Berichten

Voorwaarden voor kansrijke start als sociaal ondernemer in de zorglandbouw

Opstarten van een sociale onderneming is moeilijker geworden door grote veranderingen in de financiering van de zorgsector. Dit komt naar voren in een onderzoek van de Wetenschapswinkel van Wageningen University & Research.
Vooral sociaal ondernemers die zich richten op de doelgroep mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben het lastig. Wil je als startende sociaal ondernemer een kans maken, dan moet je van tevoren goed nagedacht hebben over de te maken keuzes en een stevig business plan hebben. De onderzoekers geven in hun rapport ‘Sociaal ondernemerschap in de zorglandbouw’, 10 basisvoorwaarden voor een kansrijke start als sociaal ondernemer.

Zo geven zij aan dat het verstandig is stil te staan bij de keuze voor je producten of diensten. Niet alleen omdat je een afzetmarkt moet hebben maar ook omdat je te maken hebt met een doelgroep die specifieke ontwikkeldoelstellingen heeft.

Het is bijvoorbeeld belangrijk om een diversiteit aan activiteiten op je bedrijf te hebben en jaarrond werkzaamheden te kunnen bieden.

Voor het maken van een goede start als sociaal ondernemer is het cruciaal om te weten hoe de financiering van de zorg geregeld is. Welk beleid heeft een gemeente, hoe ziet de sociale kaart eruit en wie zijn de contactpersonen? Dit vergt lobby en marketingvaardigheden.
Bij de opstart van een sociale onderneming is het van belang overheden aan de onderneming te binden. Dat kan door de impact van de onderneming zichtbaar te maken en daarnaast goed te kijken hoe deze aansluit bij doelen of uitdagingen van overheden en instellingen.

Zie voor meer informatie het rapport Sociaal ondernemerschap in de zorglandbouw – Voorwaarden voor een kansrijke startop de site van Wageningen University & Research.

Ook goed nieuws ouderenzorg verzamelen

Met de lancering van een meldpunt hoopt het Nationaal Ouderenfonds in kaart te brengen wat er allemaal goed gaat in de zorg. Na de berichtenstroom over geldtekort en misstanden in de ouderenzorg, willen de initiatiefnemers van personeel, mantelzorgers en niet in de laatste plaats van ouderen zelf horen wat er wel goed gaat.

Het meldpunt Trots op Ouderenzorg is in het leven geroepen na het succes dat Carin Gaemers en Hugo Borst hadden met hun manifest Scherp op Ouderenzorg.
Daarin staan tien mogelijkheden om die zorg te verbeteren. Het plan kreeg veel bijval in de Tweede Kamer en de zorgsector en leidde er uiteindelijk toe dat staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid en Welzijn) 100 miljoen euro extra uittrok voor verpleeghuizen. Gaemers en Borst kregen er woensdag de Machiavelliprijs voor en droegen die op aan ouderen en hun verzorgers.

De positieve verhalen die binnenkomen via het nieuwe meldpunt worden gebundeld in een witboek, dat na de verkiezingen naar de Tweede Kamer wordt gestuurd ’ter inspiratie en als leidraad voor de ouderenzorg in Nederland’.

‘Te veel kwetsbare ouderen in verpleeghuizen krijgen structureel niet de zorg die zij zo hard nodig hebben’, zei Borst, die ook een van de initiatiefnemers is van het meldpunt.

Een ballotagecommissie zou zich volgens hem moeten buigen over de vraag of nieuwe bestuurders wel geschikt zijn voor hun baan. ‘Tegelijkertijd weten wij dat er veel verpleeghuizen zijn waar het wel goed gaat. Het zijn juist deze positieve ervaringen die wij willen horen en verzamelen zodat het extra geld goed terechtkomt.’

‘Het kan gaan om een woonzorgcentrum waar het goed gaat, om een gemeente die zich op een positieve manier inzet voor ouderenzorg, maar het mag ook gaan over eigen inzichten. En ik denk daarbij ook aan die sociaal ondernemende initiatieven die zich inzetten voor kwetsbare ouderen op een bijzondere manier.

Dus, wat gaat er wél goed in de ouderenzorg? Wat maakt je trots op de ouderenzorg? Of met welk idee kunnen we de ouderenzorg verbeteren? Deel jouw verhaal!  Alle verhalen gaan richting naar politiek Den Haag.