Berichten

Social Impact Bond in Veldhoven: 25 banen tot dusver

 Een jaar na de start van een speciaal project in Veldhoven, waarbij private investeerders de inburgering van statushouders financieren, hebben 25 deelnemers werk. ,,We zijn blij met de eerste successen. Maar de duurzaamheid van het project moet zich nog tonen.”

Bij dat project financieren externe investeerders via zogeheten Social Impact Bonds de inburgering van statushouders. De totale investering bedroeg twee miljoen euro. Met dat geld krijgen deze vluchtelingen met verblijfsvergunning uitvoerige begeleiding en intensieve taalles, iets dat de gemeente Veldhoven zelf nooit zou kunnen betalen.

Rendement

Op het moment dat de deelnemers langer dan twee jaar aan het werk zijn, bespaart de gemeente Veldhoven geld op uitkeringskosten. Een gedeelte van die besparing gaat naar de investeerders, die zo rendement halen.

Stellen dat het project succesvol is, dat is nog te vroeg. Het is immers nog onduidelijk of de nu werkzame 25 vluchtelingen over twee jaar nog werk hebben. ,,Maar gemiddeld zijn statushouders in deze regio drie jaar bezig met inburgeren en krijgen ze acht jaar een uitkering”, zegt Van Dongen. ,,De deelnemers van het project doen het tot dusver dus veel beter dan gemiddeld.”

We zijn blij met de eerste successen. Maar de duurzaamheid van het project moet zich nog tonen.”, aldus de Veldhovense zorgwethouder Mariënne van Dongen.

In twee tranches startten in totaal 66 statushouders met het project. Behalve de groep die al werkt heeft gevonden, zitten nog 5 deelnemers op een werkervaringsplek. Van Dongen: ,,Als zij voor mei volgend jaar werk hebben, heeft zowat de helft binnen een jaar een baan.”

Controlegroep

De vraag blijft hangen of het succes te danken is aan de intensieve begeleiding of dat de economische voorspoed in deze regio ermee te maken heeft. Er is namelijk geen controlegroep; een groep statushouders, met dezelfde kenmerken, die niet meedoet en ook gevolgd wordt.

Het hele project loopt tot mei 2021. Er komen tot die tijd geen nieuwe deelnemers bij. Na afloop besluit de gemeente over een eventueel vervolg. Ondertussen kwamen minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees en zijn staatssecretaris Tamara van Ark al eens een kijkje nemen.

Overigens is voor sommige deelnemers die nog geen werk hebben gevonden ‘motivatie wel een dingetje’, aldus Van Dongen. ,,Ze moeten het wel zelf doen. Zelf een cv maken en zelf op zoek naar werkgevers.” Drie deelnemers stopten tot dusver met het project. Een vrouw werd zwanger, twee anderen verhuisden. IamNL, dat de begeleiding verzorgt, krijgt daar een aparte onkostenvergoeding voor.

(bron : eindhovens dagblad 1 november 2018)

Social Impact Bond (SIB) voor integratie vluchtelingen

Private investeerders gaan vluchtelingen met een verblijfsvergunning helpen met integreren, zodat de overheid het niet hoeft te doen. De gemeente Veldhoven heeft als eerste Nederlandse overheidsinstantie een overeenkomst met het bedrijfsleven gesloten om de traditionele overheidstaak van integratie uit te besteden.

De Brabantse gemeente Veldhoven , vlak naast Eindhoven, heeft met het Amsterdamse Social Impact Finance een zogeheten Social Impact Bond (SIB) getekend. Bij een SIB schakelt de overheid een bedrijf in om met eigen geld een maatschappelijk probleem op te lossen. Slaagt het bedrijf in de opdracht, dan krijgt de ondernemer een geldelijke beloning. Mislukt het project, dan lijdt de investeerder verlies, maar loopt de overheid geen financieel blauwtje.

SIB’s bestaan al langer, maar werden tot nu toe niet ingezet voor de integratie van vluchtelingen, maar om Nederlandse werklozen en ex-gedetineerden aan het werk te helpen. Rotterdam had in 2014 de primeur met de eerste Nederlandse SIB

Social Impact Finance investeert geen eigen geld in de integratie van vluchtelingen in Veldhoven. Stichting Van den Santheuvel, Sobbe en een onbekende tweede investeerder stoppen samen 1 miljoen euro in intensieve taallessen en een project om statushouders dichter bij de arbeidsmarkt te brengen.

De kracht van het Veldhovense initiatief is de intensieve begeleiding van vluchtelingen, zegt Ineke Hurkmans, namens Social Impact Finance uitvoerder van het project. ‘In de ochtend krijgen statushouders taalles. De rest van de week werken ze in een bedrijf, waar de voertaal Nederlands is.’ De statushouders ‘spelen’ dan bedrijfje, om vast te wennen aan het Nederlandse bedrijfsleven. Ze kopen hun eigen koffie in, maken schoon, voeren administratieve taken uit en zijn verantwoordelijk voor de marketing. Het product dat de statushouders verkopen is zichzelf.

Veldhoven heeft sinds 2014 tweehonderd statushouders binnen de gemeentegrenzen gevestigd. Ongeveer 145 van hen krijgen een uitkering. Op dit moment worden zeventig statushouders binnen het project begeleid naar de arbeidsmarkt. Uiteindelijk moeten alle statushouders meedoen die kunnen lezen en schrijven en ten minste 28 uur per week beschikbaar zijn.

Of de gemeente de integratie van vluchtelingen in de eigen gemeente niet net zo goed zelf kan uitvoeren? Bij de gemeente is met name de o zo belangrijke taalbegeleiding minder goed, zegt Hurkmans. ‘Vluchtelingen zitten drie keer per week drie uur in de klas, maar als ze naar huis gaan spreken ze hun eigen taal. Bij ons zijn ze gedwongen de hele week Nederlands te spreken’, zegt Hurkmans.

De gemeente heeft simpelweg het geld niet voor zulke intensieve begeleiding, zegt wethouder Mariënne van Dongen-Lamers, verantwoordelijk voor arbeidsparticipatie. ‘We zijn sterk gekort op middelen voor integratieprojecten.’

Maar de gemeente bespaart wel veel uitkeringsgeld als statushouders aan het werk zijn. Daarom bedacht de wethouder een alternatieve constructie. Als Social Impact Finance statushouders ten minste twee jaar lang aan het werk houdt, ontvangen de investeerders het geld van zes jaar bijstand. De gemeente bespaart dan nog altijd geld, want statushouders zitten volgens de wethouder.gemiddeld acht tot tien jaar in de bijstand.

Als we een klein verlies lijden, hebben we alsnog maatschappelijk goed werk gedaan, aldus Cortijn van Valkenburg, penningmeester

Voor de ondernemers is het risico groter. Vluchtelingen aan het werk helpen is een zware taak. Als vluchtelingen na anderhalf jaar werken uitvallen, krijgt vermogensfonds Van den Santheuvel, Sobbe niets. Wat meespeelt is dat het vermogensfonds in zijn doelstellingen heeft staan dat het zich voor zwakkeren wil inzetten en dat het behalve aan conventioneel beleggen ook aan liefdadigheid doet. ‘Als we winst maken, kunnen we volgend jaar meer weggeven. En als we een klein verlies lijden, hebben we alsnog maatschappelijk goed werk gedaan’, zegt penningmeester Cortijn van Valkenburg van het vermogensfonds.

(bron : De Volkskrant, Jochem van Staalduine, 30 januari 2018)

Drie start ups verkozen tot meest veelbelovende social enterprises

Rebottled, SweepSmart en Vinculum zijn verkozen tot winnaars van Social Impact Lab 2017, een challenge voor startups met een maatschappelijke doel.

Voor deze vierde editie hadden zich 141 startende sociale ondernemingen ingeschreven. De jury prijst de winnaars om hun slimme concepten voor het oplossen van actuele maatschappelijke problemen. Zij krijgen onder andere een tweejarig begeleidingstraject van PwC om te kunnen doorgroeien en een donatie van 5.000 euro.

De deelnemers werden beoordeeld op maatschappelijke impact, haalbaarheid en innovatiekracht. De veertig meest veelbelovende social enterprises werden na een eerste selectie uitgenodigd hun businessplan op te sturen. De uiteindelijke tien finalisten mochten vandaag hun plan pitchen, waarna een vakjury de onderstaande drie winnaars koos.

Bij Rebottled (NL) ‘upcyclen’ ze lege wijnflessen tot drinkglazen met de hulp van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

SweepSmart (NL) biedt oplossingen voor het enorme afvalprobleem in India. Door de introductie van een lopende band wordt afval slimmer gesorteerd en veranderen arbeidsomstandigheden ingrijpend.

Vinculum (Duitsland) creëert een modern open bankplatform voor agrarische waardeketens om zo concurrerende financiële diensten te kunnen bieden voor kleine boeren.

Kijkend naar het aantal inschrijvingen en de kwaliteit van de inzendingen als ook de winnaars op de diverse aspecten, kan ik enkel maar zeggen : Gefeliciteerd en laten we zo doorgaan!

Met nieuwe impact bonds maatschappelijke uitdagingen te lijf

In een impact bond hebben een overheid, ondernemer en private investeerder de krachten gebundeld op basis van een prestatiecontract. De investeerder verstrekt geld aan de ondernemer, zodat deze een maatschappelijke uitdaging bij de kop kan pakken. Zodra de ondernemer hierin slaagt, betaalt de overheid – met de behaalde besparingen – de investeerder terug. Zo dient privaat kapitaal een maatschappelijk doel” “De overheid houdt de regie, maar is niet langer risicodrager. Dat ligt nu bij de investeerder, die de ondernemer veel eerder zal sturen op impact in plaats van op regels.

Inmiddels heeft de social impact bond (SIB) een plek veroverd in het sociaal domein om participatie te bevorderen. Weet een ondernemer bijvoorbeeld arbeidsre-integratie te bevorderen? Dan hoeft een gemeente minder uitkeringen te betalen. Het geld dat hierdoor vrijkomt, is het rendement voor de private investeerder.

Steeds vaker worden in ons land impact bonds ingezet als instrument om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Maar dat beperkt zich vooralsnog tot het sociaal domein; met social impact bonds. “Waarom is dat zo?”, vragen Joost Clarenbeek en Erick Wuestman zich af. “Hoe gaaf zou het zijn als we bijvoorbeeld een ‘circular impact bond’ starten?” Beide adviseurs vinden het tijd om daar werk van te maken.

 Zoals een ‘circular impact bond’, een ‘CO2 impact bond’ of een ‘waste impact bond’.

Omdat ondernemers ook een belangrijke rol kunnen spelen in het realiseren van milieudoelstellingen, is het interessant om de circulaire tegenhanger van de SIB te verkennen. Zoals een ‘circular impact bond’, een ‘CO2 impact bond’ of een ‘waste impact bond’. “Het blijkt complex,” concludeert Erick Wuestman. “Er bestaat immers nog geen uniforme rekenmethode om de besparingen hiervan in euro’s uit te drukken, en overheden hebben nog geen zorgplicht richting de circulaire economie. Een financiële impuls ontbreekt dus.”

Ook rondom de Sustainable Development Goals (SDGs) van de VN zijn interessante impact bonds te organiseren

Ook rondom de Sustainable Development Goals (SDGs) van de VN zijn interessante impact bonds te organiseren. Joost legt het uit met een voorbeeld. “Stel dat een overheid € 1 miljoen wil uittrekken om werk te maken van nieuwe vormen van voeding (SDG 2). Met losse projecten ben je dan snel door dat geld heen. Denk daarom eens na over een ‘SDG impact bond’

Lees verder in het artikel hoe een  ‘gebruikte materialen impact bond” wel levensvatbaar zou kunnen zijn en de kansen van impact bonds voor onze samenleving verder benut kunnen worden. Ook nodigen ze je uit, als ondernemer, overheid of financier  om de impactbal aan het rollen brengen.

Denk jij mee?!

Sociaal ondernemen: een alternatief voor onze roofbouw-economie

Follow The money publiceert een reeks artikelen over sociaal ondernemerschap. Dit artikel is de eerste in de reeks Hoe kunnen we in Nederland een ecosysteem creëren waarin de sector optimaal kan floreren? En wat is de rol van andere partijen — van de overheid en business schools, tot impact-investeerders en pensioenfondsen — hierin?

Na een introductie over sociaal ondernemerschap gaat het artikel in op de professionalisering, de kansen en uitdagingen en de toekomst van deze sector.
Willemijn Verloop blikt terug op de afgelopen zes jaar en ik kan je vertellen, in de ruim tien jaar waarin ik werk in dit veld, beaam ik haar omschrijving van het begin. Ook ik moest het steeds uitleggen en nu worden we, en onze collegae, herkent en meer erkent. Al betekent dat soms ook uitleggen, want voordat het serious business werd waren wij er immers al.

Ook is het allemaal niet meer zo kleinschalig als in het begin. In het artikel worden voorbeelden als Grayston Bakery en Tony’s Chocolonely  aangehaald in dat kader.

Toch loopt Nederland achter op koplopers zoals Engeland. ‘Waar in Engeland één op de vier startups expliciet een maatschappelijke missie heeft, is dat er in Nederland één op de vijfenzeventig’, aldus Klomp, boeddhist en bedrijfsadviseur op het gebied van betekenisvol ondernemen.

Er valt nog een hoop te winnen

Volgens McKinsey kan de Nederlandse Social Enterprise sector zich de komende jaren vervijfvoudigen. Maar om de groei te versnellen en nieuwe spelers aan te trekken is professionalisering over de gehele linie noodzakelijk.

een ideaal eco-systeem

Keypoints zijn daarin onder andere erkenning en herkenning. Of het nou de overheid, het publiek, de wetenschap of het bedrijfsleven is, erkenning en herkenning van sociale ondernemingen – en het feit dat schaalbaarheid en sociale impact hand in hand gaan – is een belangrijke stap richting versnelling.
De overheid, faciliterende netwerken en impact investeerders kunnen hieraan bijdragen door hun kennis over succesvolle sociale ondernemingen te delen en meer met sociale ondernemers samen te werken.

Daarnaast kan de overheid, door te faciliteren en kansen te creëren, een sleutelrol spelen in de verdere ontwikkeling van de sector. Onder andere op het gebied van aanbestedingen als in het leven roepen van een modaliteit van de BV:een nieuwe rechtsvorm, waarin onder andere de maatschappelijke kern statutair vastligt. ‘
Dit biedt fiscaal, als ook investeerders kansen voor de sociaal ondernemer.

En natuurlijk, ook al heel lang ons aandachtspunt : Daarnaast zal de sector moeten inzetten op het managen en meten van impact.
Universiteiten, onderzoeksinstituten en pragmatische consultants in het veld kunnen een belangrijke rol spelen in het ontwikkelen van gestandaardiseerde meetinstrumenten. En laten wij in SElab nu een samenwerkingsverband van allen zijn.

Sociale ondernemers spelen een belangrijke rol in het creëren van een inclusieve en circulaire economie. Het zijn koplopers die laten zien dat het anders kan. Of zoals Klomp het mooi verwoordt: ‘Over twintig jaar vinden we bedrijven die alleen maar heel veel geld verdienen en geen maatschappelijke waarde creëren idioot. Daar ben ik van overtuigd.’

Ik ook al mag het van mij wel wat sneller !

 

 

Sociale ondernemingen: veel sympathie, weinig aankopen

Sociale ondernemingen mogen bij veel Nederlanders op sympathie rekenen. Een ruime meerderheid van de Nederlanders (66 procent) wil graag producten of diensten van deze ondernemingen afnemen.

Maar in de praktijk doet vrijwel niemand dat nog, zo blijkt uit onderzoek van ABN AMRO onder meer dan 1.000 Nederlanders. Ruim tien procent van hen nam wel eens een product of dienst van een sociale onderneming af. Bijna 40 procent deed dit nog nooit. De helft van de respondenten geeft aan geen idee te hebben of ze dat ooit deden.

Het onderzoek is interessant al resoneren bepaalde begrippen als een hype voor mij niet. Sociaal ondernemen is voor mij geen hype !
Dat de herkenbaarheid een aandachtspunt is waar we aan dienen te werken wel.

Lees hier het artikel en op initiatief van ABN AMRO is  The Good Search, gelanceerd.  Op zoekmachine www.thegoodsearch.nl worden de zoekresultaten gefilterd op producten en diensten van sociaal ondernemers. Zo is duidelijk dat er voor een heleboel diensten en producten een aantrekkelijk duurzaam alternatief is!

Dat en de Social buy Blogs van Social Enterprise.nl  geven de consument meer inzicht waarom sociaal inkopen echt invloed heeft en en waar je deze produkten kan vinden.

Dus voor kerst; koop duurzaam in !

 

Tijd voor wettelijke verankering van de sociale onderneming

“Helaas neemt kabinet advies SER onderzoek ‘label’ sociale ondernemingen niet over”, aldus Bert Otten.

Ruim een jaar na het verschijnen van het verkennend advies van de Sociaal Economische Raad bracht het kabinet onlangs zijn standpunt naar buiten over de toekomst van het sociaal ondernemerschap in Nederland (1).

Het kabinet erkent het belang van bedrijven met een maatschappelijke missie en impact. Deze zogenoemde sociale ondernemingen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke problemen, zoals milieuvervuiling en werkloosheid. Sociale ondernemingen hebben nu vaak moeite om hun maatschappelijk meerwaarde aan te tonen. Het kabinet kondigt om die reden een landelijk onderzoek aan naar hoe de maatschappelijke impact van het brede scala van sociale ondernemingen gemeten kan worden. Verder wil het kabinet vooral investeren in meer bekendheid over de meerwaarde van het sociaal ondernemen.

Mooi die erkenning, helaas komt er nog geen betiteling die de sociale onderneming op basis van een juridische grondslag mag voeren (als aan een aantal eisen is voldaan), in aanvulling op de rechtsvorm van de onderneming.
Kamer, u bent aan zet !

Lees hier het gehele opinie artikel van Bert Otten.

 

 

 

Social enterprise als standaard

Er zijn al weer heel wat jaren voorbij sinds sociaal ondernemerschap een bekender begrip werd, met name op het gebied van arbeidsparticipatie. Zon twaalf jaar geleden werd me nog gevraagd of ik de “zorg”in ging toen ik vertelde hoe ik me met mijn organisatie wilde richten op ondernemende oplossingen ten behoeve van de maatschappij en ondernemers daarbij wilde ondersteunen, stimuleren en inspireren.

Inmiddels is die koers wel hetzelfde gebleven ,  ontwikkelen we steeds op andere gebieden en werken we intensiever samen met andere organisaties.. De wereld verandert wel , gelukkig maar :-).

Het voorwoord in de (alweer vierde) Social Enterprise Monitor verblijd me en stemt me hoopvol. Met name op het gebied van de maatschappeljke effecten en de belangrijke rol van sociaal ondernemers voor innovatie op velerlei terreinen.

Zoals Maurits Groen aangeeft in dat voorwoord :

‘Social entreprise’ –eigenlijk zou het bijvoeglijk naamwoord natuurlijk een overbodige toevoeging moeten zijn. Ergens in het verleden zijn we kennelijk het besef kwijtgeraakt dat een onderneming natuurlijk pas werkelijk succesvol is, als zij een positieve bijdrage levert aan de samenleving als geheel, en niet alleen voordeel oplevert voor de eigenaars en de kapitaalverschaffers ervan. Als samenwerking op basis van ieders deskundigheid en specialisatie leidt tot meerwaarde voor alle betrokkenen.

een sociale -eigenlijk enig acceptabele- economie die uitgaat van goede samenwerking

Bedrijfsfinanciering blijkt verrassend goed te slagen en subsidie speelt voor slechts weinigen een rol. En ondanks de voor velen investeringsintensieve beginfase draait al 40% winst en nog eens 20% break even. Een hoopgevende startscore. Het maatschappelijk bewustzijn van klanten groeit onwaarschijnlijk hard. En ja, de onderzochte bedrijven nemen de moeite om expliciet hun feitelijke maatschappelijke impact te meten (!)..

Lees hier  het volledige rapport waarbij wordt gekeken naar de groei, de maatschappelijke impact, de verschillende stakeholder en de uitdagingen die voor ons liggen….

En dat sociaal ondernemen mainstream wordt. Gangbaar. Gewoon,. De toekomst is nu!

 

 

Samenwerking tussen wetenschap en praktijk; doorbreek de barriere om impact te meten!

Al zo vaak hebben we het over het waarom van het meten van social impact, het hoe en wat. Is het nou zo nodig, is het wel praktisch toepasbaar en meer van dat soort vragen en nog meer uitwisselingen en antwoorden.
En dan hebben we het nog niet eens over de verwarrende definities en interpretaties, en de moment opname van een dergelijke meting. En dat terwijl het helemaal geen moment opname is.
Het is eigenlijk een doorlopend proces van uitwisselingen en betekenisvolle dialogen tussen stakeholders , betrokken bij en geinteresseerd in het meetproces en de uitkomsten.

Nog steeds is het geen way of life en blijft meten nog vaak achterwege, ondanks dat je er niet meer om heen kan. De veelheid aan informatie, methodieken, adviseurs,  consultants en kennisorganisaties bewijzen dat het een heet onderwerp is en toch “branden”veel sociaal ondernemers alsmede andere organisaties met een maatschappelijke relevantie zich er nog niet altijd aan.
Veel organisaties hebben noch de mankracht noch de financieeen om zich er echt op toe te leggen. En dat terwijl het zoveel kan opleveren voor jouw organisatie. Tenminste, als je het doet omdat/en het daadwerkelijk bijdraagt bij het maken van besluiten, verduurzaming, en de ingeschakelde mankracht, geld , tijd en energie opwegen tegen de baten die voortkomen uit een dergelijke meting.

Voor velen blijft het nog een theoretisch iets en is de theory of change nog iets abstracts, een wetenschap en dat terwijl ze er wellicht al jaren mee werken, zonder te weten dat dat het is. Of al jaren werken op een ander spoor dan gedacht, ook dat komt voor 🙂

De barriere om echt impact te meten en het proces aan en in te gaan komen meestal voort uit een tekort aan mankracht, commitment, energie, tijd en geld. Ook de angst voor de openheid van zaken die nodig is houdt een organisatie nog wel eens tegen.

Het werk van de mensen in het veld en de academici , gecombineerd met de analyses uit de praktijk, begint te leiden tot een groeiende set van overcompenserende principes van Impact meting. Toch blijven er genoeg uitdagingen op dit gebied.
Theoretische uitdagingen zoals de wetenschap dat Impact meting meer een instrument is om de impact te vergroten dan enkel gericht op een cijfermatige rapportage. Dit behoeft nog wel eens een  omschakeling in het denken en ook vaak in de cultuur van de onderneming. Meten is weten en dan gaan we vaak uit van cijfermatige rapportages. Daarom is het nodig dat impact meten geintegreerd wordt in de dagelijkse handel en wandel van een dergelijke organisatie.

Richtlijnen vormen geen belemmering voor de innovatie kracht, in tegendeel zelfs. Het blijft maatwerk en er is geen vast set van methodiek en instrumentarium.
Impact te meten in die sectoren waarbij de effecten moeilijker meetbaar zijn vormen geen belemmering voor financierders, ook als het niet tastbaar en in geld uit te drukken.In sommige sectoren en sociaal ondernemende organisaties en of iniatieven duurt het aanzienlijk langer om de effecten aan te tonen en organisaties zijn bang dat dat financierders afschrikt. Dit kan deels ook opgelost worden door een serie van tussen uitkomsten en resultaten mee te nemen en aan te geven. Zowel tastbaar als niet zulke tastbare resultaten. Dit geeft dan aan dat je het zeker meeneemt, erop stuurt en dat kan zelfs stimulerend werken voor een financierder.

En ook praktische uitdagingen zijn er nog om beslecht te worden. De eisen om impact te meten zijn niet te zwaar voor een organisatie. Je kan ook kiezen voor een gefaseerde meting waarbij je die stappen neemt die in eerste instantie het belangrijkst zijn en nog te doen qua mankracht, tijd, energie en geld. De behoeften van de belanghebbenden en de sociaal ondernemingen liggen vaker op een lijn dan gedacht en dat is waardevol om te beseffen.

En zo gaan we verder met het beslechten van de theoretische en praktische belemmeringen voor het meten van Impact als ook in het wijd verspreiden van de kennis en in dialoog gaan met organisaties om van elkaar te leren. Tevens willen we de kloof overbruggen tussen wetenschap en praktijk en die juist verbinden en dan gezamenlijk professionaliseren.
Het is een gebied wat ontgonnen wordt en waar nog veel te ontginnen is.  Wordt zeker nog vervolgd…..

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Groeikapitaal voor kansrijke sociaal ondernemingen

Het toonaangevende European Investment Fund (EIF, via haar Social Impact Accelerator programma) en een aantal informele investeerders kondigen vandaag aan €19 miljoen te investeren in Social Impact Ventures (Social IV). Daarmee heeft dit Nederlandse investeringsfonds nu €30 miljoen onder beheer, dat wordt aangewend als groeikapitaal voor sociale ondernemingen met een financieel gezond bedrijfsmodel en een positieve en meetbare impact op mens en natuur.

Dat is goed nieuws. Voor het eerst investeert het EIF in koplopers van onze eigen bodem via Social IV.
Sinds haar oprichting in 2014 investeerde Social IV onder andere in Taxi Electric – een 100% elektrische taxiservice waar overwegend herintredende 50-plussers werken – en in Afval Loont, een innovatief inzamelconcept waarbij consumenten voor elke kilogram ingeleverd gescheiden huishoudelijk afval direct worden betaald. Beide ondernemingen laten sindsdien een sterke groei zien.

Investeren en actief ondersteunen

Social IV investeert niet alleen, maar biedt ondernemingen waarin zij participeert ook actieve ondersteuning, bijvoorbeeld op het gebied van HR, finance, sales en marketing. Daarbij wordt regelmatig samengewerkt met high-end consultancyfirma’s als McKinsey en PwC. Pierluigi Gilibert, CEO van het European Investment Fund: “Wij leveren met veel genoegen een bijdrage aan dit eerste onafhankelijke social impact fund in Nederland. Lees verder….

Dus ben jij die nederlandse sociaal onderneming met :

  • een heldere ‘theory of change’ om een belangrijk maatschappelijk probleem op te lossen
  • een duidelijke, sterke, positieve en meetbare impact op mens of milieu
  • een levensvatbaar en schaalbaar businessmodel
  • een uitstekend managementteam sterk gedreven door hun missie
  • een sales-trackrecord en helder uitzicht op winstgevendheid
  • kernactiviteiten primair in Nederland

Dan zoekt Social IV jou wellicht om door te groeien?!

En dan heeft Social Impact Ventures wellicht niet genoeg aan 30 miljoen euro!