financieren van ijsmachines en vriezers en het verkrijgen en behouden van een MSC-certificering. Dit geeft de vissers meer mogelijkheden om hun vis te vermarkten. Dit gebeurt voornamelijk onder het Fish Tales-label, maar dat is geen verplichting. De vissers kunnen hun vis vermarkten zoals ze zelf willen.

Als het een opdracht wordt om iets met People en Planet te doen, dat kun je de tent beter sluiten.

Over de 3 P’s is Bart heel duidelijk: “Als het een opdracht wordt om iets met People en Planet te doen, dat kun je de tent beter sluiten. Je moet oprecht willen bijdragen aan een betere wereld. Als je dat niet voelt, kun je nooit succesvol worden. Jonge mensen accepteren niet meer dat je als bedrijf niet bijdraagt aan een betere wereld. De 3 P’s zijn achterhaald. Profit kan nooit een doel zijn, maar is een gevolg van je doel. Het moet een gevolg zijn van waarom je iets doet en die reden mag nooit winst zijn. Dat is een gevolg, omdat je het goed doet. Ik ben niet bezig met: ‘Alles wat ik doe moet optimaal duurzaam zijn’. Duurzame vis is ons doel. We streven zoveel mogelijk naar ons doel waarbij goede zorg voor vis, natuur en onze visserijgemeenschappen bovenaan staan.”

WakaWaka

Maurits Groen: “De Profit is een bijverschijnsel van iets wat je fatsoenlijk doet. Anders zou de samenleving het niet eens moeten toestaan dat dat soort activiteiten plaatsvinden. Je moet je gedragen als verantwoordelijk burger, producent en bedrijf.

De Profit is een bijverschijnsel van iets wat je fatsoenlijk doet.

Maurits is al zijn hele leven bezig met het welzijn van onze planeet: “Vergeet het woord klimaatverandering. Het is klimaatontwrichting. De kosten zijn zo hoog, dat het asociaal is dat de mensen die het meest vervuilen in verhouding het minst betalen. Mensen die daar het minste aan bijgedragen hebben, moeten vaak het meeste betalen. Neem bijvoorbeeld de Masai. Die mensen kunnen zich niet verweren. Die sterven in stilte. Als je als verslaggever moet rapporteren over klimaatverandering, dan kom je je bed niet meer in. In Zuid-Afrika wordt het water op rantsoen gezet, omdat het al jaren niet meer geregend heeft. Op Groenland woedde vorig jaar de grootste bosbrand ooit in het gebied. Bosbranden in en om de poolcirkel zullen naar verwachting steeds verder toenemen. Als alle plannen van de Paris Agreement in alle landen worden uitgevoerd, wordt het op de aarde nog steeds 3 graden warmer.” En zo kan Maurits nog wel even doorgaan.

WakaWaka biedt de mogelijkheid om op een simpele manier stroom op te wekken. Maurits: “Bij rampen en vluchtelingen situaties geven we veel producten gratis weg. Daarnaast verkopen we onze producten in het Westen, maar ook in landen waar mensen helemaal geen stroom hebben. Dat is moeilijk, want die mensen hebben vaak ook geen geld. Deze mensen betalen iedere week een klein bedrag omdat de initiële investering te hoog is. Dit betekent wel dat wij de producten moeten voorfinancieren. Daarnaast moeten we ook onze voorraad financieren. Dat is best een grote uitdaging. Banken durven dat niet. Dus zijn we heel veel tijd kwijt met geld en financiering.”

WakaWaka heeft verschillende vormen van crowdfunding ingezet om deze financieringsuitdagingen het hoofd te bieden. Maurits: “Voor continuïteit heb je een positief bedrijfsresultaat nodig. Hier zijn we druk mee bezig. We gaan geen compromis doen, mensen benadelen of slechte producten maken. We helpen levens verbeteren en dat blijven we doen.”

Yoni

Yoni vindt dat iedere vrouw recht heeft om te weten waar haar producten van zijn gemaakt. Ze zitten momenteel midden in een B-corp certificering, waarvoor alle onderdelen van het bedrijf onder de loep worden genomen en worden beoordeeld. Voor deze certificering wordt overal naar gekeken: van welk wasmiddel je gebruikt tot de verhouding tussen het hoogste en het laagste salaris.

Ik zou niet op een andere manier zaken kunnen doen.

Bij Yoni zijn de medewerkers continu bezig met duurzaamheid. Mariah Mansvelt Beck: “Ik zou niet op een andere manier zaken kunnen doen. Soms maak je afwegingen tussen een tamelijk duurzame aanpak en een compleet duurzame aanpak. Zo is de wikkel om onze tampons van plastic. We hebben gekeken naar bioplastic, maar toen we begonnen hield bioplastic de tampon niet bij elkaar. Ik verwacht dat dit inmiddels wel mogelijk is. Maar omdat wij een kleine speler zijn, kunnen we de kosten niet alleen dragen. Dan hebben we meerdere producten nodig en de lobby met andere tamponproducenten kost veel tijd. Voor een klein team is deze afweging een kwestie van keuzes maken.”

Gispen

Rick Veenendaal is Manager circulaire economie bij Gispen. Zijn rol is om Gispen mee te nemen en te coachen naar een circulair business model. Rick: “Gispen bestaat inmiddels 100 jaar en waar we in onze uitingen sterk in zijn is onze Planet-kant. Ons doel is het stimuleren van duurzame consumptie. Winst maken is een resultaat. Ook de People-kant krijgt heel veel aandacht binnen Gispen, maar we vergeten dat te vertellen aan de buitenwereld.”

Beleid maken werkt niet, maar mensen ruimte geven wel.

“De afgelopen 100 jaar zijn er door de medewerkers zelf allerlei initiatieven bedacht, zoals het personeelsfonds, waar medewerkers en het bedrijf geld in een potje doen. Als je iets niet verzekerd krijgt, dan kun je hier aanspraak op maken. Daarnaast kunnen medewerkers tegen gereduceerd tarief sporten en is er een bedrijfsarts, fysiotherapeut en coach in huis. Er is een groot sociaal vangnet.”

“Door de circulaire economie kunnen we lokaal ook steeds meer doen. Zo hebben we bijvoorbeeld steeds meer vakmensen in Culemborg nodig die heel divers werk doen. Het mooiste voorbeeld vind ik dat we voor een aanbesteding een armlegger moesten leveren voor een bestaande bureaustoel. Daar was geen armlegger voor te vinden. Een collega uit onze fabriek is toen in het weekend in zijn schuurtje aan de slag gegaan. Op maandag kwam hij op kantoor met een passende armlegger.”

“Bij duurzame initiatieven is wel altijd de vraag wanneer het iets oplevert. Het conflicteert daarmee vaak met de winstdoelstelling van Gispen.” Rick heeft daar een handige oplossing voor gevonden: ”We vertellen ons verhaal regelmatig extern. Daar vraag ik een bedrag voor en dat geld stoppen we in een duurzaamheidsfonds. Dit fonds gebruiken we voor duurzame initiatieven. Op deze manier vermijden we de officiële paden en de winstdoelstellingen.”

Rik en zijn collega’s werken in hun vrije tijd aan duurzame initiatieven. “Bottom-up zit in het DNA van Gispen. Beleid maken werkt niet, maar mensen ruimte geven wel. Goed voorbeeld doet volgen. Wat we eigenlijk zouden moeten, is iedereen 15 of 20 procent van de baas z’n tijd laten besteden aan iets wat de medewerker zelf bepaalt. Iets wat niet direct en zichtbaar geld oplevert. Bijvoorbeeld de eerste archiefkast die we omgezet hebben in zitelementen en hangelementen. Deze archiefkast is meegenomen door een monteur die ermee aan de slag is gegaan. De normale procedure is dat we eerst met een ontwerper aan tafel gaan. Na drie rondes worden de ontwerpen definitief gemaakt en dan pas komt de monteur in beeld. Als we het anders inrichten, komt er veel meer energie in de organisatie.”

Drijfveren

De drie social enterprises blijken helemaal niet bezig te zijn met de uitgangspunten van People, Planet en Profit. Ze runnen hun bedrijf met de drijfveer iets goeds te doen voor de maatschappij. Alle besluiten die ze nemen, zijn gebaseerd op deze drijfveer. Ze vinden de 3 P’s achterhaald en geven allemaal hun eigen invulling aan sociaal ondernemerschap. Van B-corp certificering tot het erkennen van duurzame visserijgemeenschappen in ontwikkelingslanden, tot het weggeven van solar lampen in vluchtelingenkampen.

Bij Gispen is dat moeilijker, omdat het bedrijf gestuurd wordt op winstdoelstellingen. De bereidheid van de medewerkers is groot, maar de groei van de maatschappelijke impact wordt beperkt door de winstdoelstellingen.

Stap 3: deel je verhaal

Met een goed verhaal maak je het verschil. Als je een goed verhaal hoort, gebeurt er van alles in je brein. Je raakt emotioneel betrokken bij het verhaal, waardoor je het verhaal gemakkelijker kunt onthouden en beter kunt doorvertellen. Daarnaast activeert een verhaal delen in je brein, die ervoor zorgen dat je het verhaal omzet naar je eigen ideeën en ervaringen. Dit proces wordt neural coupling genoemd. Als jij je verhaalt vertelt, ervaart je publiek dezelfde brein-activiteiten als jij. Maar hoe en waar doe je dit?

Het verhaal van Fish Tales

Bart van Olphen had met Fish Tales een heldere missie: ‘We love fish, care about the ocean and inspire you’. Bart reisde de hele wereld over op zoek naar vissers, die op een duurzame manier vis vangen en deelde zijn reisverslagen op de website van Fish Tales. De doorbraak van Fish Tales komt als Bart op Instagram de kortste kookshow ter wereld begint. In filmpjes van 15 seconden geeft hij tips over hoe je vis bereidt. Als Jamie Oliver aangeeft zijn missie te steunen, vraagt hij Bart content te produceren voor zijn Food Tube-kanaal. Daarmee wordt Bart in één klap een bekend gezicht.

Naast succesvolle filmpjes deelt Fish Tales verhalen over duurzame visserijen en de lekkerste recepten op hun website, socialmedia-kanalen, in televisie-uitzendingen en in tal van geroemde kookboeken. De kookboeken worden wereldwijd vertaald. Bijna ieder jaar komt er weer een nieuw kookboek bij. Eind 2017 bracht Bart ‘Het Zeeuwse Mossel kookboek’ uit, waarmee hij het verhaal vertelt van de echte Zeeuwse mosselkwekers en verrassende recepten deelt.

Het verhaal van WakaWaka

Maurits Groen gebruikt zijn persoonlijke netwerk om aandacht te vragen voor WakaWaka en de vele andere initiatieven waar hij bij betrokken is. “Het gaat om een mix. LinkedIn en Facebook gebruik ik op een manier waarvan ik heb uitgevogeld dat het redelijk werkt. Twitter gebruik ik om mezelf te informeren. Ik houd best vaak verhalen en spreek veel mensen. Zo ben ik betrokken bij Oneworld en Pakhuis de Zwijger. Dit zijn omgevingen waar mensen rondlopen waar je iets mee kunt.”

“Bij WakaWaka staan we af en toe op stands en beurzen en geven we interviews op radio en tv. We willen dat mensen ons af en toe tegenkomen. Op deze manier groeit onze bekendheid. We proberen zo min mogelijk uit te geven. Google Adwords gebruiken we weleens, maar we hebben bijvoorbeeld nog nooit een advertentie geplaatst.”

Yoni

Mariah Mansvelt Beck: “Ik hoef geen verhaal te maken, dit is het verhaal. Het is zoals het is en zo vertel ik het ook – dus als een persoonlijk verhaal – op allerlei podia. Bij TEDx,  Creative Mornings, en bij kleinere groepen studenten of ondernemers. Dit werkt goed. Het idee is dat anderen mijn verhaal vervolgens doorvertellen.”

“Ook doen we ‘toilet takeovers‘ op allerlei wc’s, omdat dit de uitgelezen plek is om even stil te staan bij het onderwerp. Daarnaast is er vaak weinig creatiefs op het toilet. Op social media zijn we ook heel actief, want dit is een plek waar je goedkoop en creatief heel veel mensen kunt bereiken. Wij maken gebruik van Instagram, Facebook, onze website en ons blog. Onze Instagram-pagina is voor mij een plek waar visueel duidelijk wordt waar we voor staan met Yoni. Het is ook een plek waar we onze visuele identiteit op een relatief makkelijke manier kunnen ontwikkelen. Het gaat om een knipoog: kleurrijkheid,  attitude, iets dat in het oog springt.”

Gispen

Rick Veenendaal werkt in een team van drie mensen aan het invullen en uitdragen van de circulaire doelstellingen van Gispen. Rik: “We besteden 25% van onze tijd aan mensen ons verhaal vertellen. Dit is heel divers. Zo staan we voor een zaal met een paar honderd man of sparren we met een klant over de mogelijkheden. Het hoofdkantoor en de productie van Gispen is gevestigd in Culemborg. Hier is een winkel, inspiratiecentrum en collegezaal, waar bijeenkomsten van 60 tot 80 mensen georganiseerd kunnen worden. De open ruimte is ingericht als winkel en showroom. Hoewel Gispen vooral B2B georiënteerd is, komen hier ook regelmatig particulieren.”

Je hoeft geen social enterprise te zijn om je steentje bij te dragen aan een betere wereld

Bedrijven van de toekomst stellen (lange termijn) maatschappelijk belang boven financieel gewin op de korte termijn. Je hoeft geen social enterprise te zijn om je steentje bij te dragen aan een betere wereld. Ieder bedrijf kan sociaal zijn in de manier waarop de onderneming wordt gevoerd. Het grote verschil met social entrepreneurs is dat ze winst maken binnen de randvoorwaarden People en Planet.

De drive en de why van social entrepreneurs is zo sterk, dat ze net die extra stap zetten om hun doel te bereiken. Maar ook binnen een gevestigd bedrijf kunnen social entrepreneurs het verschil maken. Ze hebben vaak alleen een stuk minder bewegingsruimte.

Uiteindelijk zijn het de mensen die het verschil maken.

(bron : Frankwatching – Maatschappelijke waarde: de lessen van Fish Tales, WakaWaka, Yoni & Gispen – Marjan de Jong – 28 maart 2018)

 

Vrouwelijke ondernemers met sociale bedrijven blijken kansrijker

De kop vermoedt veel al dien ik de inleiding dan nog even twee maal te lezen.

Als vrouw word je serieuzer genomen als je een sociale onderneming leidt dan wanneer je bedrijf puur commercieel is. Tot die opmerkelijke conclusie komen hoogleraren Matthew Lee en Laura Huang.

Het verhaal vervolgt zich met de opkomst van de sociaal ondernemingen en geeft kort aan wat hun intentie is. Voor diegenen die het gemist hebben, nog zeker altijd uitleg nodig. Dat we maar wel weten waar we het over hebben.
Ik herinner me nog mijn start tijd waarbij sociaal ondernemerschap echt nog geen begrip was, zelfs voor mij niet. Het was gewoon een ondernemende oplossing voor een sociaal probleem en dat dan duurzaam kon zijn en we op die manier de gelden wat beter konden verdelen, voor die sociale groepen die echt met alle goede van de wereld het niet alleen zouden kunnen rooien; dat was het voor mij.
Het instrument naar een inclusieve samenleving, of in ieder geval een bijdrage eraan.
Maar goed, ik dwaal af; terug naar het onderzoek van Mathew en Laura.

Hoogleraren Matthew Lee en Laura Huang deden onderzoek naar gendereffecten in de wereld van sociaal ondernemerschap – en die blijken er nogal te zijn. Ik las met interesse verder en deel dat graag met jullie.

Gendereffecten

Wereldwijd worden sociale ondernemingen het meest door vrouwen geleid. Hoogleraren Matthew Lee en Laura Huang deden onderzoek naar gendereffecten in de wereld van sociaal ondernemerschap – en die blijken er nogal te zijn. Ben je namelijk een vrouwelijke ondernemer, dan maak je een grotere kans op financiering wanneer je de sociale impact van je onderneming benadrukt. In het onderzoeksblad Harvard Business Review deden de onderzoekers afgelopen week verslag van hun bevindingen.

Om dit te onderzoeken, deden de hoogleraren twee studies. Allereerst bestudeerden ze 43 sociale ondernemingen die gekoppeld waren aan één incubator. Sommige bedrijven binnen deze incubator vertelden in hun verhaal nauwelijks over hun sociale doelen, anderen wijdden meer dan een kwart van hun businessplan hieraan.

Na 421 evaluaties concludeerden de onderzoekers dat bedrijven met een vrouw aan het roer beschouwd werden als minder levensvatbaar dan wanneer een man leidinggaf. Zodra de vrouwen hun sociale doelen benadrukten, steeg de perceptie ten opzichte van hun onderneming – ongeacht of ze met vrouwelijke of mannelijke aanhoorders van doen hadden.

Tweede studie

Hierna voerden de onderzoekers een tweede studie uit, waarbij ze twee bedrijfspitches lieten inspreken door zowel een vrouwen- als mannenstem. De eerste pitch was puur commercieel, terwijl de tweede zowel een commercieel als sociaal element bevatte.

Ze lieten de pitches aan 224 studenten horen en vroegen welke zij als positiever bestempelden. De studenten bleken de puur commerciële pitch serieuzer te nemen als deze door een mannenstem werd ingesproken. Bij de sociaal-commerciële pitch maakte het niet uit of een man of vrouw deze deed. Vrouwen werden dus serieuzer genomen als ze een sociaal element in hun pitch verwerkten.

Warme pitch

De onderzoekers denken dat dit komt doordat er een verband zou zijn tussen hoe warm de ondernemer overkomt en de sociale impact van de onderneming. Uit een eerdere studie bleek al dat vrouwen die warm overkomen eerder als bekwaam worden beschouwd, terwijl dit bij mannen niet zo is. De studenten bleken sociaal-commerciële bedrijven waarover vrouwen pitchten als warmer te ervaren dan wanneer dit puur commerciële bedrijven waren.

Volgens de hoogleraren hebben de resultaten positieve en minder positieve consequenties voor vrouwelijke ondernemers. Enerzijds kunnen vrouwelijke ondernemers er hun voordeel mee doen dat ze serieuzer genomen worden indien zij sociale ondernemingen leiden. Aan de andere kant wijzen de resultaten op een stereotypering in de ondernemerswereld, waaraan de scene de komende jaren hard zal moeten werken.

(bron: Sprout – 12 maart 2018)

Genoeg te doen dus , ook als je leest dat er meer genderverschillen zijn op ondernemend gebied.
Vrouwelijke ondernemers die pitchen voor investeerders krijgen andere vragen voorgeschoteld dan hun mannelijke collega’s. En dat is de belangrijkste reden dat vrouwen gemiddeld minder groeigeld ophalen dan mannen, bleek afgelopen jaar uit onderzoek.

Dus laten wij, als vrouwelijke ondernemers, en de omgeving zijnde de investeerders, de overheid en de corporates, maar eens de volgende fase ingaan. Die stereo typering in de ondernemerswereld ook maar eens onder de loep nemen. Ook bij sociaal ondernemend Nederland. Man en of vrouw, of welk geslacht dan ook; daar start het met Impact maken op de samenleving en geloof me daar zijn mannen net zo goed als in vrouwen, zo ook dat vrouwen prima in staat zijn een corporate te leiden als hun mannelijke collega. Kom op jongens (zou ik bijna zeggen :-)); stap in deze nieuwe tijd en laat genderverschillen geen issue noch de reden van succes meer zijn!