Berichten

Onderzoek helpt sociale ondernemingen met groeiambities

Hogeschool Utrecht, hogeschool Windesheim Flevoland en twintig sociaal ondernemers deden onderzoek naar groeiambities. Veel sociale ondernemingen hebben moeite hun groeiambities te realiseren. Wat zijn de belemmerende factoren? En wat is er aan te doen?  Op die vragen is naar een antwoord gezocht. Vorige week werden de resultaten gepresenteerd.

Belemmeringen

“Een fietsenstalling die betaald werk op maat levert voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, een creatief bureau dat met ‘drop-outs’ werkt, een constructiebedrijf met gebarentaal als voertaal: allemaal voorbeelden van sociaal ondernemerschap. Balancerend tussen ondernemerschap en maatschappelijke impact hebben deze bedrijven vaak moeite hun groeiambities te realiseren”, zo schrijft Windesheim Flevoland. “In hun onderzoek hebben de HU en Windesheim Flevoland (lectoraat Nieuwe Arbeidsverhoudingen) sociaal ondernemers bevraagd over de ervaren belemmeringen voor groei. Eén probleem bleek goede bemensing: het is lang niet altijd eenvoudig om goede coaches, begeleiders en mensen in staffuncties te vinden. Terwijl deze functies bij een sociale onderneming doorgaans intensief zijn, zijn de arbeidsvoorwaarden vaak niet concurrerend met die van reguliere ondernemingen. Een gevolg hiervan is dat de sociaal ondernemer vaak veel extra werk zelf moet doen”.

Externe belemmeringen

“Er zijn ook externe factoren die de groeiambities van sociale ondernemingen frustreren. Zo is een soepele, laagdrempelige instroom van de doelgroep – via instituties als het UWV en via gemeenten – een voorwaarde voor opschaling”.

In dit rapport worden de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek samengevat.

Bron: Windesheim Flevoland

SER Noord-Nederland adviseert over sociaal ondernemerschap in Groningen

De voorzitter van de Sociaal Economische Raad Noord-Nederland, prof. Jouke van Dijk, heeft afgelopen donderdag de actieagenda ‘Impact ondernemen in Groningen, het andere winstdenken’ aangeboden aan gedeputeerde Eelco Eikenaar van de provincie Groningen.

Dit gebeurde tijdens een themabijeenkomst over sociaal ondernemerschap bij Brouwerij de Prael in Groningen, waar meerdere sprekers inzoomden op dit onderwerp.

Steeds meer ondernemers maken maatschappelijke doelen onderdeel van hun bedrijfsvoering, waardoor mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt meer mogelijkheden krijgen op betaald werk. Omdat deze aanpassing in de bedrijfsvoering vaak niet vanzelfsprekend gaat, komt de SER Noord-Nederland met concrete acties om ondernemen met impact verder te ontwikkelen.

Op de noordelijke arbeidsmarkt is sprake van een grote discrepantie: enerzijds bestaan in verschillende sectoren al enige tijd grote tekorten aan goed opgeleide arbeidskrachten, anderzijds staan nog veel mensen aan de kant vanwege een te laag opleidingsniveau en/of een beperking.

Actiepunten SER Noord-Nederland

Met dit vraagstuk heeft de SER Noord-Nederland zich de afgelopen periode beziggehouden, op verzoek van de provincie Groningen, door te adviseren over de vraag hoe sociaal ondernemerschap in de regio kan worden vergroot als kans voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het advies werd toegelicht door Renate Westdijk, als voorzitter van de adviescommissie van SER Noord-Nederland: “Door creatievere vormen van financiering te bieden kan nieuwe maatschappelijk georiënteerde bedrijvigheid ontstaan, waardoor er meer mogelijkheden op werk komen voor werkzoekenden, die er anders niet tussen komen. Daarnaast zouden overheden meer focus moeten hebben op de mogelijke maatschappelijke effecten van hun inkoopbeleid en veel minder op alleen de laagste prijs van die inkoop”.

Gedeputeerde Eelco Eikenaar gaf na de aanbieding aan dat hij verheugd was over het advies. “Het is een belangrijk onderwerp dat het verdient verder uitgewerkt te worden”.

De acties in het advies zijn in drie onderwerpen gegroepeerd, namelijk financiering, houding overheden en maatschappelijke meerwaarde. Enkele voorbeelden van acties zijn het opzetten van een resultatenfonds, het aanstellen van een centrale coördinator, meer uniformering tussen de overheden en een inhoudelijke advies- en financieringsrol van de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij. In totaal zijn 28 acties geïdentificeerd.

Het gehele advies lees je hier 

(bron :Harener weekblad – 1 maart 2019)

Vrouwelijke (sociaal ) ondernemers serieus genomen?!

Wat schets mijn verbazing als ik in het FD een artikel lees met de titel ” Investeringsfondsen zien startups van vrouwen over het hoofd – negen op de tien investeringen gaan naar mannen’”.

En dat terwijl ik juist eerder las dit jaar dat vrouwelijke ondernemers met sociale bedrijven  kansrijker blijken.
Hoe zit dit, gaat het eerste artikel juist over een ander type ondernemer, vragen vrouwen niet zo snel geld aan bij een investeringsfonds? Of hebben ze het gewoon niet nodig :-).

Dat laatste is uiteraard ironisch bedoeld. Want ja, ook vrouwen dienen investeringen te  doen, wanneer het gaat om innovatieve oplossingen.

Vrijwel al het geld van investeringsfondsen voor jonge bedrijven, gaat naar startups die geleid worden door mannen.

Branchevereniging NVP denkt te weten waar het probleem ligt. Investeringsfondsen worden volgens de vereniging minder benaderd door startups onder leiding van vrouwen.
Mede-oprichtster Corinne Vigreux van navigatiespecialist TomTom denkt dat het niet aan de vrouwen zelf ligt. Tegen het FD zegt zij dat de directies van investeringsfondsen voornamelijk uit mannen bestaan. “Mannen hebben nu eenmaal niet de neiging om geld te geven aan vrouwen. Je financiert mensen die op jou lijken.”

Als Lotte Leufkens tegenover een investeerder zit, krijgt ze vragen als ‘Kun jij rondkomen van je bedrijf?’ Of: ‘Kun jij je medewerkers betalen?’ Ze kan het niet bewijzen, maar ze heeft een sterk vermoeden dat die vragen niet gesteld zouden worden als ze een man was.

‘Ik begrijp het niet’, zegt de 26-jarige Delftse werktuigbouwkundige. ‘Ik heb vijf werknemers, ik huur een pand, ik heb aantoonbare omzet. Waarom krijg ík zulke vragen?’

Uit een studie van VU-onderzoeker Eva de Mol en investeerder Janneke Niessen, dat Nederlandse durfinvesteerders weinig geld steken in start-ups die door vrouwen worden geleid: 1,6% van de deals wordt gesloten met bedrijven die uitsluitend vrouwen in de leiding hebben, 6,8% is met gemengde teams. Ze bekeken 377 bedrijven, die gefinancierd waren door bijna veertig fondsen.

Aan het aanbod hoeft het niet te liggen. Verschillende fondsbeheerders zeggen dat ze veel voorstellen van vrouwen krijgen aangeboden. Bij sommige fondsen zijn de vrouwelijke ondernemers ook beter vertegenwoordigd. Bij Social Impact Ventures gaat het om een derde van de investeringen. Bij Inkef, een fonds dat in biomedische en it-bedrijven investeert, heeft de helft van de biomedische bedrijven een vrouwelijke oprichter of manager (één is onlangs verkocht).

Wellicht komt dat door dat andere artikel die stelt dat vrouwelijke sociaal ondernemers kansrijker en succesvoller zijn en Social Impact Ventures investeert juist in die impact, zij het ook met een gezond business model. Het is immers geen gift, wel een serieuze investering.

Dus het tij kan nog gekeerd worden en daarmee dat Venture Capitalists  open staan voor de successen van social impact proposities.’ En wat meer oog voor het anders denken en rekenen door vrouwen. Er zijn genoeg succesvolle voorbeelden, dus VC, wie volgt?
En wij vrouwen moeten inderdaad leren om groter te denken.
Dus en de investeerders opvoeden en anders denken; dan zal de trend hopelijk komend jaar niet hetzelfde zijn als voorgaande jaren!

(bronnen FD en Sprout)

Sociaal ondernemen veel genoemd in coalitieakkoorden

De meeste gemeenten hebben inmiddels een coalitieakkoord. Social Enterprise NL onderzocht daarom in hoeverre sociaal ondernemen is terug gekomen in de nieuwe coalitieakkoorden van de G4 en G40 gemeenten.

Uit de inventarisatie blijkt dat sociaal ondernemen/sociaal ondernemerschap in 13collegeakkoorden van de G4 en G40 gemeenten concreet wordt benoemd (in drie gemeenten is nog geen coalitieakkoord). Dit betekent dat sociaal ondernemen in 1/3 van de gemeenten een plek heeft.

Per gemeente verschilt in hoeverre hier verdieping en context aan wordt gegeven. Bekijk hier het hele overzicht. We zetten de belangrijkste trends en thema’s op een rij.

Inkoop veel genoemd
Van degenen die sociaal ondernemen in hun coalitieakkoord benoemen, noemen de meeste gemeente dit in relatie tot hun eigen inkoopbeleid:

  • Zwolle: “Wij stimuleren het sociaal ondernemerschap, wij geven zelf het goede voorbeeld op het gebied van SROI doelstellingen binnen Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) en wij gebruiken onze ervaringen om onze partners, zoals gesubsidieerde instellingen, hetzelfde te laten doen.
  • Utrecht: “We zetten een volgende stap op het gebied van sociaal ondernemen en stimuleren de inkoop bij lokale partijen. De gemeente Utrecht geeft met haar eigen inkoop en bedrijfsvoering het goede voorbeeld.”

Stimuleren. maar hoe dan?
Een ander terugkerend element is stimuleren:

  • Nijmegen“We stimuleren (sociaal) ondernemerschap.”
  • Ede: “We stimuleren sociaal ondernemerschap en helpen bedrijven op weg om een bijdrage te leveren aan een samenleving waarin iedereen meedoet.”
  • Rotterdam: “Initiatieven van bewoners, (sociaal) ondernemers en bedrijven stimuleren en faciliteren wij.”

Hoe gemeenten dit gaan doen wordt uit de coalitieakkoorden nog niet duidelijk. Social Enterprise NL zal de ontwikkelingen in de verschillende gemeenten de komende jaren nauwlettend volgen.

Meer weten of de samenwerking tussen sociale ondernemingen en gemeenten? Kom op 20 september naar het werkwarenhuis in Den Bosch voor het congres De social enterprise als businesspartner van de gemeente.

(bron Social Enterprise 12 juli 2018)

GEMEENTE MOET SOCIALE ONDERNEMING TIJD GEVEN

(H)erkenning, inkoop, verkokering en flexibiliteit staan meestal in de weg als de samenwerking tussen sociale ondernemingen en gemeenten niet loopt, blijkt uit een PwC-onderzoek onder 102 gemeenten en 164 sociaal ondernemers. Het rapport is vandaag aangeboden aan Willemien Vreugdenhil, wethouder in de gemeente Ede en voorzitter van de pijler Economie & Werk in het G40-stedennetwerk.

Samenwerking pril en moeizaam

Gemeenten en sociale ondernemingen lijken ideale samenwerkingspartners, omdat ze het oplossen van maatschappelijke vraagstukken centraal stellen. In de praktijk blijkt die samenwerking nog heel pril en vaak moeizaam, dus vroeg PwC hen waarom gemeenten en sociale ondernemingen elkaar maar mondjesmaat vinden. Het minst eens blijken zij het over erkenning en herkenning, flexibiliteit en verkokering, waarbij gemeenten een stuk positiever zijn dan sociale ondernemingen. Dat geldt ook voor de mate van inkoop. Over financiering, kennis en media zijn ze redelijk eensgezind.
Verschillende verwachtingen
Hoewel complex en pril is de samenwerking tussen sociale ondernemingen en gemeenten veelbelovend. Als wordt geïnvesteerd in samenwerking levert dit mooie resultaten op. Hoewel beide spelers kansen zien, ontstaan ook verschillende verwachtingen en perspectieven. Dat schuurt soms. In gemeenten met beleid op sociaal ondernemerschap (41 procent) waardeert 81 procent de samenwerking hoger met een 7 of hoger. Bij gemeenten zonder beleid is dat 64 procent. Veel gemeenten (84 procent) zeggen sociale ondernemingen te herkennen en te erkennen, maar sociale ondernemingen voelen dat veel minder (30 procent).

Waarde-uitruil
In de herkenning kan de samenwerking volgens PwC verbeteren door een overzicht van sociale ondernemingen te hebben. Zo wordt onderling contact gemakkelijker, ontstaat een basis voor een netwerk en kunnen sociale ondernemingen betrokken worden bij gemeentelijke doelen. Erkenning van hun maatschappelijke waarde vinden sociale ondernemingen belangrijk en ontstaat vooral door “waarde-uitruil”: de verkoop van producten en diensten of het ondersteunen daarvan. Waar gemeenten (h)erkenning het belangrijkste aspect van samenwerking vinden is dat voor sociaal ondernemers inkoop van producten en diensten. Gemeenten kunnen daar beter op inspelen door in de beoordeling maatschappelijke aspecten op te nemen door soms bewust voor kleinere volumes te kiezen of door social return on investment.

Flexibiliteit en verkokering
Vaak ontwikkelen sociale ondernemingen nieuwe oplossingen voor problemen, terwijl ook de overheid al een oplossing heeft. Gemeenten kunnen hier pas op inspelen als de innovatie er is. Dat vergt flexibiliteit. Daar kunnen gemeenten op anticiperen door een netwerk samen te stellen met medewerkers van verschillende afdelingen die inspelen op het initiatief. Soms regelt een contactpersoon dit dwars door de organisatie heen. Politieke steun en managementsteun is hierbij van groot belang. Verkokering zien beide partijen als probleem. Sociale ondernemingen gaan ervan uit dat een contactpersoon dit probleem oplost, maar volgens gemeente is dat een onvoldoende oplossing.

Langere termijn
De helft van de gemeenten heeft instrumenten voor het stimuleren of faciliteren van sociale ondernemingen. Voor hun ontwikkeling of opschaling zijn dezelfde instrumenten geschikt als voor start-ups en scale-ups van gewone bedrijven. Om van een idee naar een product of dienst te komen volstaan subsidies of kennisvouchers, in de startfase zijn participaties of startersleningen nodig. In deze en de volgende fase helpt het sociale ondernemingen als gemeenten rekening houden met een langere termijn tot winstgevendheid en lagere winsten die horen bij focus op het maatschappelijk doel van de onderneming. Overigens vindt driekwart van de gemeenten en sociale ondernemingen dat gemeenten nog te weinig weten van sociale ondernemingen. Een accountmanager, taskforce of projectgroep kan wel helpen net als het opzetten van een netwerk van of broedplaats voor sociale ondernemingen.

Flexibiliteit en verkokering
Vaak ontwikkelen sociale ondernemingen nieuwe oplossingen voor problemen, terwijl ook de overheid al een oplossing heeft. Gemeenten kunnen hier pas op inspelen als de innovatie er is. Dat vergt flexibiliteit. Daar kunnen gemeenten op anticiperen door een netwerk samen te stellen met medewerkers van verschillende afdelingen die inspelen op het initiatief. Soms regelt een contactpersoon dit dwars door de organisatie heen. Politieke steun en managementsteun is hierbij van groot belang. Verkokering zien beide partijen als probleem. Sociale ondernemingen gaan ervan uit dat een contactpersoon dit probleem oplost, maar volgens gemeente is dat een onvoldoende oplossing.

Langere termijn
De helft van de gemeenten heeft instrumenten voor het stimuleren of faciliteren van sociale ondernemingen. Voor hun ontwikkeling of opschaling zijn dezelfde instrumenten geschikt als voor start-ups en scale-ups van gewone bedrijven. Om van een idee naar een product of dienst te komen volstaan subsidies of kennisvouchers, in de startfase zijn participaties of startersleningen nodig. In deze en de volgende fase helpt het sociale ondernemingen als gemeenten rekening houden met een langere termijn tot winstgevendheid en lagere winsten die horen bij focus op het maatschappelijk doel van de onderneming. Overigens vindt driekwart van de gemeenten en sociale ondernemingen dat gemeenten nog te weinig weten van sociale ondernemingen. Een accountmanager, taskforce of projectgroep kan wel helpen net als het opzetten van een netwerk van of broedplaats voor sociale ondernemingen.

(bron : Binnenlands bestuur – Wouter Boonstra- 18 maart 2018)

MEER IMPACT MET SOCIAAL ONDERNEMERSCHAP

Ja, dat gegeven dat ondernemers vanuit de impact gedachte meer impact maken, dat is gelukkig zo. Dat die wereld wel degelijk aan het veranderen is en dat sociaal ondernemers als serieuze partij worden gezien die bijdraagt aan de samenleving, gelukkig ook.

Dat steeds meer wethouders zich daar ook over uitspreken en dat ondersteunen,  dat is goed nieuws. Zo schreef Willemien Vreugdehil,  Wethouder uit Ede,  het voorwoord voor de roadmap voor gemeenten van het Stedennetwerk G32. Met als underscore : Meer impact met Sociaal Ondernemerschap.
Het gehele rapport, c.q. Roadmap is te downloaden in pdf. 

Met deze Roadmap willen we gemeenten inspireren met een groot aantal tips en voorbeelden. Zodat we nog meer impact door sociaal ondernemerschap kunnen realiseren!

En zo is ook Wethouder Heutink in Ermelo enthousiast over het sociaal ondernemerschap. Dinsdag 20 februari bracht wethouder Esther Heutink van het CDA Ermelo op de dag van de sociale rechtvaardigheid een werkbezoek aan de Ermelose ondernemer Arie van Buuren. Elke maand brengt wethouder Heutink zo’n werkbezoek aan een Ermelose ondernemer om op die manier gevoed te worden vanuit de samenleving. ‘Sociale rechtvaardigheid gaat niet alleen om rechtvaardigheid tussen landen of de overheid en de burgers maar ook over hoe ondernemers met hun werknemers omgaan.

‘ Ze vindt het daarom belangrijk om maatschappelijk verantwoord ondernemen op de agenda te krijgen van de ondernemers.”

Zo ook wethouder Peter Heijkoop  uit Dordrecht , die bij de bedrijven langs ging die mesnen met een langere afstand tot de arbeidsmarkt een kans geven.  “Sociaal ondernemers zijn heel belangrijk in onze samenleving. Zij laten zien dat iedereen op zijn eigen manier een waardevolle bijdrage kan leveren aan het arbeidsproces. Ik hoop dat deze prachtige voorbeelden ook andere ondernemers stimuleren om meer mensen een kans op werk te geven.”

En zo volgen er meer gemeenten en wethouders die interesse tonen, betrokken zijn en zich hard maken voor deze sociaal ondernemers en daarmee voor het welzijn van hun bewoners in hun gemeente.
Ben benieuwd naar de gemeenteraadsverkiezingen. Lees hier meer over het vergelijkend onderzoek van Social Enterprise NL  van de verkiezingsprogramma’s van de G4 steden en de belangrijkste inzichten.

 

 

Blijft sociaal ondernemerschap na de Gemeenteraadsverkiezingen op de agenda’s staan?

Social Enterprise NL vergeleek de verkiezingsprogramma’s van de G4 steden en deelt de belangrijkste inzichten.

De afgelopen jaren hebben steeds meer gemeenten sociaal ondernemerschap een plek gegeven in beleid. AmsterdamDen Haag en Rotterdam hebben Actieplannen gelanceerd en Utrecht heeft de Social Impact Factory mede opgestart. De G32 heeft in 2016 sociaal ondernemerschap tot speerpunt benoemd.

Het is belangrijk dat deze programma’s na de Gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart worden voortgezet. Social Enterprise NL en Social Impact Factory schreven daarom in de zomer van 2017 een gezamenlijke brief aan politieke partijen, met de oproep om sociaal ondernemerschap een plek te geven in de verkiezingsprogramma’s.

Inmiddels zijn de meeste verkiezingsprogramma’s vastgesteld. Daarom hebben wij voor de G4 steden de verkiezingsprogramma’s van de grootste politieke partijen vergeleken. Welke thema’s zijn in welke stad belangrijk? En welke partijen stellen zich het meest ontvankelijk op? Voor het complete schematisch overzicht, klik hier. Maar Social Enterprise NL is ook geïnteresseerd in de status van sociaal ondernemen buiten de G4. Help ons ook dit in kaart te brengen! Hierover volgt later meer. Dit artikel bespreekt nu eerst per stad kort de belangrijkste inzichten.

Amsterdam: Van buurtontwikkeling tot re-integratie

Van de zeven grootste partijen in Amsterdam noemen vijf partijen sociaal ondernemerschap in hun verkiezingsprogramma: D66, GroenLinks, SP, PvdA en de ChristenUnie. Het verschil tussen deze partijen is groot. Waar D66 sociaal ondernemerschap voorzichtig een plek geeft in de context van ruimtelijke ontwikkeling, ziet de SP sociaal ondernemers als belangrijke schakel in het opbloeien van buurten. De PvdA en GroenLinks benadrukken juist de waarde van sociaal ondernemers bij het re-integreren van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De PvdA wil dan ook concreet investeren in het uitbreiden van het aantal sociale ondernemingen. De VVD en het CDA noemen sociaal ondernemen niet.

Den Haag: Sociaal ondernemerschap in zorg en welzijn

De VVD Den Haag ziet een belangrijke rol weggelegd voor sociale ondernemingen bij het hervormen van het zorg- en welzijn domein: “De VVD wil dat grote subsidies aan welzijnsorganisaties worden afgebouwd en wil sociaal ondernemingen die (op termijn) een realistisch eigen verdienmodel hebben de kans bieden om deze taken over te nemen. Zo kunnen tientallen miljoenen euro’s gemeenschapsgeld beter worden besteed. Sociaal ondernemers krijgen de kans om nieuw werk te genereren en zorg die beter aansluit op de vraag van bewoners.” Daarnaast wil de partij een ‘crowdfunding platform’ oprichten, dat beginnend sociaal ondernemers helpt opstarten. Andere partijen zoals GroenLinks en de PvdA halen sociaal ondernemerschap ook concreet in hun programma’s aan in de context van het stimuleren van duurzaam ondernemen. D66 noemt “alle sociale ondernemingen hun partner in het bestrijden van jeugdwerkeloosheid.” Daarnaast signaleert de partij dat de gemeente nu nog onvoldoende toegankelijk is voor ondernemers. Daarom wilt D66 dat er één werkgeversloket komt waar ondernemers geholpen worden met vragen over regelgeving, vergunningen en procedures.

Rotterdam: Social Impact Bonds en launching customer

In de gemeente Rotterdam haalt de PvdA  sociaal ondernemerschap concreet naar voren door te stellen dat het bedrijven wil helpen te investeren in duurzame groei en sociaal ondernemerschap. Het CDA vindt dat maatschappelijk ondernemers een podium moeten krijgen en wil investeren in samenwerkingen met investeerders in de vorm van ‘Social Impact Bonds’. D66 wil dat gemeente als ‘launching customer’ Rotterdamse bedrijven en initiatieven meer ruimte biedt. De VVD en Leefbaar Rotterdam noemen sociaal ondernemen niet.
Utrecht: Inkoop en aanbesteding

Ook in Utrecht staat sociaal ondernemerschap op de agenda: vier partijen noemen sociaal ondernemen concreet in hun verkiezingsprogramma’s. Zo wil D66 dat de gemeente voorop loopt bij het inkopen bij (lokale) sociale ondernemers. GroenLinks en Stadsbelang Utrecht benadrukken de cruciale rol van sociale ondernemers bij het creëren van werkgelegenheid. Stadsbelang Utrecht wil sociale ondernemers hier zelfs verder bij op weg helpen door het instellen van aanjaagsubsidies. De PvdA is van plan sociaal ondernemers te ondersteunen door in het inkoop- en aanbestedingsbeleid eisen te stellen aan de ‘social return’. Ook de CU en de SP zien heil in het aanpassen van het aanbestedingsbeleid.

G4: Sociaal ondernemerschap staat op de agenda

Het eerste wat opvalt is dat van alle 32 onderzochte verkiezingsprogramma’s meer dan de helftsociaal ondernemen concreet benoemd. Vooral in Amsterdam en Utrecht lijkt het politiek bewustzijn groot. De context waarin sociaal ondernemerschap genoemd wordt verschilt echter per stad en per partij. Dat is te verklaren door het feit dat sociale ondernemingen zich op verschillende maatschappelijke doelen richten en hierdoor te maken hebben met verschillende afdelingen van een gemeente. Dit is tevens een van de grootste frustraties van sociaal ondernemers, zij worden ‘van het kastje naar de muur’ gestuurd. Daarom pleiten Social Enterprise NL en Social Impact Factory in hun brief voor het instellen van een aanspreekpunt voor sociale ondernemingen.  Dit heeft de verkiezingsprogramma’s nog niet gehaald, maar het is absoluut winst dat  sociaal ondernemerschap in veel programma’s wordt genoemd. Dit vergroot de kans dat de programma’s die de afgelopen jaren zijn opgezet in de volgende collegeperiode worden voortgezet.

(bron : Social Enterprise NL – GR2018 en sociaal ondernemerschap, Februari 2018 )

De gastblog-estafette gaat door!

De gastblog estafette is inmiddels aan de vijfde  deelnemer toe. Zoals in een estafette schrijft elke deelnemer over het aangereikte thema van zijn of haar voorganger en geeft daarna het stokje door, door de volgende een thema of vraag aan te reiken. Vaak een vraag of thema wat hen boeit en geheel op eigen wijze in te vullen en of te interpreteren. Persoonlijk en zakelijk, vaak een kijkje in de ziel van de ondernemer. Herkenbaar voor velen van ons. Je kunt nog alle kanten op, al heb je wel een richtlijn.

 Eelste Abels startte: ‘Het ideeënmens’

Eelste trapte de estafette af met ‘Het ideeënmens’ en gunde ons daarmee een kijkje in haar wereld van onmogelijkheden, die ook weer mogelijk zijn.

Op alles kan ik wel een creatieve oplossing bedenken. Ik heb overal een visie op die net anders is dan waar de meeste mensen aan hadden gedacht.

Tamara de Graaf volgde: ‘Profileren vanuit passie’

Eelste gaf aan te willen lezen over ‘onderscheidend profileren’. Hoe zet jij jezelf in de markt, hoe zorg jij ervoor dat je tussen alle anderen opvalt, dat jouw klant jou vindt? Tamara de Graaf pikte deze vraag op en schreef in haar blog over haar passie.

Als sociaal ondernemer is het naar mijn inziens belangrijk om continue reflectief te zijn naar de omgeving. Zelf geniet ik hier enorm van.

Vervolgens reikte Tamara de volgende gastblogger de vraag aan: Hoe vind jij een balans tussen zakelijke en sociale keuzes binnen jouw onderneming en activiteiten?

En Fiene pakte haar vraag op: ‘Sociale Zaken!’

Fiene benaderde het thema geheel op haar eigen wijze en schreef in Sociale Zaken! hoe zij zich het afgelopen jaar opnieuw oriënteerde in welke bijdrage zij wil en en kan leveren aan de wereld.

In Sociale Zaken komt mijn ervaring in het sociale domein als ondernemer, samen, met mijn doe-kracht.

En hoe kan het ook anders als je haar een beetje kent en haar blog leest, dat zij een thema aanreikte dat haar boeit en waarbij ze nieuwsgierig is naar de verhalen van anderen: 
Hoe ziet een voedende samenwerking eruit voor jou, waar je vleugels van krijgt?!

En Carla pakte haar vraag op: “samenwerking waar ik vleugels van krijg”

Zij beschrijft haar diverse verbindingen en hoe ze elkaar voeden in haar blog

Dat is absoluut een voedende samenwerking want we werken in elkaars verlengde. We zijn stimulerend en inspirerend voor elkaar.

En ook zij sloot  weer af met een vraag voor de volgende en was benieuwd of er een taboe in de samenleving is waar jij je hard voor maakt om het uit de taboesfeer te halen?

De vraag van Carla, triggerde Irene onmiddellijk en bracht haar tot het schrijven van haar blog.

Irene pakte zo haar vraag op met haar “Bijzonder Gewoon “.

Irene deelde haar bijzondere verhaal over haar inspirerende zienswijze en aanpak in haar blog.

Als we van jongs af aan met elkaar opgroeien en elkaar respecteren zoals we zijn, worden we creatief in het vinden van communicatie mogelijkheden en kijken we niet op van “ander” gedrag. Want wat is dan “ander” gedrag?

En ook zij handigt als het ware het stokje over aan de volgende gastblogger en is benieuwd naar jouw verhaal en ervaringen  hoe je een concurrentie strijd voorkomt bij een samenwerking?

Triggert deze vraag jou tot het schrijven van een blog om jouw verhaal te delen?  Mail mij dan via info@evenaarenpartners.net als jij de volgende gastblogger bent.  Ik verheug me er nu al op !

 

 

Maatschappelijke betrokkenheid mag niet te veel kosten?!

Het aantal duurzame ondernemingen in Nederland neemt snel toe. Afnemers doen graag iets terug voor het milieu, maar niet tegen iedere prijs.

De duurzame bedrijven uit de ranglijst van snelgroeiende bedrijven, de FD Gazellen, zetten zich in voor verandering door minder energie en grondstoffen te gebruiken en producten te hergebruiken. Die focus op het milieu zorgde ervoor dat deze bedrijven bovengemiddeld snel groeien.

Ze zijn een uitzondering in Nederland. Recent onderzoek van het Erasmus Research Institute geeft aan dat slechts 8,1 procent van de banen in Nederland is toe te schrijven aan de zogenoemde ‘circulaire economie’. Hoewel hun aantal snel groeit.

Ron Speksnijder van Mauron, aanbieder van tweedehands kantoormeubelen, ziet twee trends. Allereerst denken bedrijven steeds meer na over duurzaamheid, hergebruik en ‘upcyclen’, oftewel het vernieuwen, verbeteren en aanpassen van gebruikte producten. Maar de belangrijkste reden voor de groei van zijn bedrijf is heel Hollands. ‘De crisis is de versnellende factor geweest. Niet de volle mep betalen, maar wel iets goeds krijgen. Meer voor minder’, aldus de FD Gazelle.

‘Onze klanten zitten het meest in het mkb’, vertelt Florian Minderop, medeoprichter van MisterGreenLease, een leasebedrijf voor elektrisch vervoer. ‘Het zijn mensen die innovatief denken, maar vooral vanuit de eigen portemonnee.’

Het is een reactie die vaker gehoord wordt bij een rondgang onder de duurzame ondernemers uit de FD Gazellenlijst. Maatschappelijke betrokkenheid mag niet te veel kosten.

Minderop ziet het iedere dag in depraktijk van zijn bedrijf. ‘De lagere bijtelling voor elektrische auto’s is een mega invloed op de groei. Zo veel dat ik niet eens kan meten wat de andere invloeden zijn.’ Volgens de ondernemer, winnaar van een bronzen Gazellen in de regio West, staan we pas aan het begin van de duurzame ontwikkelingen. Naast Tesla maakt geen enkele fabrikant een elektrische auto die zich kan meten met regulier vervoer. Een kwestie van tijd, is zijn overtuiging. ‘De benzinemotor is uitontwikkeld terwijl batterijtechniek pas aan het begin van zijn innovaties staat. Iedereen ziet wat de twintigste eeuw ons gebracht heeft. Veel welvaart, maar ook de nadelen daarvan. Het is goed dat duurzaamheid meer op de agenda staat.’

Tim van Haaren van De Isolatieshop, een webwinkel voor isolatiemateriaal, herkent zich in de woorden van Minderop. ‘Vroeger werden isolatienormen opgelegd door de overheid, nu neemt de eindgebruiker steeds vaker het initiatief.’ Vooral op het gebied van minder energieverbruik. ‘Duurzame isolatie als schapenwol en vlas passen we nauwelijks toe’, aldus het Gazelle-bedrijf.

Willemijn Verloop van Social Impact Ventures, een investeringsfonds dat alleen in geld steekt in bedrijven die een positieve en meetbare impact hebben op mens en milieu, zegt: ‘De consument is gevoeliger geworden voor duurzaamheid, maar alleen bij een goed product voor een goede prijs.’ Volgens de impact-investeerder ontvangen missiegedreven ondernemers wel meer loyaliteit van hun klanten. ‘Kijk naar crowdfunding. Duurzame bedrijven halen sneller geld op dan anderen. Je hebt al snel de sympathie van het publiek.’

Hun aantal neemt sterk toeberekende McKinsey recent. Uit het onderzoek Scaling impact of the social enterprise sector blijkt dat het aantal duurzame bedrijven in de laatste vijf jaar met 70% toegenomen is. Met een totale omzet van €3,5mrd is de sector goed voor ruim 3% van de groei van het Bruto Binnenlands Product tussen 2010 en 2015.

Het grote aantal snelle groeiers wordt mede veroorzaakt doordat het een jonge sector is, vertelt Verloop. ‘Ze groeien harder dan het gemiddelde mkb, maar dat komt ook doordat het vaak nog om relatief beperkte omzetten gaat. Ze gaan sneller het peloton voorbij, maar niet in absolute aantallen.’

(bron : FD )

De sociale kant van transitie en de nood aan “nieuwe samenzweerders”

Hoe zorgen we ervoor dat onze maatschappij en economie zowel groener als sociaal rechtvaardiger worden? Hoe meet je die vooruitgang? Dit zijn de vragen die Vanya zichzelf stelt , zowel als nieuwe coördinator van de milieuorganisatie Arbeid & Milieu, als in de verschillende lokale Kortrijkse initiatieven waar hij bij betrokken is.

Ook ik vraag me dat af, wat betreft verduurzaming en zeker die sociale rechtvaardigheid. Zoals Vanya ook aangeeft is duurzaamheid immers meer dan een ecologische bekommernis.

De 17 Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties illustreren dit. Samen vormen ze een kader om te kijken naar een brede waaier aan effecten van menselijke activiteiten. Ze omvatten de drie dimensies van duurzame ontwikkeling: het economische, het sociale en het ecologische aspect.

Heel wat organisaties gaan aan de slag met de SDG’s, zowel lokale besturen, bedrijven als NGO’s. De SDG’s worden gebruikt als uithangbord; veel actoren verwijzen ernaar in hun communicatie. We willen met z’n allen naar een duurzame, sociale en rechtvaardige samenleving. Maar hoe zit het precies met de sociale kant van deze transitie en de koppeling met deze SDG’s?

Als we het woord duurzaamheid horen, denken mensen vooral aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, het zuiniger omgaan met grondstoffen of de invoering van groene technologie. De sociale kant van de zaak blijft nog te vaak buiten beeld. Het woord ‘sociaal’ wordt vaak gebruikt om duurzame ondernemers te catalogeren als sociale ondernemers. Maar hoe zit het met de sociale gezondheid van deze ondernemers en ondernemingen?

Moeten we niet meer aandacht hebben voor de sociale consequenties van de transitie naar een groenere economie?

Er ontstaan vele nieuwe bedrijven in bijvoorbeeld de maakindustrie, klein qua personeelsbezetting waardoor vertegenwoordiging van werknemers en sociaal overleg niet altijd geregeld zijn. De opkomst van de groene economie met al haar verschillende facetten zoals de deeleconomie, circulaire economie en hersteleconomie, hebben naast de digitalisering en de globalisering invloed op hoe mensen werken en leven.

We zien steeds meer flexibele jobs op het gebied van arbeidsduur, contract en jobinhoud,. Dit leidt tot druk op de lonen en op de kwaliteit van de jobs.

Nu reeds is het slecht gesteld met de psychische gezondheid van onze bevolking. Het aantal depressies en burn-outs stijgt. En ook bij de organisaties die opereren in het hart van deze sociale en duurzame transitie is het ziekteverzuim en personeelsverloop hoog. Je kan je terecht de vraag stellen of er hier geen probleem is.

Zelf experimenteert Vanya  al een tiental jaar met allerhande coöperatieve projecten rond cohousing, stadslandbouw en vluchtelingen. Ik herken veel in zijn verhaal dat hij de wereld zou gaan veranderen, en liefst zo snel mogelijk. En al is mijn werkterrein breder dan die twee, nam ook ik veel risico om projecten van de grond te krijgen.

De herkenbaarheid in het artikel wanneer hij aangeeft dat hij nog steeds trots is op die verschillende projecten, maar hij het  nu anders zou aanpakken. De onzekerheid, de financiële risico’s en de psychische belasting overstegen mijn draagkracht ook.

Een artikel uit mijn hart gegrepen.

Via éénmalige en tijdsgebonden projectsubsidies konden zij de pilootprojecten opzetten.

Hij verhaalt : “Projectsubsidies voor trajectbegeleiding na de pilootfase met onder andere leiderschapsontwikkeling en organisatieontwikkeling bleken onbestaand. Na een jaar moesten we vooral ons plan trekken: doorgaan of verzuipen. Veel idealisme bleef er niet over. Het was werken tot we erbij neervielen, zonder vangnet.

Rome werd naar het schijnt niet in één dag gebouwd. Toch is het dat wat we voortdurend willen. Innoveren. Alles veranderen in een keer. Miljoenen euro’s worden erin gepompt.

Maar consolideren, begeleiden en werken aan een stevige basis, nee, daar doen we niet aan.”

Lees verder over waarom we we sterker moeten inzetten op de grotere beweging en de participatie van iedere burger, niet op die enkele pioniers van de transitie. Ik geloof daar ook in en volg zijn omschrijvingen van het sociaal inter- en  intra – preneurship.

Zijn oproep  over de nieuwe netwerkgerichte samenleving en hoe deze nood heeft aan verschillende rollen onderschrijf ik. . Laten we hiervoor ook inzetten op de noodzakelijke (sociale) vaardigheden en competenties. Laat ons ‘nieuwe samenzweerders’ vormen. Geëngageerde burgers en werknemers van diverse pluimage, die mee hun rol opnemen in deze transitie. Door hun sterktes aan te spreken en hun sociale en coöperatieve vaardigheden te versterken.

Hij gaat ervoor , wij maken er ons ook zeker sterk voor en jij ?!

(bron : Vanya Verschoore

ZERONAUT
Coördinator bij Arbeid & Milieu vzw)