Berichten

Kabinet kiest voor BVm en meer stimuleringsregelingen

Goed nieuws voor sociaal ondernemend Nederland.

Op 10 juli heeft het kabinet bekend gemaakt dat het juridische erkenning voor sociale ondernemingen introduceert. Met deze BVm geeft het kabinet invulling aan haar ambitie uit het regeerakkoord voor “passende regels en meer ruimte voor ondernemingen met sociale of maatschappelijke doelen”. Een belangrijke stap voor sociaal ondernemen in Nederland!

Voorbij winstmaximalisatie
Uit meerdere onderzoeken, waaronder het in opdracht van het ministerie van EZK uitgevoerde onderzoek van KPMG en Nyenrode (2020), komt naar voren dat sociale ondernemingen behoefte hebben aan meer (h)erkenning en dat bestaande juridische vormen niet passen. Met de introductie van de BVm komt het kabinet tegemoet aan de wens van ondernemers om hun maatschappelijke missie op een erkende manier wettelijk vast kunnen leggen, aanspreekbaar te zijn en duidelijkheid naar de buitenwereld te creëren. Maar deze wet heeft bredere waarde, het is een cruciale stap in de beweging naar een economie die niet is gebaseerd op winstmaximalisatie.

De volgende stap; het maken van de grote inrichtingskeuzes
Het kabinet heeft de wet aangekondigd, maar er zijn nog weinig details bekend. Wat voor eisen op het gebied van transparantie, stakeholder betrokkenheid en eventuele winstbeperking worden er precies gesteld? Hoe werken het toezicht en aanspreekbaarheid van bestuurders? En in hoeverre is deze vorm echt vernieuwend? Wij vinden het daarom een goede zaak dat er een onafhankelijke expertcommissie is aangekondigd die deze elementen gaat uitwerken en zullen ons continue inzetten om te zorgen dat het perspectief van ondernemers leidend is in de komende discussies.

Meer ondersteuningsmaatregelen
In het nieuwsbericht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat worden nog meer maatregelen aangekondigd. Er wordt een werkgroep ‘maatschappelijk ondernemerschap’ ingesteld waarbij kennisdeling op het gebied van maatschappelijk ondernemerschap tussen overheden wordt gestimuleerd.

Daarnaast vindt het kabinet het belangrijk dat de overheid zelf ook maatschappelijke ondernemingen betrekt in haar inkoop- en aanbestedingsbeleid.

(bron : Social Enterprise NL – 10 juli 2020)

Met dank aan het harde werk achter de schermen van Social Enterprise Nl en kamerleden om tot dit besluit te komen. En natuurlijk al die sociaal ondernemers die hebben laten zien dat wat zij doen, echt het verschil maakt en daarvoor ook deze erkenning waardevol is. Op naar de volgende stappen !

Lees hier de hele Kabinetsbrief.

December vliegt voorbij

December. De maand vliegt voorbij en er is amper nog tijd geweest om terug te kijken, al kijken we al wel vooruit.
Ik besef dat komend jaar mijn onderneming 15 jaar bestaat. De tijd is omgevlogen en wat is er veel gebeurd, gedaan, ontwikkeld, ontdekt, geworsteld, gebouwd en gegroeid.

Zoals gezegd , nog geen tijd (genomen) om te reflecteren op afgelopen jaar, laat staan 15 jaar. Daar ga ik zeker nog de tijd voor nemen en er schiet van alles al voorbij in mijn gedachten.
Kom daar nog bij jullie op terug, zeker weten!

En terwijl hier de laatste deadlines nog gehaald worden, de laatste coachings en een enkele workshop gehouden wordt, denk ik aan de komende periode.
Waarbij even de deuren worden gesloten en de tijd iets anders wordt ingedeeld.
Wel met diezelfde aandacht en betrokkenheid waarmee ik mijn werk nog steeds uitvoer en verbindingen worden gevlochten.

Dankbaarheid neemt het voortouw, al heb ook ik mijn worstelingen gehad afgelopen jaar.
Het hoort erbij en is het gewoon even lastig. De leerlessen zijn dan op dat moment soms lastig te onderscheiden door de teleurstelling. Gelukkig gaat het kijken daar naar ook gepaard met een blik op mezelf, al mag en kan ik sommige zaken gewoon laten. Het gaat zoals het gaat en daar is ook een reden voor.

Voor nu dank ik alle bevlogen en sociaal ondernemers voor jullie vertrouwen, hoe we samen hebben gedeeld en met en van elkaar hebben geleerd.
Ook al die organisaties waarmee ik heb mogen bouwen en bruggen heb gebouwd. Dank voor jullie enthousiasme en bereidheid die maatschappelijke uitdagingen met elkaar aan te gaan.

En dank ook voor al die mensen waarmee ik (weer) heb mogen samenwerken dit jaar. Genoten van de gelijkwaardige en gelijkaardige verbindingen, al waren het soms ook de verschillen die ons een stapje verder brachten. Prettig met oog en oor voor elkaar en vanuit de basis van vertrouwen en transparantie.

Voor nu, neem ik met een goed gevoel afscheid van dit jaar en open ik graag de agenda weer in het nieuwe jaar. Geheel blanco en onbeschreven  is deze nu al niet meer, wel met die zaken die me raken :-).

Fijne feestdagen en tot in dat nieuwe jaar: gaan we weer Impact samen maken!

 

 

Helpt een eigen naam, de BV-m, een bedrijf met missie?

Soep van afgedankte uien verkopen. Of voor een onderneming met zo’n maatschappelijk doel een eigen rechtsvorm nodig is, de bv-m, onderzoekt het kabinet. Waar lopen zulke bedrijven, voor wie geld bijzaak is, tegenaan?

Pizzeria’s, broodjeszaken en friettenten: de horecazaken in de vertrekhal van vliegveld Schiphol doen rond lunchtijd –middenin de vakantieperiode– goede zaken. Bepakte en bezakte reizigers pauzeren er even. Ook de kleine lunchroom van Soup & Bakery heeft aan klanten geen gebrek. De ene klant koopt vlug een tosti om die onderweg te verorberen, de andere neemt aan een tafeltje de tijd voor een beker soep.

De wetenschap dat de tomaten, wortels en uien gered zijn van de vuilnisbak, doet de pittige groentesoep extra goed smaken. Alle soepen van Soup & Bakery zijn gemaakt van voedsel dat is afgeschreven. Er is niets mis met misvormde of overgeschoten groente, stelt De Verspillingsfabriek, die samen met HMS Host en Amsterdam Airport Schiphol de lunchroom runt. Jaarlijks gooien Nederlanders minstens 5 miljard euro weg aan voedsel, vermeldt de website. Daarom is verspilling van voedsel tegengaan de „droom” van de organisatie.

Overschot van boeren, telers, tuinders, veilingen of reststromen van bijvoorbeeld professionele versnijders zijn welkom. Wanneer er een teveel aan groente en dergelijk op de markt komt, daalt de prijs soms flink. Groenten krijgen dan bijvoorbeeld de bestemming veevoer. De fabriek neemt ook af van telers die hun producten niet kwijt kunnen aan de supermarkt als groenten een formaat en vorm hebben die afwijken van wat er is afgesproken.

Met de afdankertjes weet de fabriek wel raad: het maakt er behalve soepen ook sauzen van. Dat doet De Verspillingsfabriek door de producten te steriliseren en pasteuriseren. De soepen krijgen een hittebehandeling waardoor (ziekteverwekkende) micro-organismen (bacteriën, gisten, schimmels) doodgaan, vertelt Bob Hutten, directeur van Hutten, de eigenaar van De Verspillingsfabriek. Het product wordt zo langer houdbaar. „Wij bereiden de soepen en sauzen koud, waarna we ze eenmalig verhitten met een steriliseerproces. Zo weten we de kwaliteit gelijk te houden aan de koelverse (gepasteuriseerde) soepen en sauzen. Onze gesteriliseerde soepen doen qua smaak dus niets onder voor een koelverse variant.”

Bij De Verspillingsfabriek heeft een aanzienlijk deel van de medewerkers een zogeheten afstand tot de arbeidsmarkt. Denken in mogelijkheden (wat kan iemand wel?) zet de fabriek daarbij voorop. Want talenten laten liggen, is ook verspilling.

Andere taal

Het aantal sociale ondernemingen zoals De Verspillingsfabriek groeit. Maar ze hebben veel uit te leggen bij banken en overheid, zegt de ChristenUnie (CU). Die partij kwam met het idee voor de nieuwe rechtsvorm bv-m. De m staat voor ”maatschappelijk.” Firma’s met een maatschappelijk doel kijken namelijk anders naar winst of rendement. En omdat bijvoorbeeld een stichting geen eigenaarschap kent, zou het lastig zijn om een lening te krijgen voor een investering. Waar loopt De Verspillingsfabriek tegenaan?

„Onbegrip, onzekerheid en een andere taal”, zegt Hutten. „Het is voor instituties, maar ook voor bedrijven, echt heel anders denken. Waarde zien wij anders. Niet alleen in geld uitgedrukt, maar ook in sociaal-maatschappelijke, ecologische en culturele opbrengsten. We zien onszelf als voorloper van het ontwikkelen van een nieuwe, bredere definitie van economie. Dit is voor veel financieel denkende mensen erg abstract. Wij denken echter dat de wereld hier mooier van wordt, mensen er gelukkiger van worden en dat hun welzijn hier uiteindelijk op vooruitgaat. Veel belangrijker is dat dan het plat najagen van meer welvaart.”

Maar ook binnen het bedrijf heeft de maatschappelijk gedreven ondernemer wat uit te leggen. „In het huidige economische klimaat is het erg moeilijk om ons financiële rendement te verhogen. Uiteraard is het voor de groei, duurzaamheid en innovatiekracht van ons bedrijf ook heel belangrijk om een gezond rendement te halen.”

Hutten vervolgt: „In het huidige fiscale stelsel word je min of meer gestraft als je je nek uitsteekt. Je bent aan dezelfde regels gebonden als ieder ander bedrijf en draagt fiscaal het volle pond af.” Terwijl een sociaal ondernemer een maatschappelijk probleem wil oplossen, zegt hij. „Logischer zou zijn om de mate waarin een bedrijf maatschappelijk impact maakt, te laten bepalen hoeveel belasting het moet betalen.”

Zuinig zijn

Maar waarin verschilt sociaal ondernemen dan van maatschappelijk verantwoord ondernemen? Hutten ziet een verschil tussen verantwoord en verbéterend ondernemen. Dat laatste is het doel van De Verspillingsfabriek. „Maatschappelijke relevantie heeft altijd al in de ondernemerscultuur gezeten van het nu 90 jaar oude bedrijf Hutten. Het is een diep geloof om zuinig te zijn op mens, natuur en cultuur.”

Coöperatie

Is een eigen juridische status voor sociale ondernemingen nodig? Hutten staat niet vooraan om de status aparte van de bv-m in ontvangst te nemen. „Met De Verspillingsfabriek willen we een goed bedrijf neerzetten. Dat doen we nu zelf, binnen de huidige wetgeving.” Niettemin ziet hij wel wat in een coöperatie, een samenwerkingsverband. Wel onder de voorwaarde dat onderwijs, overheid en ondernemingen daarin samen de handen ineenslaan. „In het geval van De Verspillingsfabriek betekent dat dat zij samen de filosofie van de fabriek zouden omarmen om gezamenlijk het probleem van verspilling op te lossen. Met ontwikkeling (onderwijs), overheid (subsidie) en ondernemingen (operationeel) zou dan een coöperatie mogelijk worden die financieel zelfstandig kan opereren.”

De Verspillingsfabriek wil in de toekomst fors uitbreiden, zegt Hutten. „Op dit moment verwerken we per jaar zo’n 500.000 kilo aan reststromen. Het aanbod is echter vele malen groter, wel tientallen miljoenen kilo’s. Om die hoeveelheden te kunnen verwerken, willen we binnen vijf jaar de capaciteit van de fabriek vergroot hebben”, zegt Hutten. Door opschaling wordt de prijs ook aantrekkelijk voor supermarktketens, denkt hij. Dat brengt de consumentenmarkt dichterbij. „We kunnen dan ook meer partners aantrekken die willen samenwerken om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werk te geven.”

Onderzoeker: Effect lastig vast te stellen

„Ik geloof niet in een aparte rechtsvorm voor sociale ondernemingen”, zegt Carly Renou, verbonden aan het Impact Centre Erasmus in Rotterdam. „Het is namelijk niet gemakkelijk vast te stellen –als het al mogelijk is– wat de beste manier is om maatschappelijke doelen na te streven. En wanneer een onderneming dit wel of niet voldoende doet.” Daarnaast is het niet zo zwart-wit vast te stellen of een bedrijf een sociale onderneming is: de verhouding van het nastreven van maatschappelijk en financieel rendement verschilt van onderneming tot onderneming.

Ter illustratie noemt Renou een denkbeeldig bedrijf met duizend personeelsleden, waarvan zestig mensen een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Ze vergelijkt die met een denkbeeldige andere firma, kleiner, die voornamelijk mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst neemt. Als dat ook om zestig personen gaat, is het aantal mensen met een arbeidsbeperking dat aan werk geholpen wordt, op zichzelf bezien evengroot. „Is het ene model per se beter dan het andere? Dat lijkt mij van niet.”

Wat een bijzondere rechtsvorm wel zou kunnen bieden volgens haar: „Meer erkenning, soepelere samenwerking met overheden en andere partijen. Omdat het dan duidelijker is welke doelen de organisatie nastreeft”, aldus Renou.

Gebrek aan kennis en beleid bij overheden in het algemeen, maar vooral bij inkoopprocedures, zit volgens de onderzoekster sociaal ondernemers vaak in de weg. Ze bevestigt dat het krijgen van financiering ook vaak lastig is. „Niet alleen geld van banken, maar bijvoorbeeld ook subsidie om te kunnen groeien, leren of experimenteren.” Een derde belemmering: inzicht krijgen én houden op de geboekte maatschappelijke resultaten is niet eenvoudig. Een heel andere uitdaging is meer intern: „Hoe maak je een keuze tussen zo groot mogelijk worden –en dus iets meer op financiën sturen– en maatschappelijke doelen bereiken? Kies je voor meer winst zodat je sneller groeit en meer bereikt, of kies je voor een zo groot mogelijk effect op doelgroepen binnen je bereik?”

Moeten ook andere niet-commerciële bedrijven zoals kinderopvang als sociale ondernemingen worden beschouwd? „Voor mij is een sociale onderneming niet hetzelfde als een organisatie zonder winstoogmerk. Sociale ondernemingen kunnen prima winst maken. Die winst wordt bijvoorbeeld gebruikt om investeerders terug te betalen en extra activiteiten te ontplooien. Denk aan campagnes, donaties aan doelen, verdere groei van het bedrijf.”

ABN AMRO: Bv-m biedt nauwelijks soelaas

Eric Buckens, directeur van het ABN AMRO Social Impact Fonds, ziet een verschuiving in het denken over sociale ondernemingen. Niet alleen bij banken, maar ook bij andere grote ondernemingen zoals Philips en Danone.

Bij het beoordelen van financieringsaanvragen kijken banken behalve naar de financierbaarheid, steeds vaker ook naar de kosten en opbrengsten van sociale en duurzaamheidsdoelen. Ook ontwikkelen banken al steeds meer mogelijkheden om sociale bedrijven te financieren. Als voorbeelden daarvan noemt hij investeringsfondsen zoals het ABN AMRO Social Impact Fund. „De afgelopen jaren komen sociale ondernemingen steeds vaker met slimme bedrijfsmodellen op de markt”, zegt Buckens. „Veel sociaal gedreven ondernemers hebben een geschikt verdienmodel. Ze zijn zowel in staat om hun sociale doelstellingen te halen als commercieel en financieel succesvol te zijn.”

Volgens Buckens is er behoefte aan herkenbaarheid van sociale ondernemingen en afbakening van het begrip. Maar hij betwijfelt of een eigen rechtvorm noodzakelijk is.

Bovendien zou de bv-m zelfs ook averechts effect kunnen hebben, zegt hij. Criteria kunnen juist ook beperkingen tot effect hebben in de nodige handelingsruimte voor het bedrijf en onnodig papierwerk en bureaucratie.

Over het algemeen liggen belemmeringen voor de ontwikkeling van sociale ondernemingen meer in kennis en denken binnen bedrijven en de cultuur van traditionele marktpartijen. En: „Onbekend maakt onbemind.” Verder zit soms de marktstructuur van een bepaalde sector in de weg. Dat is volgens Buckens te zien in bijvoorbeeld de lastige concurrentiepositie van biologische supermarkten. „Belemmeringen liggen minder in tekortschietende regelgeving of onvoldoende fiscale mogelijkheden.” Buckens ziet wel een oplossing in de Code Sociaal Ondernemen, die momenteel ontwikkeld wordt. „Dat draagt bij aan definiëring en herkenbaarheid, maar heeft niet de beperkingen van een eigen rechtsvorm.”

(bron- Reformatorisch dagblad , Gertina Heger)

Kabinet verkent haalbaarheid nieuwe rechtsvorm sociale ondernemingen

De ministerraad heeft besloten om de regelgeving en het speelveld voor ondernemingen met sociale of maatschappelijke doelen actief te gaan verbeteren. Staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken en Klimaat start daarom met een onderzoek naar de wenselijkheid van de introductie van een nieuwe rechtsvorm voor deze bedrijven.

Sociale ondernemingen zijn van belang voor de maatschappij, omdat zij een rol spelen bij het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken op het terrein van bijvoorbeeld energie en klimaat, zorg, onderwijs en veiligheid in binnen- en buitenland. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat een betere erkenning en herkenning van sociale ondernemingen sociaal ondernemerschap stimuleert.

Staatssecretaris Mona Keijzer (EZK): “Ondernemers, maatschappelijke organisaties, onderzoekers en de politiek vinden allemaal een verdere verkenning van de behoeften van sociale ondernemers en de mogelijkheden voor betere (h)erkenning van deze bedrijven  noodzakelijk. Daarom gaat het kabinet actief aan de slag met dit vraagstuk, omdat dit van belang is voor zowel onze maatschappij als onze economie. Ik betrek hierbij ook het initiatief vanuit de Tweede Kamer om de Code Sociaal Ondernemen wettelijk te verankeren.”

Het kabinet gaat breed aan de slag met de opgave om sociaal ondernemerschap te versterken. Staatssecretaris Keijzer, minister Dekker voor Rechtsbescherming, minister Kaag voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werken hierbij samen.

Nieuwe rechtsvorm voor sociale ondernemers verkennen

Sociaal ondernemers kunnen op dit moment voor dezelfde (rechts)vormen kiezen als elke andere ondernemer. Het kabinet gaat de introductie van mogelijk nieuwe varianten, zoals een bv-m, verkennen. Het invoeren van een nieuwe (variant van een) rechtsvorm is een juridisch ingrijpende maatregel, waarvan alle implicaties op dit moment nog onvoldoende kunnen worden overzien waardoor eerst aanvullend onderzoek nodig is.

Initiatiefnota Tweede Kamer wettelijk verankeren Code Sociaal Ondernemen

Het Tweede Kamerlid Bruins (ChristenUnie) heeft in september 2018 een initiatiefnota over dit onderwerp ingediend.  Hierin verzoekt hij het kabinet om naast de introductie van een andere rechtsvorm ook te onderzoeken of de zogenoemde Code Sociale Ondernemingen, op een vergelijkbare wijze wettelijk verankerd kan worden als de Corporate Governance Code.

Samen aan de slag om impactgerichter te werken

In januari 2019 is het eerste leertraject impactgericht werken gestart. Wij, van Selab Team Impact) begeleiden daar het leertraject impactgericht werken, samen met onze partner de Sociale Innovatiefabriek.
7 Belgische maatschappelijke organisaties gaan on-line en off-line aan de slag met impact evaluatie en meer impactgericht te werken.

In 7 sessies, verspreid over een jaar, ondersteunen wij de organisaties om hun impact in kaart te brengen en waar mogelijk te vergroten. Daarnaast leren zij hoe zij in de toekomst zelfstandig hun eigen impact kunnen blijven meten, voor al hun interventies en activiteiten. De organisaties zetten zich in voor diverse maatschappelijke thema’s. Tijdens de 2e sessie zijn de deelnemers aan de slag gegaan om inzichtelijk te maken hoe zij zich inzetten voor die verandering en welke impact zij beogen. Tussentijds krijgen ze allerlei opdrachten mee, die zij invullen met hun werkgroep. Op de aankomende derde sessie kunnen we dan de volgende stappen nemen.

En op 1 maart is het tweede leertraject impactgericht werken in Brussel van start gegaan!Ook hier weer een gedreven groep vzw organisaties die al in de eerste sessie inzicht kregen in wat impact evaluatie voor hun organisatie kan betekenen. Voor hun doelgroep, samenwerkingsverbanden en hun vrijwilligers. Mooi om te zien hoe gedreven deze organisaties zijn. Marjolein, Iris en ik kijken uit naar het vervolg!

Binnenkort meer details over dit traject op deze site.
Mocht je nu al willen weten wat het precies inhoudt stuur dan een mailtje of neem telefonisch contact met Marguerite op.

gezond idealisme met een geurtje

Een idee bedenken, een bedrijf starten, een merk ontwikkelen en dan de markt op. Bij onderneemster Saskia de Knegt nam dit hele proces tien jaar in beslag. Eerste wilde ze alles ‘aan de achterkant’ van haar onderneming perfect hebben, zodat ze haar doel kan waarmaken: een wereldwijd, duurzaam, luxe lifestylemerk. “We zijn er nu klaar voor.”

Sinds kort heeft De Knegt een pop-upwinkel op station Amsterdam Centraal waar ze onder Worlds of Opportunities (WOO) geurkaarsen, parfums voor in huis en sieraden verkoopt. Daarvoor werkte ze in het bedrijfsleven. Er moeten zo’n honderd verkooppunten in Nederland bijkomen, van de luxere warenhuizen tot conceptstores en boetiekhotels.

Daarna is de rest van de wereld wat haar betreft aan de beurt. Hoewel ze sinds 2012 diverse verkooppunten heeft en actief is op Amazon in een aantal landen is ze nu ‘eindelijk klaar’ om internationaal op te schalen en uit te breiden. Er ligt een lange weg achter haar.

Vuilnisvrouwen op straat benaderen

“Als ik geweten had dat de retail zo complex was dan was ik hier misschien nooit aan begonnen”, zegt ze. De retail kent vele spelers, legt ze uit, en voor haar als leek was het ‘een heel nieuw spel’. Een spel dat vooral draait, zo heeft ze gemerkt, om lage prijzen. “Daar zijn wij juist niet op uit. Wij willen door de verkoop van onze producten zoveel mogelijk mensen helpen.”

Het is eerste product van WOO waren geurkaarsen. Die worden in Vietnam gemaakt, van gerecycled glas. Vietnam omdat De Knegt daar al eens ontwikkelingswerk had gedaan. “Ik ben de straat op gegaan, vuilnisvrouwen gaan organiseren en die zamelen de flessen in.” Daar krijgen ze voor betaald.

‘Product duurder maar gaat om mensen helpen’

Die flessen worden schoongemaakt, bewerkt en van bijenwas worden de kaarsen gemaakt. Er zijn een tiental groepen mensen betrokken bij het maken van de kaars. ‘Impact building’ noemt ze dat. De Knegt wil zoveel mogelijk mensen helpen, mensen met een sociale achterstand die zeker in armere landen anders moeilijk aan werk komen.

“Ik wil dat er veel zoveel mogelijk mensen die een kans nodig hebben betrokken zijn bij het maken van een product. Mensen die we intensief trainen en begeleiden. Dat maakt het duurder, maar is in mijn ogen beter.” De parfums, zeep, kaarsen en sieraden kosten allemaal tussen de 9 en 49 euro. Niet extreem duur en vergelijkbaar met andere verwenproducten en geurkaarsen.

Verlamd geraakt als student medicijnen

Dat De Knegt op deze manier mensen wil helpen, niet alleen in Vietnam maar ook daarbuiten, heeft te maken met haar verleden. De onderneemster, nu 55 jaar, was 21 jaar toen ze als student medicijnen in Afrika terechtkwam en daar ‘een polio-achtig virus opliep en in een rolstoel terechtkwam’. Ze merkte als patiënt hoe artsen ‘boven je hoofd praten en overleggen alsof je er zelf niet bent’.

Thuis in Nederland was er alle zorg voor haar, ze herstelde volledig. “Ik leerde toen wel hoe het is om anders te zijn.” Na haar eerste jaren als medicijnstudent, besloot ze een andere kant op te gaan. Een MBA bedrijfskunde volgde.

Ze bleef actief in de ontwikkelingshulpverlening. “Ik dacht toen: er moet een andere manier zijn om mensen te helpen. Minder over hun hoofden maar door ze sterker te maken, door ze ergens te bij betrekken.” En zo ontstond Worlds of Opportunities, dat ze met eigen geld oprichtte. Later zijn investeerders aangehaakt.

Niet kopen uit schuldgevoel

Het moest alleen wel een merk worden dat je wilt kopen vanwege de naam, ‘waar je bij wilt horen en dus niet omdat er zielige mensen bij betrokken zijn’. “Ik wil niet dat mensen onze producten kopen uit schuldgevoel maar omdat het mooie producten zijn waar toevallig een verhaal achter zit.” Aan zielige foto’s in reclame en op verpakking doet ze dan ook niet.

Een merk opzetten vanuit een eigen filosofie, het klinkt allemaal simpel, maar de woorden ‘een hels karwei’ vallen ook tijdens het interview. “Ik wilde per se gelijk iets moois neer zetten. Het moest allemaal kloppen – het design, de missie, de supply chains, de mensen die we erbij betrekken, de kanalen waar verkocht wordt. Vanaf nul beginnen kost veel tijd, is veel werk.”

‘Doorgaan, doorgaan en hard werken’

Ze noemt een hele waslijst aan zaken op: je merk beschermen, juridisch alles dichtgetimmerd hebben, onafhankelijke ‘auditors’ inschakelen die controleren of alles duurzaam gaat. “Ik ben alleen begonnen en nu zijn er zeker dertig mensen bij betrokken.”

In Vietnam zijn inmiddels 100 mensen aan het werk voor WOO. Andere landen staan op haar wensenlijst. Opgeven is voor De Knegt nooit een optie geweest. “Doorgaan, doorgaan en hard werken, dat leer ik mijn vier dochters ook.”

(bron Z- Maaike Homan- 12 februari 2019)

Ook sociaal ondernemers in de Forbes top 10 van rijzende sterren

Jaarlijkspubliceert Forbes diverse prestigieuze lijstjes met de dertig grootste beloften onder de dertig jaar per categorie. De tien categorieën lopen uiteen van finance tot social entrepreneurship en retail & commerce. En daar zitten met enige regelmaat Nederlanders tussen.

Wie worden wereldwijd gezien als de rijzende sterren onder de Nederlandse ondernemers? Volgens zakenblad Forbes moeten we deze tien aanstormende talenten in de gaten houden.

Dit jaar valt onze blik op een aantal sociaal ondernemers uit Nederland. Duurzaam, circulair en op het gebied van energie.

Sjuul Berden. Met United Wardrobe brengt Berden (27) tweedehands kleding aan de man. Sinds de oprichting in 2014 heeft het Utrechtse bedrijf zo’n 1,5 miljoen gebruikte voorwerpen weten te verkopen.

 Loes Bijleveld. Vanuit Ivoorkust helpt Bijleveld (29) lokale boeren door organisch afval op te kopen en om te zetten in biogas, een vorm van groene energie, en meststoffen. Sinds 2016 leidt ze het bedrijf LONO.

Jiajun Cen Cen (29). Medeoprichter en de huidige CFO van de in Delft gevestigde AquaBattery. Deze startup houdt zich bezig met het opslaan van hernieuwbare elektriciteit afkomstig van zonnepanelen. Dat gebeurt via de zogeheten Blue Battery.

Jari Hazelebach. Deze Rotterdammer (23) heeft een app op de markt gebracht om spraak om te zetten in een geschreven tekst. SpeakSee is bedoeld om slechthorenden bij te staan in moeilijk verstaanbare situaties. Hazelebach heeft zelf slechthorende ouders.

Nu gaat het me niet zo om zo’n lijst, ben niet zo van die opsommingen. Mooi vind ik het wel dat deze ondernemers een plekje hebben gekregen op de lijst. Serious business, impact gedreven en  goed voor onze wereld!

(bron AD – 18 februari 2019)

De toekomst is NU!

Zo vlak voor de zomerstop staat de wereld nog lang niet stil. Tenminste niet “mijn”wereld. Er wordt nog volop gespard, verkend, geschreven en ontwikkeld en zeker waar het gaat om de samenleving en hoe we met elkaar kunnen leven. Anders, met innovatieve oplossingen, andere denkwijzen en andere rollen en taken voor een ieder, inclusief de gevestigde pilaren in die samenleving.

Dat is een goede zaak al vraag ik me soms af of ik de afgelopen zeven jaar in een parralel universum heb geleefd. Zo’n wereld waar de betrokkenheid bij de samenleving gemeengoed is en de standaard, waar ondernemen vanuit de impact die het heeft op deze samenleving,  centraal staan. Gericht op een andere manier van denken en handelen, de ene noemt het innovatief en de ander gewoon logisch nadenken. De een verkent en onderzoekt en de ander doet het gewoon. Dat is ook allemaal nodig en ik prijs me gelukkig dat ik zie dat het niet meer zo als vreemd of te idealistisch wordt ervaren.

Toch zie ik sommige artikelen en onderzoeken voorbij komen waarbij het nog steeds niet helemaal duidelijk is wat er nu aan het gebeuren is, voor welke kantelingen in de samenleving we staan en hoe dichtbij deze zijn. Het verwoorden hiervan en het stimuleren van deze ontwikkelingen vergt een taal die we allemaal verstaan en in ieder geval een toetsing dat we het over hetzelfde hebben. Dat mist nog wel eens waardoor de kern verloren gaat en de gewenste ontwikkelingen een vertraging oplopen.

Nog fff geduld

Ik  bemerk dat mijn geduld een grens heeft en besef dat ik zo graag een versnelling wil. Misschien komt het door mijn gewandel en vaak ook geploeter van de afgelopen veertien jaar in dit veld en al ben ik echt blij met de huidige ontwikkelingen die we zeven jaar geleden echt niet voor mogelijk hielden, mis ik soms iets. Zoals het beeld van diegenen die hier al echt mee aan de slag zijn en het algemeen delen van deze leerlessen, zodat alles inderdaad in die stroom versnelling komt.

Daarbij besef ik ook dat wij, als maatschappelijk middenveld, de verantwoordelijkheid en trekkersrol die we hebben in die versnelling, ook te lang voor ons uitgeschoven hebben. Te afwachtend soms , al is het fijn om te zien dat we nu meer durven en ons voortschrijdend inzicht door de ervaringen ons daarbij helpt. Net als de veranderingen in de samenleving en hoe we daarmee omgaan.
Natuurlijk kon niet alles wat we voor ogen hadden en waren (en zijn) er nog steeds algemene regels en wetgeving die ons soms in een spagaat brengen. Toch is er een steeds grotere massa die hiermee aan het werk is, die domein overschrijdend werkt en het belang van samenwerken, samen optrekken en de kennis te delen die we allen inmiddels hebben vergaard, zeker onderschrijft.

Dat stuwt de ontwikkelingen van het sociaal ondernemerschap op en al ben ik niet van de labels en definities besef ik terdege dat een gemeenschappelijke “understanding” van dat begrip en wat deze ondernemers beogen van belang is. En dat geldt niet enkel voor hen, ook de rol van overheid en de corporates verandert en ook daar zijn die aspecten van samenwerking en kennis delen en het gewoon ervaren,  vanuit de Good Practices die er al zijn, van belang.

Kunnen en durven we het?

Dus laten we de hekken laten zakken, de domeinen anders benoemen (opheffen is misschien nog een stap te ver), en onze rollen en taken beter op elkaar en elkaars behoeften afstemmen. Gooi het open en laten we zien wat er gebeurt. Wie staat er op en durft een nieuwe aanpak aan ?

En natuurlijk is er iets van een gestructureerde aanpak nodig om de veranderingen te verduurzamen en de impact op de samenleving te vergroten. Kunnen we dat onderwijs ,de zorg en het welzijn verbeteren op een manier die werkt, voor iedereen? Hebben we voldoende slagkracht en zoeken we elkaar op als we dat niet hebben? Hebben we inmiddels op diverse gebieden zoveel aansprekende voorbeelden dat het niet als Utopie ervaren wordt, ook voor diegenen die er verder van af staan ?

Meer vragen dan antwoorden. Gesteld vanuit een onvermogen en ongeduld, aan te pakken vanuit vermogen, kennis en ervaring en de tijd nemen. Rome was niet in een dag gebouwd. Ik weet het. Laten we echter niet nogmaals zeven jaar wachten, dat hoeft immers niet.

De plannen liggen er, er zijn genoeg partijen die hun kennis en ervaring samen inzetten, en er zijn mensen met lef die het wel willen doen. Ik ben benieuwd waar we over zeven jaar staan en wat voor stuk ik dan lees en of schrijf. Ik ervaar het ook als prikkelend en een voorrecht zo in de voorhoede te kunnen en mogen staan.

Zoals ik al eerder schreef :

“Begin dit jaar schreef ik mijn nieuwsbrief dat ik voelde aan alles dat dit jaar een bepaalde tinteling in zich draagt. Nu halverwege besef en bemerk ik dat de tintelingen over gaan in prikkelende gesprekken op de meest vreemde en mooie plekken met mensen die stappen (willen) zetten. Kan daarvan genieten en de belofte van een impactvol jaar wordt steeds concreter en komt dichterbij. Wartaal voor de een, ver van mijn bed show voor de ander en voor steeds meer mensen een andere samenleving die we zelf maken en die steeds bereikbaarder wordt. Schreef het al eerder en het blijft maar doorgaan. Kan er niet meer omheen en wil ik ook niet! ”
“We are trying to construct a more inclusive society. We are going to make a country in which no one is left out.” – Franklin D. Roosevelt

Dus eromheen al lang niet meer. Nog meer een aandeel en verantwoordelijkheid nemen; graag !
Gedurende de zomerstop daar maar eens serieus werk van en plannen voor maken; de toekomst is NU !

Trainingen en workshops vanaf augustus

Door de feedback, onze ervaring en voortschrijdend inzicht zijn sommige trainingen geheel vernieuwd terwijl andere vanuit de basis worden aangevuld met actuele ontwikkelingen.

Boeketten laten maken of je fiets repareren kan bij een sociaal ondernemer

De afgelopen tijd zie ik steeds meer krantenartikelen en ook uitzendingen op tv waar aandacht is voor het sociaal ondernemerschap.
De inleidingen suggereren vaak dat het een geheel nieuwe vorm is, en al is het in sommige gevallen wel een nieuw initiatief of een jonge wetenschap wat betreft ondernemen; geheel nieuw is het al lang niet meer.

Er zijn inmiddels al hele goede voorbeelden van dit ondernemerschap en niet de kleinste ook. Een bekend voorbeeld van een sociaal ondernemer is Tony’s Chocolonely. Dit bedrijf maakt ‘slaafvrije’ chocolade. Winst maken is niet het hoogste doel, Tony’s wil dat cacaoboeren in Afrika fatsoenlijk van hun productie kunnen leven. Toch is het bedrijf erg succesvol: de omzet stijgt ieder jaar met zo’n vijftig procent en heeft een marktaandeel van ruim 4,5 procent in Nederland.

Vanuit diverse invalshoeken (niet enkel gericht op arbeid en de doelgroep die daartoe een langere afstand heeft) en met diverse doelen; wel allen vanuit die impact gedachte opgezet; een maatschappelijke meerwaarde creëren!
Voor steeds meer mensen is het een geaccepteerde vorm waarbij getoond wordt dat dat doel het hart vormt van de onderneming en dat het gezonde business model ertoe bijdraagt dat het maatschappelijke doel behaald kan worden en het deze juist versterkt, vergroot en verduurzaamt.
Het is niet enkel meer voorbehouden aan een kleine groep van zogenaamde idealisten , als destijds werd gedacht en verondersteld. Deze wijze van impact gericht ondernemen laat echt zien dat het een effect heeft op de samenleving, op een positieve manier en dan ook nog op een gezonde ondernemende wijze.
Tijd voor een blog met enkele  nieuwe voorbeelden en vooral ook met de passie van de sociaal ondernemer die erachter staat. Gewoon ter inspiratie en  te laten zien dat het kan en ook nodig is.

LEIDEN – In Leiden staan Ezra en Britney in de nieuwe bloemenzaak Happy Flower boeketten te maken. De twee dames zijn blij met hun nieuwe baan. De bloemenzaak is net officieel geopend en Ezra en Britney zijn bijzondere werknemers. Ze hebben ‘een afstand tot de arbeidsmarkt’ zoals dat in officiële termen zo mooi heet.(bron Omroep West)

Eigenaresse Jane Peerdeman is trots op haar werknemers. ‘Ik voelde gewoon dat ik deze kans moest grijpen’, zegt Peerdeman. ‘En ik wilde dat heel graag doen samen met mensen met een beperking.’

Breda- Tosti’s eten én schommelen: wat ons betreft de ideale combinatie. Je doet het bij Happy Tosti, een nieuwe hotspot aan de Veemarktstraat. Hier biedt David Golverdingen (30) een werkplek aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. “Binden en verbinden, dat is wel de rode draad in mijn leven.” (bron ; in de buurt Breda)

“Als sociaal ondernemer kun je deze mensen kansen bieden, en het is zo mooi om te zien dat zij die kansen met beide handen aangrijpen. Ik vind het leuk om mensen te begeleiden, om ze nieuwe vaardigheden te leren. Om ze te laten zien wat ze waard zijn. Dit in combinatie met de ‘happy vibe‘ die je hier hebt, maakt dat het iedere dag een feestje is.”

Blue LOOP Originals. Dit merk van Nederlandse bodem ontwerpt en produceert kleding van gerecycled denim. Daarnaast jagen zij diverse innovatieve projecten aan met als doel het verduurzamen van de textielindustrie. De missie van het kledingmerk is ‘WORN to REBORN’, waarbij ze versleten spijkerbroeken een hoogwaardig, tweede leven geven. Hierdoor belandt er minder textielafval op de vuilnisbelt en wordt er minder kleding verbrand.

We dromen bij Blue LOOP vooral van een wereld waarin duurzaamheid voorop staat en verspilling verleden tijd is. Niet enkel op het gebied van kleding, maar ook in andere aspecten van ons leven. Duurzaam en verantwoordelijk omgaan met de omgeving om ons heen. Op elk moment van de dag, iedere dag

Eind oktober werd de eerste Sign Language Coffeebar geopend, op de Amsteldijk. Omdat de meeste mensen geen gebarentaal beheersen, kunnen gasten op videoschermen in korte clipjes zien hoe ze met hun handen een cappuccino of croissantje bestellen.
De koffiebar is een initiatief van sociale onderneming Ctalents. In samenwerking met ABN Amro opent nu in het duurzame restaurant Circl op de Zuidas een tweede gebarentaalkoffiebar.

Bas de Ruiter van Ctalents: ‘Veel doven komen niet aan het werk door hun beperking. En dat is zonde. Er zijn genoeg concepten waar ook zij prima kunnen functioneren. Het leuke aan een koffiebar is dat het een plek is waar doven en niet-doven met elkaar in contact komen.’

Weer een paar kleine voorbeelden, waar ik blij van word. Het is slechts een zeer minieme greep van het aantal sociaal ondernemingen die nederland rijk is.

Mocht jij nou een sociaal ondernemer hebben ontmoet of een aankoop hebben gedaan die jou blij heeft gemaakt en met andere ogen deed kijken naar deze vorm van ondernemen, laat het ons weten. Of schrijf een blogje waarom dit jou inspireerde, blij maakte of anderszins iets bij je opriep. We ontvangen jouw verhaal graag.