Berichten

Leren van minder impactvolle oplossingen

Degenen die de sociale impact van hun initiatieven en projecten eerlijk willen meten, moeten een harde waarheid accepteren: soms zijn onze inspanningen niet zo succes- en impactvol als we denken! Althans, niet op de manier waarop we hadden gehoopt, in overeenstemming met onze doelstellingen en beoogde effecten.

Het leiden van ingrijpende maatschappelijke veranderingsprogramma’s betekent minder succesvolle oplossingen accepteren als een kans op groei . Wanneer de ervaringen je doen beseffen dat het doel en de beoogde effecten niet worden bereikt, luister dan naar alle belanghebbenden en doe verdiepend onderzoek om erachter te komen waarom.

Dit kan leiden tot vertraging in de implementatie van voorgestelde oplossingen en kan frustratie teweeg brengen. Neem je daar echter de tijd voor dan kan dat voor verbeteringen van de voorgestelde interventies en acties leiden. Breng vervolgens wijzigingen aan, leer en verbeter.

Openstaan voor dergelijk oponthoud is vooral belangrijk omdat initiatieven voor sociale verandering steeds creatiever worden. Geen of weinig van de belangrijkste sociale misstanden van de samenleving zijn bijzonder nieuw. Niet creatief zijn betekent het risico te lopen de bestaande oplossingen in dezelfde systemen te repliceren die het maatschappelijk probleem hebben veroorzaakt.

Creatieve inspanningen voor sociale impact geven ons de ruimte om nieuwe manieren te verkennen om positieve verandering te creëren. Ze kunnen ook een hoger risico inhouden en een groter doorzettingsvermogen eisen. In plaats van een nieuw idee te vermijden, doen we ons best om eerlijk te meten en open te staan voor het ombuigen, ontwikkelen of schrappen van die initiatieven die niet werken.

Door alle belanghebbenden aan boord te krijgen met de moed en eerlijkheid die nodig is om toe te geven wanneer dingen niet lukken, zal ook eerlijke feedback van de begunstigden worden uitgelokt. Als een begunstigde weet dat het programma of ontwikkelde oplossing niet zo effectief zal zijn wanneer deze niet de verwachte resultaten en impact laat zien, zullen ze eerder openlijk aangeven waarom deze aanpak niet zo geslaagd is.

Deze transparantie zal een grote bijdrage leveren aan het maken van de noodzakelijke verbeteringen die het initiatief zullen helpen groeien om de volgende keer nog succesvoller te zijn. Dat is alle vertraging en eventuele frustratie meer dan waard!

Hoe impactgericht werken goede doelenorganisaties eigenlijk ?

Het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) stelt ieder jaar aan alle Erkende Goede Doelen reflectievragen. In 2019 ging dat over impact, wat resulteerde in de publicatie ‘Een Vuist voor Impact’, met vijf vragen om impactmanagement te beoordelen. In samenwerking met Impact Centre Erasmus  zette voor de toezichthouder de belangrijkste uitdagingen op het gebied van impactmanagement op een rijtje.

Een Vuist voor Impact

Een Vuist voor Impact gaat over de vraag ‘hoe impactgericht goede doelenorganisaties eigenlijk werken’. De hoofdvraag die daarbij gesteld wordt luidt: ‘doe je als organisatie de goede dingen?’ Doel van de publicatie is aanzet geven tot zelfreflectie en verdere actie. Het rapport is een verslaggeving van onderzoek naar impact onder de leden van het CBF met handige tips en adviezen van het Impact Centre Erasmus met verwijzingen naar meer verdieping. Dat alles bondig samengebracht in ‘een handvol vragen, die, met een sluitend antwoord op alle vragen, een vuist vormen; een vuist met impact’.

Vraag 1: Waarom doe ik wat ik doe?
Het rapport stelt dat goede doelenorganisaties aan een bepaald maatschappelijk vraagstuk werken en daaraan een waardevolle bijdrage willen leveren. Daarbij hopen de organisaties dat hun activiteiten bijdragen aan een bepaalde verbetering. Het rapport toont daarvoor een handig model aan de hand van de verandertheorie: ‘de denkstappen die gemaakt moeten worden van activiteiten naar de uiteindelijk beoogde verbetering’. Het CBF wijst daarbij de weg via input naar activiteiten naar outputoutcome en impact. De verandertheorie zou uiteindelijk antwoord moeten geven op de vraag: waarom doe ik wat ik doe?

Vraag 2: Hoe weet ik dat wat ik doe ook werkt?
Bij de tweede vraag draait het om de aannames die gedaan worden tijdens het analyseren van de verandertheorie en het vervolgens kritisch onderzoeken van die aannames. Volgens het CBF doet een betrouwbaar verhaal het goed in fondsenwerving, maar vraagt de gever steeds meer om een bewezen aanpak. CBF: ‘Door aannames expliciet te maken en te onderzoeken kunnen aantoonbare resultaten gevonden worden. Maar pas op voor ‘grote stappen, snel thuis’. Maak de denkstappen niet te groot en besteed aandacht aan de tussenstappen. Aannames laten zien namelijk zien waar de risico’s en onzekerheden zitten.’

Vraag 3: Is dit het beste wat ik kan doen?
Er is nooit één manier om verandering teweeg te brengen; er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Het CBF kaart bij deze vraag aan dat het verleidelijk kan zijn voor organisaties om te kiezen voor een welbekende, vaak toegepaste aanpak. Om dat te voorkomen staan er in het rapport een paar kritische vragen: ‘Op basis waarvan kies je wat je gaat doen? Zijn er verschillende oplossingen overwogen? Wat zou hier het beste werken? En ben jij als organisatie degene die dat het beste kan?’ Om verschillende oplossingen af te wegen biedt het CBF een handig ezelsbruggetje, een ABC: Alternatief – Behoefte – Context. De vraag die je je als organisatie kan stellen, luidt: is deze aanpak het beste alternatief, gezien de behoefte en de context? Om van daaruit te bepalen welke rol het beste bij de organisatie past.

Regel 4: Wat is het effect dat ik zie?
‘Impact gaat over het langetermijneffect van activiteiten.’ Het CBF wijst daarbij op het belang van een nulmeting, een controlegroep en bovenal geduld. Daarbij maakt het CBF een verschil tussen impact weten en impact meten benoemd. De toezichthouder hecht er meer belang aan dat organisaties hun impact kritisch bekijken dan dat er wordt aangetoond hoeveel impact er precies wordt gemaakt. Het gaat hier dus om zelfreflectie: het CBF stimuleert organisaties zo om na te denken over wat meer en wat minder effectief is.

Regel 5: Wat draag ik bij aan een betere wereld?

Met de laatste vraag maakt het rapport ‘de cirkel weer rond naar het ideaal dat een organisatie wil verwezenlijken’. Hierbij gaat het om ‘de gezamenlijke impact van de sector te verantwoorden’. De definitie van een betere wereld is op wereldschaal afgestemd binnen de Verenigde Naties in de zeventien Sustainable Development Goals (SDG’s). Het CBF moedigt de sector aan om aansluiting te zoeken binnen het grootste deel van deze SDG’s. ‘Wie bijdraagt aan een betere wereld moet toch kunnen aangeven op welk vlak hij dan verschil maakt’, stelt het CBF.  ‘Alle goeded oelenorganisaties, als verwenzelijkers van een betere wereld, zouden moeten nagaan hoe hun impactverhaal aansluit op de SDG’s.’

(bron- De Dikke Blauwe – maart 2021)

Bron: CBF
Download hier het volledige rapport “Een vuist voor impact”

Social Impact Bonds- Hype of duurzame Win-Win?!

Steeds meer gemeenten gaan met private geldschieters in zee om nieuwe aanpakken voor lastige maatschappelijke problemen te vinden. Dat kan werken als een vliegwiel voor innovatie en efficiëntie. Maar dan moet het wel meer zijn dan alleen een bezuinigingsmaatregel, schrijven Menno Bosma en Hans van de Veen in hun boek over Social Impact Bonds.

Innovaties
In Social Impact Bonds (SIB’s) worden publieke doelen verenigd met privaat kapitaal. Zo investeerden maatschappelijke fondsen, banken en (zorg)verzekeraars de afgelopen jaren in innovaties om mensen in de bijstand naar werk te begeleiden, de schulden van multiprobleemgezinnen op te lossen en statushouders te helpen in te burgeren. Het idee is: er wordt een nieuwe aanpak getest waarmee de gemeente mogelijk geld kan besparen. Als het lukt om het doel te bereiken, deelt de geldschieter mee in de winst.

Belangstelling
Het klinkt aantrekkelijk. Een succesvolle Social Impact Bond levert winst op voor de inwoners (een maatschappelijk probleem wordt opgelost) én voor de gemeentekas (een duur probleem wordt goedkoper). Bovendien: eventuele verliezen komen op conto van de investeerder en gaan dus niet ten koste van publieke middelen. In tijden van krappe budgetten en grote maatschappelijke opgaven wordt de formule steeds aanlokkelijker. Na een opmars van het fenomeen in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, groeit de belangstelling ook in Nederland. We staan zelfs al op nummer drie op de wereldranglijst wat betreft het gebruik van SIB’s.

Bezuiniging
Toch moeten gemeenten uitkijken, zeggen Menno Bosma en Hans van de Veen, die onlangs het boek ‘De belofte van de Social Impact Bond’ uitbrachten. Ja, een SIB kan win-win-win zijn, met maatschappelijke innovatie, besparing op gemeenschapsgeld en zelfs een mooi commercieel rendement als resultaat. Maar als het financiële gewin de overhand krijgt, kan dat ten koste gaan van de maatschappelijke doelstellingen. Een SIB moet dus meer zijn dan een investeringsinstrument of een bezuinigingsmaatregel.

Waarom moest er een boek komen over SIB’s?
Menno Bosma: ‘De laatste jaren is het onderwerp redelijk booming in bepaalde kringen. Maar je ziet ook dat het een in-crowd verschijnsel is. Onder het grotere publiek is het nog steeds niet heel bekend. Daarom is er weinig discussie over. Dat komt ook omdat er weinig informatie over beschikbaar is. Die informatie ligt vaak alleen bij college van B en W, niet bij gemeenteraad. Er heerst veel koudwatervrees op dat gebied. Wij vinden dat het politiek debat ontbreekt over de voorwaarden waaronder je dit doet. Je kunt in SIB’s een soort losgeslagen instrument van privatisering zien, of een nuttige verrijking van het sociaal domein. Dat debat moet gevoerd worden.’

Zijn jullie uiteindelijk voor- of tegenstanders van de SIB?
Bosma: ‘We kwamen tijdens het schrijven zoveel goede voorbeelden tegen, dat we van sceptici tot gematigde voorstanders zijn geworden. Maar we zijn wel kritisch over de manier waarop het nu in Nederland wordt toegepast. Wat we zien is dat het vooral eenzijdig als kostenbesparingsinstrument wordt gebruikt, en dat beproefde aanpakken steeds herhaald worden. Steeds met maar één uitvoerder, die maar één methode toepast. Op die manier vindt er weinig innovatie plaats.’

Hans van de Veen: ‘Daarom is er behoefte aan meer transparantie en meer onderzoek. Veel SIB’s beginnen bijvoorbeeld zonder nulmeting. Dan worden er veel te weinig lessen geleerd.’

In een SIB moet geld verdienen samengaan met het verbeteren van het welzijn van mensen. Is er niet een inherente frictie tussen die twee doelen?
Bosma: ‘Wat je ziet is dat de impuls om geld te verdienen vaak zo sterk is, dat er nauwelijks welzijnsdoelstellingen gekozen worden. Men kiest bijvoorbeeld voor werktoeleiding: het laaghangende fruit, wat vrij makkelijk te realiseren is. De methoden zijn vaak niet bijster vernieuwend. Het ging, zeker bij de eerste SIB’s, niet zozeer om het welzijn van deelnemers, maar het ging er vooral om dat mensen zo snel mogelijk uit de bijstand gemieterd konden worden.’

Van de Veen: ‘Maar ons voorzichtig positieve eindoordeel is er ook op gebaseerd dat we de ontwikkeling richting meer maatschappelijke doelstellingen wel zien.’

Kunnen jullie verklaren waarom Nederland de op-twee-na grootste gebruiker van SIB’s is?
Van de Veen: ‘Dat hebben wij ons ook afgevraagd, waarom het nu opkomt, en waarom in Nederland. We denken dat het net op het goede moment arriveerde. Een jaar of zeven geleden. Overheden hadden weinig geld vanwege de financiële crisis, met de decentralisering kregen de gemeenten allerlei nieuwe sociale taken. En dan roept een creatieve ambtenaar: laten we dit eens proberen.’

Wat moet je als gemeente vooral wel en niet doen als je met SIB’s aan de slag wil?
Bosma: ‘Laat je de kaas niet van het brood eten door de investeerder. Bedenk zelf goed wat je wil. Ga ook niet meteen uit van één soort oplossing, maar laat de mogelijkheid open voor meerdere methoden. En: transparantie. Zorg dat resultaten openbaar gemaakt worden, daar wordt je als gemeente ook beter van.’

Van de Veen: ‘Zeker voor kleine gemeenten: zoek samenwerking. Zo’n SIB is best ingewikkeld, het kost veel tijd en energie. Dus leer van elkaar. En maak er geen top-down ding van, maar probeer waar mogelijk de doelgroep erbij te betrekken. Dat zorgt voor draagkracht.’

Bosma: ‘Bedenk van tevoren of je de uitkomsten wil inpassen in het staande beleid. En zet op een SIB niet de ambtenaar die zich met de oude oplossing bezighield, die fungeert vaak als rem.’

Verwachten jullie in de toekomst steeds meer SIB’s te zien, of is het een hype die over een paar jaar weer voorbij is?
Van de Veen: ‘Een aantal partijen is de afgelopen jaren afgehaakt omdat gemeenten weer beter in de financiën zaten. Dat is door corona weer omgedraaid. Dat zou een nieuwe voedingsbodem voor SIB’s kunnen worden. Ik denk in ieder geval dat de brede trend van meer resultaatgericht beleid voeren, met meer focus op outcomes en impact, zich doorzet. Of dat in de vorm van SIB’s zal zijn, dat is moeilijk te zeggen.’

(bron :Binnenlands bestuur , 16 maart 2021 Adriaan de Jonge)

Impactnetwerk onderzoekt en ontwikkelt voor sociale investeerders en ondersteuners.

Indirecte impact heeft een speciale aanpak nodig.
Elke organisatie die door ondersteuning, een directe impact nastreeft op sociale organisaties, en via deze organisaties tegelijk ook een positieve impact nastreven op de samenleving, het milieu, bepaalde doelgroepen of het wetgevend kader, heeft specifieke impact vragen en soms meer elementen te toetsen.

Tijd om daar aan te werken en een “tool/kit” te ontwikkelen voor deze diverse groep om ook hun impact aan te tonen,  te kunnen meten en samenwerking te verstevigen.
Ruim een jaar lang ontwikkelden een divers gezelschap van ondersteuners, consultants, sector organisaties en onderzoekers samen in Brussel een aanpak  en stelde zich ten doel deze te valideren voor sociale investeerders en maatschappelijk relevante ondersteuners (gemeenten, consultants, intermediars).

Alles onder de bezielende leiding van de Sociale Innovatiefabriek. Inspirerend, lerend en kennis delend. Als bruggenbouwers een vertaalslag makend van theorie naar praktijk.

Volgens een onderzoek gerichte aanpak en opzet,  gingen we met elkaar aan de slag. We gingen waar mogelijk, nuttig en zinvol één of meer praktijkuitdagingen aan rond impact in financiële en/of niet-financiële ondersteuning.

In een drie werfs actiegerichte  aanpak werden de ontwikkelende organisaties ook onderdeel van het actieonderzoek. Intermediaire organisaties en sociale investeerders toetsten en testen deze aanpak op hun eigen praktijk.

Stilaan kregen de plannen, acties en resultaten vorm. Voor de ene was het een voorzichtig experiment rond een verandertheorie, voor de andere een grote peiling naar impact… er is ondertussen best wel wat bereikt.
Daar mogen we best trots op zijn! – Tomas de Groote , SIF

Met input van cases, diverse sprekers van fondsen (zoals Noaber Foundation, Nationale Loterij) en andere (financieel en niet financiele) ondersteuners ontwikkelden we stapsgewijs.
Afgelopen periode mochten we met elkaar  de laatste stappen zetten richting “eindprodukt”.

Deze laatste stappen  richtte zich op feedback die de doelgroep kan informeren, inspireren en concrete praktijkkaders kan aanreiken, zodat ze vlotter aan de slag kunnen met impactgericht investeren van sociale organisaties en hun eind begunstigden.

Nu is de tijd van  inhoudelijk creatief weergeven:  qua vorm, lay out, en gebruikersvriendelijkheid.. Bedoeld voor die organisaties die voeling hebben met maatschappelijke organisaties en projecten, en zelf ook (onrechtstreeks) maatschappelijke doelen nastreven in hun ondersteunende activiteiten.
Het was en is waardevol om hier aan mee te werken. En kunnen niet wachten om er mee aan de slag te gaan!

Op naar het lancerings event in Januari komend jaar! Save the date (28 januari 2020) in Leuven en op 4 maart 2020 in Amsterdam: Een Inspratiedag MET IMPACT.
Op deze  Inspiratiedagen  MET IMPACT  delen we inzichten, praktijkverhalen en hands-on praktijkkaders. Details van het programma komen weldra online.

Mail ons en we informeren je.  Ook als je uitgenodigd wil worden voor  het Impact event in januari of maart.

 

Brabant Outcomes Fund van start

Vier ondernemers en drie investeerders gaan zich de komende jaren inzetten voor een inclusievere samenleving in Brabant. Met de ondertekening van een contract traden zij toe tot het Brabant Outcomes Fund. Het zijn CTalents, Fladderfarm Mobiel, Refugee Team en Stichting Sarban de Toekomst.

Ook de investeerders Oranje Fonds, Stichting DOEN en de Rabo Foundation committeerden zich door ondertekening van het contract. Voor de Brabantse pilot is een miljoen euro beschikbaar.

De provincie Noord-Brabant is de eerste Nederlandse overheid met een Outcomes Fund, een fonds waarbij investeerders hun investering terug kunnen verdienen als zij samen met de ondernemers bijdragen aan het behalen van maatschappelijk resultaat. De vier ondernemers zijn in een intensief traject geselecteerd.

Gedeputeerde Marianne van der Sloot: “Steeds meer zijn ook private partners op zoek naar het vergroten van impact. Deze drie investeerders voegen vandaag de daad bij het woord, het gaat hen om meer dan alleen het terugverdieneffect. Fantastisch dat Oranje Fonds, Stichting DOEN en Rabo Foundation deze droom met ons delen en daarvoor aan de lat willen gaan staan.”

Risico 
Van der Sloot: “De basis van ons fonds is resultaatfinanciering. Daarbij is een maatschappelijk vraagstuk het uitgangspunt, waarbij niet alleen financieel succes of besparing wordt gewaardeerd, maar juist ook maatschappelijke impact en duurzame resultaten. Het fonds keert alleen uit bij daadwerkelijk behaald resultaat. Dat betekent dus ook dat het risico feitelijk bij de investeerders ligt, en dat zij zelf invloed hebben op hun resultaat. Ze zijn bereid hun nek uit te steken, en de ondernemingen te begeleiden en coachen bij het behalen van maatschappelijke impact.”

Een groeiend aantal sociaal ondernemers is bezig met de Betekeniseconomie: een economie waarbij het creëren van maatschappelijke waarde en gewetensvol handelen centraal staat. Dat gebeurt met een financieel rendabele onderneming, waarbij oplossingen worden gevonden op het snijvlak van publieke en private taken. Social Finance NL en Social Impact Factory ondersteunden de provincie in de zoektocht naar een goed instrument om hier vorm aan te geven.

Maatschappelijke impact 
De werking van het BOF is gebaseerd op het financieringsmodel van de social impact bonds (SIB’s): publiek-private resultaatfinanciering. Een SIB is een contract waarbij private investeerders investeren in een aanpak van sociaal ondernemers, zoals het begeleiden van statushouders naar werk. Op die wijze helpen zij bij het vergroten van de maatschappelijke impact. Als de resultaten zijn bereikt, betaalt de overheid de investeerders terug met rendement.

Het gaat hier nadrukkelijk niet om het privatiseren van maatschappelijke vraagstukken, maar om een publiek-private samenwerking waarbij geld wordt ingezet om maatschappelijk rendement te behalen voor mensen in een kwetsbare positie. In dit partnership blijft de provincie de regisseur, door het bepalen van de te halen doelen, de te bereiken doelgroep en de manier waarop gemeten wordt. Dit gebeurt altijd in overleg en samenwerking met de andere partijen.

(bron :Breda Nieuws.nl)

Do’s and don’ts bij een Social Impact Bond

Nederland is wereldwijd een van de koplopers op het gebied van Social Impact Bonds (SIBs). Vijf jaar geleden werd deze vernieuwende manier om maatschappelijke problemen aan te pakken vanuit het Verenigd Koninkrijk naar ons land gehaald. De eerste SIB van Nederland werd in Rotterdam gelanceerd, daarna volgden er nog tien.

Bij een Social Impact Bond voorzien (maatschappelijke) investeerders (zoals het Oranje Fonds) een sociaal initiatief van werkkapitaal om een maatschappelijk probleem te bestrijden. Op basis van de uitkomsten van het initiatief, wordt de investeerder uitbetaald door de overheid. Een SIB is dus een partnership tussen een of meerder overheidspartijen, uitvoerders en investeerders.

Wat dient een gemeente juist wel of juist niet te doen als het denkt aan het opzetten van een Social Impact Bond? Op 25 juni gingen deelnemers aan de slag tijdens de sessie ‘Do’s & don’ts Social Impact Bonds’. Danielle Verhof (gemeente Rotterdam), Carly Relou (ICE) en Annemarie Buisman (ministerie Justitie & Veiligheid) deelden hun ervaringen en inzichten over het opzetten, uitvoeren en onderzoeken van een SIB. Welke algemene lessen trekken we hieruit? Lees het in deze factsheet (pdf, 0,3 MB).

(bron Platform31)

Social Impact Bond in Veldhoven: 25 banen tot dusver

 Een jaar na de start van een speciaal project in Veldhoven, waarbij private investeerders de inburgering van statushouders financieren, hebben 25 deelnemers werk. ,,We zijn blij met de eerste successen. Maar de duurzaamheid van het project moet zich nog tonen.”

Bij dat project financieren externe investeerders via zogeheten Social Impact Bonds de inburgering van statushouders. De totale investering bedroeg twee miljoen euro. Met dat geld krijgen deze vluchtelingen met verblijfsvergunning uitvoerige begeleiding en intensieve taalles, iets dat de gemeente Veldhoven zelf nooit zou kunnen betalen.

Rendement

Op het moment dat de deelnemers langer dan twee jaar aan het werk zijn, bespaart de gemeente Veldhoven geld op uitkeringskosten. Een gedeelte van die besparing gaat naar de investeerders, die zo rendement halen.

Stellen dat het project succesvol is, dat is nog te vroeg. Het is immers nog onduidelijk of de nu werkzame 25 vluchtelingen over twee jaar nog werk hebben. ,,Maar gemiddeld zijn statushouders in deze regio drie jaar bezig met inburgeren en krijgen ze acht jaar een uitkering”, zegt Van Dongen. ,,De deelnemers van het project doen het tot dusver dus veel beter dan gemiddeld.”

We zijn blij met de eerste successen. Maar de duurzaamheid van het project moet zich nog tonen.”, aldus de Veldhovense zorgwethouder Mariënne van Dongen.

In twee tranches startten in totaal 66 statushouders met het project. Behalve de groep die al werkt heeft gevonden, zitten nog 5 deelnemers op een werkervaringsplek. Van Dongen: ,,Als zij voor mei volgend jaar werk hebben, heeft zowat de helft binnen een jaar een baan.”

Controlegroep

De vraag blijft hangen of het succes te danken is aan de intensieve begeleiding of dat de economische voorspoed in deze regio ermee te maken heeft. Er is namelijk geen controlegroep; een groep statushouders, met dezelfde kenmerken, die niet meedoet en ook gevolgd wordt.

Het hele project loopt tot mei 2021. Er komen tot die tijd geen nieuwe deelnemers bij. Na afloop besluit de gemeente over een eventueel vervolg. Ondertussen kwamen minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees en zijn staatssecretaris Tamara van Ark al eens een kijkje nemen.

Overigens is voor sommige deelnemers die nog geen werk hebben gevonden ‘motivatie wel een dingetje’, aldus Van Dongen. ,,Ze moeten het wel zelf doen. Zelf een cv maken en zelf op zoek naar werkgevers.” Drie deelnemers stopten tot dusver met het project. Een vrouw werd zwanger, twee anderen verhuisden. IamNL, dat de begeleiding verzorgt, krijgt daar een aparte onkostenvergoeding voor.

(bron : eindhovens dagblad 1 november 2018)

Social Impact Bond (SIB) voor integratie vluchtelingen

Private investeerders gaan vluchtelingen met een verblijfsvergunning helpen met integreren, zodat de overheid het niet hoeft te doen. De gemeente Veldhoven heeft als eerste Nederlandse overheidsinstantie een overeenkomst met het bedrijfsleven gesloten om de traditionele overheidstaak van integratie uit te besteden.

De Brabantse gemeente Veldhoven , vlak naast Eindhoven, heeft met het Amsterdamse Social Impact Finance een zogeheten Social Impact Bond (SIB) getekend. Bij een SIB schakelt de overheid een bedrijf in om met eigen geld een maatschappelijk probleem op te lossen. Slaagt het bedrijf in de opdracht, dan krijgt de ondernemer een geldelijke beloning. Mislukt het project, dan lijdt de investeerder verlies, maar loopt de overheid geen financieel blauwtje.

SIB’s bestaan al langer, maar werden tot nu toe niet ingezet voor de integratie van vluchtelingen, maar om Nederlandse werklozen en ex-gedetineerden aan het werk te helpen. Rotterdam had in 2014 de primeur met de eerste Nederlandse SIB

Social Impact Finance investeert geen eigen geld in de integratie van vluchtelingen in Veldhoven. Stichting Van den Santheuvel, Sobbe en een onbekende tweede investeerder stoppen samen 1 miljoen euro in intensieve taallessen en een project om statushouders dichter bij de arbeidsmarkt te brengen.

De kracht van het Veldhovense initiatief is de intensieve begeleiding van vluchtelingen, zegt Ineke Hurkmans, namens Social Impact Finance uitvoerder van het project. ‘In de ochtend krijgen statushouders taalles. De rest van de week werken ze in een bedrijf, waar de voertaal Nederlands is.’ De statushouders ‘spelen’ dan bedrijfje, om vast te wennen aan het Nederlandse bedrijfsleven. Ze kopen hun eigen koffie in, maken schoon, voeren administratieve taken uit en zijn verantwoordelijk voor de marketing. Het product dat de statushouders verkopen is zichzelf.

Veldhoven heeft sinds 2014 tweehonderd statushouders binnen de gemeentegrenzen gevestigd. Ongeveer 145 van hen krijgen een uitkering. Op dit moment worden zeventig statushouders binnen het project begeleid naar de arbeidsmarkt. Uiteindelijk moeten alle statushouders meedoen die kunnen lezen en schrijven en ten minste 28 uur per week beschikbaar zijn.

Of de gemeente de integratie van vluchtelingen in de eigen gemeente niet net zo goed zelf kan uitvoeren? Bij de gemeente is met name de o zo belangrijke taalbegeleiding minder goed, zegt Hurkmans. ‘Vluchtelingen zitten drie keer per week drie uur in de klas, maar als ze naar huis gaan spreken ze hun eigen taal. Bij ons zijn ze gedwongen de hele week Nederlands te spreken’, zegt Hurkmans.

De gemeente heeft simpelweg het geld niet voor zulke intensieve begeleiding, zegt wethouder Mariënne van Dongen-Lamers, verantwoordelijk voor arbeidsparticipatie. ‘We zijn sterk gekort op middelen voor integratieprojecten.’

Maar de gemeente bespaart wel veel uitkeringsgeld als statushouders aan het werk zijn. Daarom bedacht de wethouder een alternatieve constructie. Als Social Impact Finance statushouders ten minste twee jaar lang aan het werk houdt, ontvangen de investeerders het geld van zes jaar bijstand. De gemeente bespaart dan nog altijd geld, want statushouders zitten volgens de wethouder.gemiddeld acht tot tien jaar in de bijstand.

Als we een klein verlies lijden, hebben we alsnog maatschappelijk goed werk gedaan, aldus Cortijn van Valkenburg, penningmeester

Voor de ondernemers is het risico groter. Vluchtelingen aan het werk helpen is een zware taak. Als vluchtelingen na anderhalf jaar werken uitvallen, krijgt vermogensfonds Van den Santheuvel, Sobbe niets. Wat meespeelt is dat het vermogensfonds in zijn doelstellingen heeft staan dat het zich voor zwakkeren wil inzetten en dat het behalve aan conventioneel beleggen ook aan liefdadigheid doet. ‘Als we winst maken, kunnen we volgend jaar meer weggeven. En als we een klein verlies lijden, hebben we alsnog maatschappelijk goed werk gedaan’, zegt penningmeester Cortijn van Valkenburg van het vermogensfonds.

(bron : De Volkskrant, Jochem van Staalduine, 30 januari 2018)

Drie start ups verkozen tot meest veelbelovende social enterprises

Rebottled, SweepSmart en Vinculum zijn verkozen tot winnaars van Social Impact Lab 2017, een challenge voor startups met een maatschappelijke doel.

Voor deze vierde editie hadden zich 141 startende sociale ondernemingen ingeschreven. De jury prijst de winnaars om hun slimme concepten voor het oplossen van actuele maatschappelijke problemen. Zij krijgen onder andere een tweejarig begeleidingstraject van PwC om te kunnen doorgroeien en een donatie van 5.000 euro.

De deelnemers werden beoordeeld op maatschappelijke impact, haalbaarheid en innovatiekracht. De veertig meest veelbelovende social enterprises werden na een eerste selectie uitgenodigd hun businessplan op te sturen. De uiteindelijke tien finalisten mochten vandaag hun plan pitchen, waarna een vakjury de onderstaande drie winnaars koos.

Bij Rebottled (NL) ‘upcyclen’ ze lege wijnflessen tot drinkglazen met de hulp van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

SweepSmart (NL) biedt oplossingen voor het enorme afvalprobleem in India. Door de introductie van een lopende band wordt afval slimmer gesorteerd en veranderen arbeidsomstandigheden ingrijpend.

Vinculum (Duitsland) creëert een modern open bankplatform voor agrarische waardeketens om zo concurrerende financiële diensten te kunnen bieden voor kleine boeren.

Kijkend naar het aantal inschrijvingen en de kwaliteit van de inzendingen als ook de winnaars op de diverse aspecten, kan ik enkel maar zeggen : Gefeliciteerd en laten we zo doorgaan!